Tiktak

Babseluk en tijd, dat is een haat-liefdeverhouding. Altijd al geweest. Als baby geraakte ze maar niet gewend aan het dag-nachtritme. Als peuter was er dat heftig tegengesputter bij elke overgang, van welke aard ook. Het beterde pas toen ze naar de kleuterschool ging, zij het eerst nog met veel protest en strijdkreten. De juf gebruikte een time-timer omdat zo'n spul is uitgevonden voor kinderen met 'tijdproblemen'. Babseluk werd compleet crazy van dat ding. Ze zag de tijd letterlijk wegglijden en de paniek groeide met elk streepje kleur dat verdween. Time-timer dan maar in de kast gegooid en begonnen met de tijdlijn. Picto's en foto's in de keurige volgorde van de komende handelingen. Dat werkte veel beter maar nog niet voldoende om haar te leren omgaan met de overgangen van het ene speelhoekje naar het andere. Elk bruggetje was er eentje te ver. … Dat werd brainstormen... met resultaat!

 

Een kleine wandklok met vrolijk rode achtergrond bracht mij op ideeën. Ik knipte de kleine wijzer weg en overplakte de cijfers met afbeeldingen van haar lievelingsfiguurtjes. Batterijtje er nog in en tik-tak, het ding deed zijn werk! 
"Als de wijzer op Winnie de Poeh staat, is het tijd om te puzzelen." "Als de wijzer op Mickey Mouse staat, is het tijd om op te ruimen." "Als de wijze op... dan..." 
Het Pietje Precies in Babseluk maakte dat alles netjes verliep. Wat een gemak!
Het klokje heeft toch enkele jaren dienst gedaan, tot het echte kloklezen aan de beurt kwam. De kleine wijzer kreeg ook zijn functie en maakte alles op langere termijn ook weer makkelijker.

 

Zandlopers hielpen ook. Vooral bij het computerspel omdat de klok dan toch een beetje uit het gezichtsveld hing. Blitse kleurtjes in verschillende tijdsduur dichtbij het computerscherm werkten even goed. 
Moeilijker werd het als er geen klok in de buurt was. De controle viel dan helemaal weg en elke overgang kon dan weer een stampvoetend kind tevoorschijn toveren. De introductie van '5 minuutjes' en '2 minuutjes' verliep moeizaam. 5 stond voor : 'we zijn nog niet direct weg, het duurt nog eventjes' (wat uiteraard een waaier aan tijdsspanne kan geven); 2 stond voor 'we gaan ons stilaan klaar maken, we zijn zodadelijk weg'. Lastig maar haalbaar. Er viel mee te leven. 

 

Nu is de klok een item geworden dat vertelt hoe laat het is, voornamelijk in de functie van de opgebouwde rituelen. Zoals Poeh destijds puzzeltijd aankondigde, zo kondigt 18.15 uur aan dat het avondeten dient verorberd te worden (wat ik probeer na te streven maar niet elk kippenboutje gaart even snel). 19.15 uur is douchetijd (wat meestal haalbaar is, dinsdag uitgezonderd wegens dansles en voor dansles kan èlk ritueel straffeloos doorbroken worden). 21.40 uur is bedtijd (al is het bed pas gevuld om 22.00 uur) en dat is toch heel braafjes wat mij goede hoop geeft dat fuiverijen nooit aan de orde zullen zijn. 
Kleine drama's ontstaan nog als de wijzers van de klok de afgesproken puntjes benaderen en die puntjes niet op de 'i' kunnen gezet worden. 
De 5 minuutjes worden nog nauwelijks aangehaald en de 2 minuutjes alleen in het weekend wanneer ze 's ochtends aan mijn bed staat (stipt 8.15 uur) met de vraag : "Wanneer ga je opstaan?"

 

Met een stappenteller/horloge om haar pols kunnen geen foefjes meer gebruikt worden. Hààr tijd is de juiste. Het geeft haar structuur en de ouders een kleine beperking in ruimte en handelingen, maar goed, er is geen oorlog meer tegen de tijd en vrede is toch wat we allemaal het liefste hebben. 

 

 

 

 

Waarom ?

Kleuters hebben een vraagbaakperiode. Enfin, dat schijnt zo te zijn. Als plusoma heb ik dat onlangs mogen ondervinden. Ze is een pittige vijfjarige met een batterij vol energie die eigenlijk nooit 'op' is. Kan schateren tot je er helemaal in meegaat en kan mokken zodat je er zelf een beetje zielig van wordt. Heel bijdehand en nieuwsgierig in daad en woord. De ontdekkingstocht naar nieuwe dingen in haar omgeving was al eventjes gekend. De woordelijke curieuzeneuzenissen vielen de laatste keer wel héél erg op :


Zij : "Waar is het speelgoed?"
Ik: "Wij hebben hier eigenlijk geen speelgoed meer."
Zij : "Waarom?"
Ik: "Omdat Babseluk dat niet meer nodig vindt."
Zij: "Waarom?"
Ik: "Zij is al 16 jaar en speelt niet meer met speelgoed."
Zij : "Ik zie hier wel spelletjes staan."
Ik : "Ja, lieve meid, maar dat zijn nogal moeilijke spelletjes voor jou, denk ik."
Zij : "Waarom?"
Ik : "Omdat je nog wat te jong bent daarvoor."
Zij : "Waarom?"
Ik : "Kijk, er staat op de doos dat je zeker 10 jaar moet zijn om het spel te kunnen spelen."
Zij : "Waarom?"
Ik : zucht...


Ik zuchtte omdat het mij wat vreemd overkwam en ik wist eigenlijk niet waarom. Normaal heb ik toch redelijk wat geduld, zo meen ik te mogen stellen, gezien Babseluk… 


Zij : "Wat is dat?"
Ik : "Mini-tomaat-garnaaltjes."
Zij : "Waarom?"
Ik : "Het zijn kleine tomaatjes en ik heb er garnaaltjes in gestopt."
Zij : "Waarom?"
Ik : "Omdat ik een leuk hapje wilde maken voor jullie."
Zij : "Waarom?"
Ik : "Wil je eentje proeven?"
Zij : "Waarom?"
Ik : "Zo kan je weten of je het lekker vindt of niet."
Zij : "Waarom?"
Ik : zucht...


Het kleine grut bleef met volle interesse doorvragen, niet ongeduldig maar werkelijk vanuit een - voor haar - erg belangrijke nieuwsgierigheid die moest ingelost worden. 
Dan realiseerde ik me waarom ik iets leek te 'missen'. Babseluk heeft als kleuter nooit zo'n vraagbaakperiode gehad. Ik heb nooit vragen moeten beantwoorden. Ik was degene die ze aan haar stelde en die ook nooit of zelden antwoord kreeg. Babseluk begreep de inhoud van de lettercombinatie 'waarom' niet. En dus gaf ze geen antwoord. Ik moest me er bij neerleggen want ik vond geen manier om de betekenis van dat woord aan haar duidelijk te maken. 

Als het om aannemen van huisregels ging, was de kleutertijd niet de gemakkelijkste periode voor Babseluk. Herhalen, herhalen en nog eens herhalen, zonder het gebruik van dat vraagwoord. Ook nooit vragen om welke reden ze dit of dat deed maar met je vinger zwaaien en 'neen' zeggen, flink hoofdschuddend. Telkens opnieuw tot ze begreep wat er van haar gevraagd werd. 
Werken met tekeningen en er een rode streep doortrekken om duidelijk te maken wat niet kon. Waarom. Zo'n simpel woord dat zoveel kan verduidelijken, kreeg voor haar pas betekenis toen ze ver in haar zesde levensjaar zat. Heel voorzichtig kreeg het betekenis voor haar en liet ze het integreren zodat het zijn werk kon doen. 

Onze tiener is nu volop vertrouwd met 'waarom' maar ze springt er nog steeds zuinig mee om. Ze stelt geen vragen over de dingen des leven, over speelgoed of hapjes. Ze neemt het merendeel nogal klakkeloos aan en aanvaardt de dingen zoals ze verteld worden. Dat vraagt vaak bijsturing vanuit mijn initiatief. Een vleugje interesse of een doordacht kritisch vraagje zouden het leven voor haar duidelijker kunnen maken, meen ik. Maar als ik haar vraag waarom ze niet meer dit of dat doet of op de momenten dat ik haar interesse wil winnen voor een bijzonderheid in het leven is dit haar antwoord : 


zucht... 

 

 

De prehistorie van Jeroen Meus (deel 3)

Dan ga je ze enkele weken later van school halen en zegt de juf : 'ik denk niet dat het goed gaat met haar, ze ligt te slapen op de zetel.' Ik voelde nattigheid. Wakker maken, stappen en daar gingen we weer met overgeven. De hele déjà-vu draaide zich opnieuw af. Ziekenhuis. Baxters. Maar deze keer sloeg het niet goed aan. Ze wilde niet ziek zijn en op een of andere manier daardoor ook niet genezen. Ze wilde zèker niet in het ziekenhuis zijn, ook al lag ze op een éénpersoonskamer, ergens doorheen de muren huilde voortdurend een baby wat niet echt rustgevend was. 
Ze at niet. Niks. Mocht ook niet naar huis zolang ze dat niet deed. Baxter na baxter. Er kwam geen puf in. Ze zei niets. Was compleet apathisch. 

Wij beslisten dat de stress van in het ziekenhuis liggen haar meer kwaad dan goed deed en na beraad mocht ze uiteindelijk toch mee naar huis. Nog maar net uit de lift gaf ze alweer over... (Ik zweer het, dat kind heeft al meer overgegeven dan een honderdjarige in heel z'n leven...) Toch namen we haar mee naar huis. 

 

Ze lag zielig in de zetel. De poes naast haar. Wonderbaarlijk stopte het overgeven. De rust thuis deed haar goed, geen huilende baby meer, geen dokters of verpleegster die te pas en te onpas binnen vielen. Rust. 
Ze kwam er bovenop. Stilaan. Met de nodige wijsheid en het inzicht om anders te gaan eten. Dit voorval wilde ze duidelijk niet meer meemaken (en ik ook niet). Worteltjes proeven en goedkeuren. Appel. Banaan. Komkommer. Gehaktballetjes ! Rijstwafels als ontbijt. Droog. Zonder beleg. Niet erg, ze bevatten veel vitamine B en vezels. Stilaan kwam er wat meer op het lijstje. We zaten op de goede weg. 

 

We zijn ondertussen vele jaren verder. De rijstwafels vormen nog steeds het dagelijkse ontbijt. 's Middags zijn we belandt bij 2 bruine boterhammen (wel àltijd van dàt ene brood), 3 witte boterhammen met kippenwit, komkommer of wortel en 's avonds zitten we weer helemaal aan een warme maaltijd. Dit met dank aan de leerkrachten van de studierichting 'voeding en verzorging' waarin koken toch wel heel wat tijd inneemt én er moét geproefd worden voor de punten op het rapport (Babseluk doet op school àltijd wat haar gevraagd wordt!).

 

En dan komt Jeroen Meus opdagen met zijn 'Zomerkost' en schieten we helemaal in gang. Beetje spannend maar leuk om te doen. Samen in de keuken, moeder en dochter, in de voetsporen van Vlaanderens tofste kok. Hier en daar een aanpassing omdat de smaakpapillen van Babseluk toch 'speciallekes' blijven, maar het werkt. Kippengehaktbroodjes met parmezaan en panko. Bocadillo con Albondigàs, klinkt heel exotisch en is haar favoriet. Wraps met ijsbergsla, soyascheuten en gebakken kippenblokjes stuit ook niet op afwijzing. Gnocchi met groentensaus was maar een zus en zootje maar niettemin was het bordje leeg.
Elke week worden de smaakpapillen getriggerd. Mercie, Jeroen, om van de prehistorie naar het heden te komen. We zijn happy in onze keuken ! 

 

 

 

De prehistorie van Jeroen Meus (deel 2)

In het tweede leerjaar liep het helemaal mis. Op een ochtend kreeg ik telefoon van haar juf. Nogal panisch. "Ze staat hier over te geven." 
Het moederhart trilde en beefde maar rénde. Ik haalde haar op. Ze stond op een trapje aan de wastafel en keek me zo zielig aan.
"Ik zal teveel cake gegeten hebben." 
Zeven jaar, autisme en plots heel goed weten dat cake géén goed ontbijt is. 
Ik voelde me mega-schuldig. Wie anders dan ik had haar een beter ontbijt kunnen voorschotelen ? Maar ik had het zo vaak geprobeerd... en het was me niet gelukt. Soms moeten de dingen een duw krijgen, wat dan in onze taal 'ongeluk' betekent. 

Babseluk in de auto mee naar huis. Daar ging het van kwaad naar erger. (Sorry, effe géén leuk verhaaltje maar ik wil het toch graag meedelen want geen 'happy' zonder 'unhappy'.) Ze bleef overgeven, dat kleine sprietje. Het was ronduit ellendig. Het duurde al twee dagen. De man, als verpleger, had haar al een en ander toegediend maar ze hield niks op. Zelfs onze poes voelde dat het fout ging en wilde alsmaar op haar schoot gaan liggen. 
Na de dokter van wacht hadden we geen andere keuze dan de spoeddienst... 
Er volgde een aantal moeizame onderzoeken (prik maar eens bloed bij een ASS-kind !) kwam de diagnose : virale infectie en ondervoeding.

 
Onder-voeding. 


Ik. Ik als gezondheidsconsulente. Ik die er zo wilde op toekijken dat alles gezond verliep. Dreun !!! 
Enfin. Ik wist wel dat ik me zou herpakken. Ik wist evenzeer dat ik niet de enige was. Ik wist dat kinderen met dit probleem wel meermaals in de penarie geraakten. Ik mocht mezelf niet afschieten. Ik onderging het even en dan herlaadde ik me en dat deed ook Babseluk. 


Harde leerscholen kunnen goède leerscholen zijn. Wat onze meid niet wilde aannemen, ook al was dat in liefde aangeboden, zou niet teloor gaan, vroeg of laat zou het goed komen. Ik wist dat (al werd dat vaak verstoord door gedachten van een tegenovergestelde aard). Babseluk wist dat ook want cake was voor haar plots geen goed ontbijt meer. 


Ik bleef aan haar ziekenhuisbed gekluisterd, sliep naast haar, maakte plannen om het allemaal anders te doen, overlegde met haar en er werden deals gesloten... 

Na enkele dagen gevuld met baxters werd ze ontslagen uit het ziekenhuis. Geen cake meer als ontbijt had ze ook aan de pediater moeten beloven. Dat werd vervangen door een boterhammetje met choco, gekend uit het overgebleven assortiment aan mogelijkheden. Gezien het menu héél erg beperkt was, bleef ook het avondmaal bestaan uit idem ditto bokes met hazelnootpasta.
Ik meen wel te herinneren dat we toen een banaan introduceerde omdat ze dat in de kleuterklas gretig at. Maar ze bleef er witjes uit zien, ook al leek het beter te gaan. Hoe dan ook,  we bleven nog veel te dicht in de buurt van de loeder die ondervoeding heette. 


(wordt nog één keertje vervolgd)

 

 

 

De prehistorie van Jeroen Meus (deel 1)

Babseluk heeft op één week na 12 maanden borstvoeding gehad, zij het uiteraard met extraatjes van fruit- en groentepapjes. Ik had het gelukkig een 'babycook'.  Want vermoeid als ik was, vond ik niet veel tijd om veel culinair gedoe uit mijn vingers te toveren. De babycook was zalig. Het mini-keukenrobotje deed alles wat gevraagd werd. Ik gooide iets in dat ding en de rest gebeurde zowaar vanzelf. Omdat ik groente en fruit heel belangrijk vind in een mensenleven, ging er ook heel wat aan variatie in dat spul. Van wortel tot courgette, van venkel tot raapjes. Dat laatste was helaas geen succes. Maar verder verorberde Babseluk àlles. Ze at goed destijds. Jawel. 

 

De vastere voeding deed ook haar intrede in de vorm van melbatoastjes en een Vitabiskoek (tiens, bestaat dat nog?). De toastjes hadden we altijd bij, waar we ook gingen. Ze vroeg ook om de haverklap zo'n ding en wat kon dat kwaad, zo'n flinterdun plakje. Maar  - zo merkte ik later - bij elk stressmomentje (en dat waren er veel) kwam dat woord uit het kleine mondje : "toastje"... Nog een, nog een en nog een... 

 

Een (zuig)flesje rijstmelk was ook altijd alom (andere melk leek ze niet te kunnen verdragen, daar hadden we al miserie genoeg mee gehad) en dat flesje was ook altijd sneller leeg dan we hadden gehoopt. Ik herinner me nog dat ik een culotte voor haar kocht in de maat van een 7-jarige. Zij was toen net 3 en het was gewoon een lekker, brede, lange broek voor haar. Toen begon er me toch wat te dagen...  Dit was niet goed meer. Maar als excuus belastte ik de genen, er zit namelijk nogal wat molligheid in de families. 

 

Uiteindelijk kwam het keerpunt. Ze wilde als klein mensje zèlf eten (we hadden destijds nog niet door dat er ook dispraxie in de genen zat waardoor het allemaal wat langer duurde voor ze 'handig' werd). We gaven haar een leuk Nijntjeslepeltje. Het liep helemaal mis. Eén gigantisch zootje van babycookmengsels.  Hoe klein het brein ook, ze besliste om niet meer te eten. Neen. Echt. Ze at niet meer zolang er een vork of lepel in haar handje kwam. Dus kwam mijn hand weer ter hulp maar het vertrouwen in lepeltjes was verdwenen.  Dat maakte dat een warme maaltijd afgeschaft diende te worden. En het escaleerde al snel naar nog erger.  Er ontstond een kleine oorlog telkens nog maar de geur van eten op een vuur opdook... Er moesten - snel - alternatieven komen. 

 

Boterhammen at ze nog wel. Op een grappige manier dan ook. Besmeerd met boter, préparé (dat was heel tijdelijk een topper), geitenkaasje (evenzeer bijzonder tijdelijk gegeerd), het maakte niet uit, ze trok de boterhamdeeltjes uit elkaar, bestudeerde elke helft heel grondig en begon dan pas met eten.
De warme maaltijden maaltijden bleven hopeloos in de kou staan.  Het was dramatisch. Ze 'slinkte' zinderogen. Tot er op die ene keer een broodje voor haar neus kwam. Een simpelweg opengesneden broodje, wachtend op een idee van mama om het op te vullen met iets voedzaam. Meteen graaide ze alle kruim eruit. Wauwie ! Dat ging snel het mondje in ! 
"Nog !"
Nog ? Nog een broodje ? Ik deed dat zonder aarzelen want de volumineuze peuter was gehalveerd en dat vond ik ook zorgwekkend. Hop! Kruim uit het broodje gegraaid en binnen gespeeld. Ok... we leken een alternatief gevonden te hebben...
Vanuit het ECA (Expertisecentrum Autisme) in Leuven hoorden we dat het niet uitzonderlijk was dat het eetpatroon voor kids met ASS drastisch werd omgegooid. Ik hoorde van een jongen die al meer dan zes jaar leefde op fruitsap (van één bepaald merk) en één specifieke pizza uit de supermarkt. Ik hoorde nog meer van die verhalen en het baarde me masa's zorgen... Te geven wat Babseluk wilde  eten bleek hier de enige oplossing. 

 

En zo gleden we naar een ontbijt van twee plakken cake (Colruyt - alléén die), een lunch van twee witte boterhammetjes (brood uit de automaat in de buurt) met choco (bio van de Carrefour) naar een diner van drie tot vier broodjes 'kruim' (eveneens uit de Carrefour). Onze bollige meid werd er eentje die kon thuishoren - sorry - in Biafra. Vel over been. En dan krijg je uiteraard problemen. 

(wordt vervolgd)

 

 

 

A-team

Wonderwoman ken je dus al maar natuurlijk blijft een Babseluk niet bij de kleuters hangen. Dus kwam er ook het moment om over te stappen van de kleuterblok naar de lagere school. 
Toch wel even die nieuwe leerkracht onderwerpen aan een aantal vragen : 'Denk je het aan te kunnen ?', 'Zie je het zitten ?', 'Heb je enig idee hoe je het gaat aanpakken ?'. Vooral bij dat laatste zat Wonderwoman nog even in de directiestoel. Advies. Raad. 
Het is zo goèd te weten dat je kind in het juiste vangnet wordt opgevangen. Mocht de leerkracht van het eerste leerjaar een innieminnietje aan twijfel getoond hebben, dan hadden we voor Babseluk een andere school gezocht. Maar een Leefschool 'leeft'. Brengt boodschappen correct over, is alles overkoepelend en team gericht. Oh ja, ze zag het zitten, die nieuwe leerkracht. En de volgende juf... en de volgende leraars.... Een jaarlijkse opvolging van leerkrachten met een A-ranking !

Babseluk hééft dat. Het zit in haar genen en haar aura straalt het gewoon uit : 'Ik ben een leuke meid, ik doe wat jij zegt mààr jij moet ook doen wat jij zegt. Ik help graag maar jij moet mij ook helpen. Zeg duidelijk wat jij van mij vraagt en ik zal het doen. Zeg duidelijk wat ik van jou mag verwachten en ik zal het ook doen. Zo ben ik rustig.'

Het schoolgebeuren gaat nog verder dan de lagere school. De overstap naar het middelbaar was zowaar verder dan zeven mijlen. Maar eentje uit het A-team had de nodige laarzen om dat te overbruggen. Ze vergezelde Babseluk naar de inleefdag op het BUSO in Tongerlo. Een succesvolle inleefdag onder de beschermende vleugels van de dame met de zevenmijlslaarzen. De grote stap was gezet en september kwam met een rustige dochter die alle regels al had geleerd op die ene dag. 

Na twee dagen sprak de nieuwe klastitularis mij aan : 'Je hebt een heel beleefde dochter.' Voilà, dat hart was alweer veroverd. Bij het volgende overleg, enkele weken later,  met de ganse lerarengroep werd Babseluk de hemel ingeprezen. Het begrip en de overtuiging was compleet. Alweer een A-team ! 

Datzelfde team meldde ons aan het einde van het schooljaar dat we moesten overwegen of hun school wel de juiste was. We vielen zowat van onze stoel ! Huh ? Ze was te 'goed', die dochter van ons, te goed voor de school waarvan we dachten dat het toch wel de ideale glijbaan naar de toekomst was. Jeezes… uitkijken naar een andere school.... 

Dat deden we. We beslisten domweg om het dichtst te beginnen. Een college vlakbij. Niks BUSO. Strikt en strak. 
Het gesprek verliep als een sprookje. Meer begrip was zelfs in de hele kosmos niet te vinden. 'Welkom' was een understatement.  Bovendien, wat bleek ? De dame met de zevenmijlslaarzen had haar post daar nu opgeslagen ! Kan er nog meer toevallig geluk getoverd worden ? 

Maar het was moeilijk voor Babseluk. Ondanks de beroepsafdeling was het allemaal veel te overdonderend. We vroegen vrij snel een IAC aan (Individueel Aangepast Curriculum), wat wil zeggen dat niets moet, maar alles mag aangaande leerstof. Dat was een hele bevrijding maar dan zijn er nog de veertienjarige schelmen die geen weet hebben van kids met een beperking en het plots moesten stellen met een meisje die 'dit niet hoefde te doen' en 'dat gewoon mocht overschrijven'... Begrijpelijk maar voor die kleppers moet je gewoon méé kunnen. En hip zijn. Héél hip. Babseluk was niet hip. Babseluk was vooral braaf. En ook dat kan niet voor het merendeel in die leeftijdszone. 

De leerkrachten daarentegen waren alweer fenomenaal. A-team nummer 3 stond paraat en gaat nog steeds verder. Het schooljaar is alweer afgerond en Babseluk sloot daarnet haar vierde jaar middelbaar met blijheid af. Elk jaar valt er wel eentje weg uit dat A-team wegens andere klassen te onderrichten, maar allemaal kennen ze Babseluk nog. Ik hoor en zie ze nog regelmatig. Heb er  face- en andere vrienden aan overgehouden. Dat is fijn. Dat is goed. 

Ze heeft inderdaad een beperking, die dochter van ons, maar ze heeft ook een hele speciale gave : een schitterend aura dat altijd weer de juiste begeleiders aantrekt. 

You go girl !!!

Wonderwoman

Babseluk was volgens mijn mening geen ongelukkige kleuter. Ze had gewoon haar buitjes die extremer en frequenter waren dan bij een doorsnee vierjarige. (Excuus als ik daarmee iemand zou beledigen.) Ze ging snel uit de bol. Het voorspelbare werd een noodzaak in haar bestaan. Thuis lukte dat min of meer met de tips en tricks die we vanuit de medische ondersteunende wereld meekregen. School was nog wat anders. 


De kleuterjuf was echter mega. Ze begreep het allemaal en prikte dagelijks de nodige picto's op de daglijn van ons meisje.  En ze pakte het, ons jochie ! Schoolgaan werd daardoor doenbaar met de uitzondering van de 'overgang'. Telkens het schoolgaan werd stopgezet omdat het nu eenmaal einde schooltijd was, barstte de bom. Niet dat ze nièt naar huis wilde, het was gewoon de 'overgang' van het ene moment naar het andere. 


Vooral de afstand van de klas naar de auto. Stel je voor... Enfin. De juf was echt Wonderwoman. Ze bracht Babseluk tot bij onze auto. Dat was al een ferm verschil. Juf betekende school. Auto was de wegwijs naar huis.  Alleen nog de drempel om in de auto te stappen bleef over. Elke dag drama !!! Afscheid was zo moeilijk. 'Dag juf ! Dag school ! Waar ik me net goed voelde en nu moet het weer veranderen en dus ga ik uit de bol en als ik weer thuis ben is het helemaal ok.' 
Ze kon niet in de gordel gezet worden, dat kleine ding. Neen, dat lukte niet door de chaos van afscheid en overgang naar huis. Ze zat op haar kontje achter mij op de bodem van onze stoere auto, vooral te gillen, te schreeuwen, te trappelen. Hoe dichter we ons huis naderden, hoe extremer ze tekeer ging. Ik heb - in een optelling van uren - werkelijk dà-gen gesleten op de parking voor ons huis, nauwelijks op een vijftigtal meter van de garage waarin de auto behoorde te komen staan. Ze kon het niet, die overgang. Ze kon het niet, al die drukte van de school meenemen en onderweg neutraliseren. Ze kon het niet, rustig worden met mama zo dichtbij. 


En dus stonden we op de parking, met uitzicht op onze garage, te wachten tot de bui over was. Meermaals deed ik ook mijn traan in het zakje. Het was niet makkelijk. 


Maar ook dat ging voorbij. Kids grow up. Alles wordt beter door herhaling, herhaling, herhaling. Na màànden lukte het soms al eens om thuis te geraken zonder een 'bleitstop'. Stilaan, héél stilaan, werd het drama minder intens, stroomden de tranen minder en werd het geduld meer duldbaar. We moesten er toch voor zorgen dat ze veilig thuis kwam en eens ze daar was en ze haar knipsels kon nemen en de TV op kon, dan zat daar een gelukkige kleuter. En ik kon dan alleen maar proberen de 'overgangen' te vergeten en dankbaar te zijn voor de Wonderwomanjuf.

 

 

 

Globetrotter (2)

Twee jaar later durfden we het vakantie-avontuur nog eens aan. Deze keer Griekenland. Vliegtuig. Holala. Maar wat een fun en geschater toen het gevaarte het luchtruim koos. En dan gedurende de verdere  vlucht lekker slapen. Alweer geen geschrei. 
Griekenland is zon, zee, strand en vriendelijke mensen. Het hotel was top en het personeel eveneens. Babseluk genoot de nodige aandacht als schattige peuter en liet zich dat welgevallen. 's Morgens stapte ze helemaal zelf richting ontbijtzaal. 's Avonds (zelfs toen het al donker was) kroop ze op het podium van het animatieteam en danste ze vrolijk solo op de muziek. 

 

Ze was ook verzot op calamares. (Nu niet meer denkbaar.) We maakten een uitstap naar het andere uiteinde van het eiland en kwamen bij een windstille baai waar de zee zo rustig was alsof het leek dat je bij een meer stond. Daar stapte ze kordaat, in haar mini bikinietje, het water in, dieper en dieper. Vader op een afstandje van haar vandaan. Moeder keek gefronst toe vanop een handdoek op het strand. Maar ze stapte moedig verder, dat kleine ding, tot het water haar toch heel hoog kwam. Ik kon me toen niet meer houden. "Waar ga je naartoe?" in de hoop haar te stoppen. Het antwoord kwam heel spontaan en ernstig : 'walvis zoeken'. Even vergeten : Pinokkio was toen haar nieuwe held.
Allesomvattend, er was geen angst, er was geen belemmering, er was alleen water en een walvis die moest gevonden worden. De moeder kreeg nog maar eens wat meer hoop en verwachtingen. Maar helaas zijn verwachtingen dooddoeners: hoe minder je verwacht hoe liever je het leven hebt. Zonder dat kan er immers minder mislopen.

 

Opnieuw twee jaar later gingen we alweer richting Griekenland. De man spreekt de taal namelijk omwille van een ver verleden. En ja, de herinnering aan de voorbije passage aldaar maakte dat we het toch nog eens gingen proberen. Ondertussen hadden we de diagnose gekregen en deden we dus wat ons was geleerd : voorbereiden. We vroegen het reisbureau zoveel mogelijk foto's door te sturen van het betreffende hotel. Dat werd snel en zonder problemen gedaan. Leuke kamers met groene gordijnen. Die foto's werden voorgelegd en de kleuter leek het prima te vinden. 
Vliegtuigreis ging in eerste klas, dat wilden we ons permitteren omdat het er mogelijk minder druk zou zijn. Kijk, eerste klas in toeristenvluchten zijn gewoon de eerste 3 rijen in dat vliegtuig. Met een beetje meer service. Enfin, we gingen niet zagen. Ze vond het alweer leuk, die meid van ons. Lachje hier, lachje daar en verder dutten.

Aankomst in het hotel. Mooi. Licht. Kleurrijk want enorm veel bloemen. Fonteintjes. Blauwe lucht. Zwembad. Zee. En een kamer met gele gordijnen. Néén ! Dat kon niet ! De gordijnen behoorden groén te zijn ! Het on-feest was begonnen. 
Ze kwam de kamer niet meer uit. Er was bedrog gepleegd en ze vertrouwde de rest niet meer. Ontbijten in de ontbijtzaal ? Neen ! Dus gingen de man en ik om beurten en smokkelden we in een servet een broodje mee voor het kleine grut dat toen alleen maar kruim van witbrood at, een beetje bestreken met choco wat in Griekenland ook al weinig vindbaar was. Als ik de foto's van die vakantie bekijk, lijkt het of we een ondervoed kind bij ons hebben. 

Eén geluk hadden we : het kinderbad was net naast onze kamer. Er mocht alleen in gespeeld worden onder begeleiding van het animatieteam. Geen animatieteam was een leeg zwembad. We kropen dan over de omheining en ze vond het geweldig want water... ja, water voor dat kind leek als een reiniging. 
Voor de rest van de dag bleven we (= zij en ik) binnen. Gelukkig hadden we een draagbaar DVD-toestel mee en enkele films. 'Chicken Little' heeft ze toen elke dag minstens 2x gezien. De man kreeg het moeilijk. Hij ging buiten. Naar het strand en kwam uren later gebruind terug. Hij had het idee om ook een auto te huren en reed er het eiland mee rond. Overal foto's nemend om ze later aan de dochter te laten zien. Zo ook restaurantjes, rustig gelegen aan het water, waar je de vissen kon voeren. Het lukte na, laat ons zeggen 3 tot 4 pogingen, om daar te gaan dineren. Foto laten zien en dan de plek laten zien. Het liep nog beter als de kelner op de foto stond want een vreemde, dat hoefde ze niet. Het was een vermoeiende vakantie... 

 

 

Nu wil ze niet meer verder uit huis dan onze tweede woonst in de Ardennen of een daguitstap die nàuwelijks een dag duurt. Daar geniet ze wel van, als we maar op tijd thuis zijn voor 'iedereen beroemd' of 'de kampioenen' of 'het donker'. er is een angst binnen geslopen, een onzekerheid omtrent het onbekende dat haar ervan weerhoudt grenzen te verleggen. Letterlijke grenzen. En toch steekt het soms wel weer de kop op, dat globetrottergevoel. Ik lees dat bijvoorbeeld in de cursus godsdienst waarbij ze de vraag moest beantwoorden : 'wat is uw grootste droom ?' met haar antwoord : 'een verre reis maken'.... Neen, toch... 

Globetrotter  (1)

Ze was vijf maanden, Babseluk, en we gingen op reis. Spanje. Met de auto. Maxicosy op de achterbank,  de man achter het stuur en ik op de passagiersstoel voorin, beetje bang afwachtend voor wat dat avontuur ons zou brengen met een huilbaby in een kleine ruimte als een Mazda Tribute.

 

Maar hey, ze vond het leuk ! Ze liet niet één gilletje gedurende de hele rit (een het was een stévige rit), zonder overnachting, met een chauffeur in topconditie. 
We arriveerden een uurtje voor de opening van het immokantoor waar we een huis met zwembad hadden gehuurd. Dan nog maar even wat rondgewandeld en een glas gaan drinken, of liever een koffietje en een theetje op een terras met zicht op zee. Nog steeds met een doodbrave baby die nieuwsgierig rondkeek naar al dat nieuwe om haar heen. En dan kreeg ik als moeder de schrik van mijn leven.

 

Een kelner kwam de bestelling opnemen en zag Babseluk. Spanjaarden kunnen héél enthousiast worden van baby's. Zonder vragen, zonder enige terughoudendheid ging hij zijn gangen tegen de kleine Babseluk : brabbelbrabbel, koetsjiekoetsjie (maar dan allemaal in het Spaans). Onze kleine meid vond het nog leuk ook. En hop ! Daar plukte de olijke Spaanse kerel mijn baby van de schoot en ging er met een vliegende vaart vandoor ! Kidnapping in het openbaar !!! Héla ! Paniek in het moederhart ! Ik stoof recht ! Héla ! De man suste, nog moe van de lange rit : 'hij blijft wel hier met haar'. Ondertussen bleef de kelner maar praten terwijl hij onze dochter verder wegvoerde richting openstaande deur achteraan in het etablissement. Hij gooide nog wat Spaanse woorden in onze richting maar net zoals Chinees, verstond ik er geen jota van. Floep, weg was hij in het donkere deurgat ! Nog voor ik mezelf in aanvalspositie had gezet, kwam hij terug, met onze dochter (die toch al iets beteuterd begon te kijken) en de hele familie Espanol. 

 

Bleek zijn vrouw hoogzwanger te zijn en de hele clan keek uit naar de nieuwe telg. Dat maakte, in dat ongecompliceerde dorp, dat baby's godsdelen zijn en dus moeten gedeeld worden. Ik was voor één keer héél blij toen Babseluk dan toch haar klepje open zette. Gedaan met de pret voor de familie in verwachting. En wij konden eindelijk de sleutel van ons vakantiestulpje ophalen. 

 

Babseluk vond de vakantie gewèldig. Ze huilde nauwelijks. Voor zover ik mij herinner, was er maar één nacht dat ik haar moest sussen, verder sliep ze als een roosje. Ook de uitstappen die we maakten, bekeek en beleefde ze met veel interesse. Ze plonste blij in het zwembad, veilig in de armen van een van haar ouders, daarna sliep ze met evenveel gemak in de maxicosy op het terras. Ik herinner me zelfs dat ze daar broccolimousse at, iets wat later nooit meer lukte.
We mochten alleen niet té lang van dat huisje weggaan.  Ik meende toen echt dat ik een kleine globetrotter had gebaard. En daar was ik heel blij om. Ik zag haar als  grownup al de wereld rondtrekken en ik vond het een boeiend vooruitzicht.

 

Ik vraag me nog altijd af waarom ze daar en dan zo rustig en blij was. Was het de Zuiderse sfeer ? De zee of het zwembad want water is wel haar favoriete element ? Of de relaxte houding van de Spanjaarden ? Ik weet het niet. Het verbaast met nog steeds. 

 

(wordt vervolgd)

 

 

 

 

Moedertaal (2)

De tekeningen hadden merkwaardig genoeg nog een bijkomende, leuke nevenwerking : speelgoed ! Spelen kon ze namelijk niet echt. De fantasie was er niet of kon tenminste niet toegepast worden. Alles werd vastgepakt en neergelegd, keurig op een rijtje. Dat was het. 

 

Ze vroeg ook nooit om speelgoed als we in de supermarkt waren, laat staan in een speelgoedwinkel: veel te veel keuze, daar werd ze horendol van. Het was dan ook moeilijk om kadootjes te kopen voor speciale gelegenheden... We zochten naar de eenvoudigste dingen maar zelfs stickers plakken lukte niet zelfstandig : ze kreeg de stickers niet los. Dat ergerde me toen maar op dat moment was de diagnose van dispraxie nog verre van dat heden verwijderd.

 

TV was het ultieme reddingsmiddel. 'Beeld' weet je wel. Ze verstond het ! Ze keek en lachte en focuste en was rustig. Beeld. Gelukkig zijn vele kleuterprogramma's verstaanbaar zonder tekst. De figuurtjes werden haar helden. Leve Nick Junior ! Ik heb er eerlijk gezegd ook mee van genoten, van al die animatietjes.

 

En dus tekende ik al haar TV-helden. Ik tekende Pipa, kleurde haar in en knipte haar uit. 'Poeh' riep ze en ik tekende Poeh, kleurde hem in en knipte hem uit. 'Dora !' Ik tekende Dora, kleurde haar in en knipte haar uit.

 

Na enige tijd hadden we een hele mand vol heldenknipsels want Pipa had ook nog een opa en een oma en Poeh kon toch niet bestaan zonder Teigetje of Knorretje, laat staan dat Dora haar avonturen alleen moest beleven zonder Rugzak... Heel de dag werd er gespeeld met home-made knipsels. Oh, ja, je zou kunnen denken : koop een boek en knip de figuurtjes uit, maar boeken waren net zo heilig als de knipsels zelf gezien het boekenwurmpje in haar (trouwens, boeken knip je niet stuk).

 

Het was een openbaring en een plezier maar het nadeel was dat ik 's avonds de honderden knipsels weer soort bij soort mocht sorteren om de volgende ochtend weer in kinderhanden het juiste spel (van knipsels naast elkaar leggen) op te starten. Het is namelijk niet logisch, en voor A-celletjes zelfs onaanvaardbaar, dat Dora en Pipa hand in hand zouden gaan.

 

Ik heb die knipsels heel lang bijgehouden, alsook de eerder vermelde picto's. Een jaar of vijf geleden heb ik er afscheid van genomen. Het behoorde niet langer tot het heden of de toekomst. En bijhouden... ik heb afgeleerd om wat zijn dienst gedaan heeft, bij te houden. Het zit in mijn hoofd en in mijn hart, de enige plek waar het dient te zitten. En mocht mijn hoofd het ooit begeven, dan nog zal het in mijn hart zitten, dat beeldmateriaal, de moedertaal van mijn kind.

 

 

 

Moedertaal

Het was moeilijk communiceren met Babseluk. Ze sprak nochtans voor ze kon lopen en dat kon ze al nog voor ze één kaarsje mocht uitblazen. Ze heeft echter nooit gekropen en dat maakte het met momenten toch een ietsje makkelijker. Ik legde een deken in de buurt van waar ik was en zette haar erop. Ze bleef braaf zitten brabbelen en zo kon ik toch wat huishoudelijk werk doen.  Die schade haalde ze snel in van zodra ze kon lopen. Lopen ! Dat deed ze en ik er achteraan (herkenbaar moeders ?). 

 

Maar dat praten dan. Ze vormde heel leuk woordjes die ze hoorde en reageerde heel enthousiast als ze weer iets nieuw had geleerd. Ik geef toe, op die momenten kwam dat 'happy kid' heel erg naar boven. Ze kon uitbundig lachen als ze iets herkende. Het mondde uit in een kleine boekenwurm die graag op zoek ging naar de plaatjes waar ze de uitspraak van kende, dan ging het stemmetje olijk te keer, het wijsvingertje op het prentje met de neus die volgde. Leuk... maar op een vraag kwam nooit antwoord. 

 

Ik moest altijd omwegen zoeken om een reden voor iets te achterhalen. Ik begon dan maar te tekenen want er was me gezegd dat Nederlands niet haar moedertaal was. Ook niet Frans of Engels of welke wereldse taal je je maar kan bedenken. Neen, haar moedertaal was 'het beeld'. Datgene dat ze zag. Alleen dat begreep ze. En dus tekende ik. Ja, je kan ook pictogrammen van het internet plukken maar die pakte ze niet, ze koos de mijne. 

 

Toen ze ongeveer 4 jaar oud was, namen we een A2-blad en verdeelde het in 7 kolommen : de dagen van de week. Daar kwamen de home-made picto's op, dag per dag, anders werd het te onoverzichtelijk. Het werkte maar het kon beter. Details, die mochten we niet vergeten want bij auti's is elk detail een hoofdpunt. De lijst met picto' werd dagelijks langer. Mijn creativiteit werd ernstig op de proef gesteld. Mijn tekenkunst ook. Maar het sloeg aan al was het nog elke dag bijleren. 

 

(wordt vervolgd)

 

 

 

de diagnose

Procedures werden opgestart mede dankzij de familieleden waar het allemaal zo zichtbaar werd. We kwamen terecht bij het hoofd van het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen (de nààm ! vooral dat laatste woord ! maar het was om bestwil en dat helpt bij de aanvaarding) De man had de uitstraling van een lieftallig kaboutervadertje met twinkelende ogen en begrip in elke cel van zijn lichaam. Hij genoot dan ook onmiddellijk ons vertrouwen. 

 

Babseluk echter liet zich daardoor niet paaien. Toen de brave man zich tot haar richtte, stond ik versteld van het geluid dat ze produceerde. Wie ooit Jurassic Park gezien heeft, weet ongetwijfeld hoe een bedreigd dinojong met een erbarmelijk, angstwekkend geluid de hulp van zijn moeder inroept. Ik stond sprakeloos naar ons meisje te staren. Kwam dit wèrkelijk uit haar keel ? 

 

De brave man achter het bureau glimlachte en zei vriendelijk : 'Ik zie het al.' En daarmee leek een eerste schakel naar de diagnose al gelinkt. 

 

Er kwamen nog meer personen aan te pas : kinderpsychiater (met een eindeloos geduld en begrip), orthopedagoge (die almaar op haar onderlip beet bij elke test die Babseluk uitvoerde), kinésiste ('fietsen zal héél moeilijk worden, focus beter op zwemmen'). Allen waren ze heel erg geïnteresseerd, geduldig en behulpzaam, médelevend zelfs. Dat hielp ons, ouders, bij al dat onzekere gedoe omtrent ons jochie van 3,5 jaar. De diagnose kwam al snel in een bevestiging van 'autismestoornisspectrum'. 'Ver in dat spectrum', volgens de kinderpsychiater. 'Ernstig', volgens de orthopedagoge. De kiné : 'Motorisch zie ik toch ook wat'. En dan kwamen mijn aanhalingstekens : 'Ok, autisme dan, maar de toekomst kan niemand voorspellen.' Neen, dat is ook zo maar hopen op wonderen bleek ook geen wetenschap te zijn.

 

Ik verdiepte me in alles wat met haar beperking te maken had en besloot dat het woord 'autisme' te lelijk was voor onze dochter. Ik transformeerde het naar 'A-celletjes' (A van Anders, verwijzend naar de celletjes in haar hoofd). Ze nam dat mee, die meid van ons en ze gebruikt het nog steeds want 'autisme' is een woord dat ze niet graag hoort.

 

Ze krijgt een heleboel kansen die ze héél vaak afwijst wegens te moeilijk, wat we begrijpen maar soms toch stimuleren we haar ondanks dat. Het is niet makkelijk om haar de beperkingen te laten zien en te laten voelen en te laten weten. We geven elkaar tijd. Heel veel tijd.

 

Een groot probleem met autisme is dat het niet altijd zichtbaar is en bovendien is elk kind met autisme anders, zoals elke mens anders is. Geen enkele commentaar is overkoepelend. Alles start bij het aanvaarden van wat is. Ik heb moeten bijdraaien in mijn dromen en verwachtingen (nog steeds en het maakt me meer gelukkig om geen verwachtingen te moeten hebben, echt).  Terug naar de basics gaan en leren, altijd opnieuw, hoe het beter kon en kan.

 

Wij hadden/hebben het geluk geen enkel weerstand te ondervinden bij familie of vrienden. Het begrip was/is zeer groot, waarvoor dank. Ik weet dat er vele gezinnen zijn met een autikind waar het allemaal veel stroever verloopt. Ik wens hen veel sterkte toe, begrip en liefde. Oprecht. 

 

  

klein, klein kleutertje

Er is een leegte in mijn herinnering. De vermoeidheid heeft waarschijnlijk enkele hersencellen - verantwoordelijk voor het onthouden van toch wel belangrijke overgangen - knock out geslagen. Ik vergeef ze het, die hersencellen. 

 

Er was véél vermoeidheid. Maar er was ook véél groei. Want baby's en peuters willen vooruit, ook al wenen ze de longen uit hun rozige lijf. En dan moet je luisteren. En als je goed luistert, kan je wel een en ander oplossen. Niet allemaal, maar toch iets. Kwestie van kleding had ik al snel door dat alleen elastiek het gekrijs wat kon terugdringen. Geen knopen, geen ritsen, geen harde naden. Gewoon een elastiekje. Een heel belangrijke surplus was ook de pet. Zon vroeg pet. Zon werd/wordt niet verdragen. Pet was de oplossing (nu vervangen door een coole zonnebril). En dan krijg je gewèldige reacties van de omgeving want een baby met een petje, da's echt cute ! 

 

Stilte. Nog zoiets. Gaan wandelen deden we elke dag, in de buggy (ach, hoe heet zo'n ding waar je de maxicosy kan inzetten en het toch op vier wielen rijdt...). Richting park : alles peis en vree. Richting centrum : hallééélujah !! Dus vermeed ik dat centrum (waar toevallig ons huis staat) zoveel mogelijk en werd het park de plek waar we jaren naartoe wandelden. Nu biedt de koptelefoon soelaas tot de stilte. Altijd bij drukte. Ook op school. Jawel, ook in het leslokaal ! Haar gehoor is zo goed dat dat best kan. Ook is het ding onmisbaar thuis als de man zijn dut doet in de zetel en hoorbaar ademt (voor haar is dat immers snurken) of als er bezoek komt of als we - die zeldzame keren - op bezoek gaan. Koptelefoon : molte gracie !

 

Terug in de tijd dan. Ik moest mezelf nog wel steeds blijven transformeren tot de slaapfee want inslapen was not done zonder mij. Jeezes, als ik daar nog aan terug denk... de tranen die ik naast haar bedje gelaten heb, zouden het nieuwe zwembad van Heist kunnen vullen ! En ik weet dat velen toen dachten: 'doe die deur dicht', 'ga naar beneden', 'laat haar toch huilen', 'leg er toch niet zoveel eieren onder', 'je verwènt haar'... Ja, dat kan gelden voor andere ukkies maar niet voor ons kind. Huilen en huilen is twee. Wij hadden een drie. En ik weet dat vele ouders met kids zoals onze dochter ook die drie kennen. 

 

Destijds had ik gelukkig nog mijn moeder waarbij ik ons wezentje al eens kon deponeren, kwestie van zelf te recuperen. Geen van ons allen wist wat het probleem was met die kleine meid. Tot we op bezoek gingen bij familie. Niet de mensen die we wekelijks zien maar leuke 'af-en-toetjes'. Mensen, ouders met ervaring en met kennis van zaken gezien hun diploma en werk. Onze meid ging er compleet uit de bol. Als kleine uk verstoorde ze het hele gezelschap. Twee jaar en een kleine terminator. Ik hield me flink maar ik wilde het liefste weg en hard gaan bleiten. De woede van dat kleine wicht was zo intens dat ik niet eens zag dat het verdriet was. Verdriet omdat het jochie al die nieuwe prikkels niet aan kon. En ik... ik deed niets. Omdat ik niet wist wat ik moest doen. Het zou niet de laatste keer zijn... 

 

Nadien vroegen die geweldige familieleden of professionele hulp niet noodzakelijk zou kunnen zijn. Ik nam dat in overweging. Er ging wel iets aan het rollen maar nog niet voldoende om te erkennen dat er écht iets niet in de haak was. Want wie wil er nu een probleemjoch ? Het zou verkeren... 

 

huilbaby

Ze was er redelijk snel, die meid van ons. Al is dat relatief, een bevalling duurt altijd langer dan je wil (ik neem even de vrijheid om voor elke vrouw die natuurlijk bevalt te spreken, excuus). Ik wilde per se in een bad bevallen. Het ging me voornamelijk om de redenen die spraken over 'minder stress voor moeder en kind', over 'vlotter en makkelijker' en over 'happy kids'. Waar ik die informatie vandaan haalde, kan ik me niet meer herinneren. 

 

'Minder stress', dat kan ik niet bevestigen. Er was namelijk een stagiaire die me - voor ik in bad ging - er voortdurend op wees hoe ik moest gaan zitten/liggen omdat ze anders de monitor 'kwijt was'. Dat resulteerde in ongemakkelijke houdingen en het verliezen van 'meegaan met de golven' zoals me door de sofroloog was aangeleerd. 

 

'Vlotter en makkelijker' dat is volgens de vroedvrouw wel gebeurd maar voor mezelf is dat wel even zoek geraakt. Het hele proces viel stil vanaf het moment dat ik in het warme water zakte. Toen begon de miserie : pilletje. Pilletje was niet gewenst en kwam keurig terug in een kotsbakje. Nog een pilletje dan maar met idem dito bestemming. Ah, de baxter dan (de schrik van elke vrouw die een kind gaat baren). 

 

Enfin, na enkele malen de pijngrens waanzinnig overtroffen te hebben, werd een meisje geboren. Maar een 'happy kid' ? Dochterlief zei niet veel toen ze op de koude wereld kwam. Ze werd even apart genomen, buisjes in de neus of whatever. Alles bleek ok, maar zonder veel geluid. Ze kwam bij me en beet zich meteen vast als het lieftalligste bloedzuigertje met de grootste dorst. Ze loste niet. Vroedvrouw 1 lachte en probeerde het met het 'trukje' : pink in de babymond en het klikje maken. Maar dochterlief liet zich niet doen. Klikje lukte niet. Vroedvrouw 2 kwam erbij en schuddebolde er met sympathie nog een pink bij maar dochterlief liet zich weer niet doen. Ze hing vast en ze bleef vast hangen. Ze hing zo een klein uur tot ik mijn pink probeerde... hey, kijk... ze loste ! 

 

Eens op de materniteitskamer begon het wenen. Het kleine wezen in dat bedje naast mij was duidelijk niet gelukkig. Ik nam ze bij me want daar werd ze rustig, dat kleine wonder. Ze had maanden in mijn buik gewoond, mijn warmte gevoeld, mijn stem gehoord, Mozart horen trillen... altijd was ze veilig geweest... tot die ene keer dat een dronken dame me ongewild van een trap duwde. Ik was een flinke zeven maanden zwanger en in de vrije val haalde het instinct het van het verstand : 'draai ! val nièt op je buik ! draai !' Ik draaide en viel hard op mijn staartbeentje. Dagenlang leek het leven in mijn buik weg maar ik had vertrouwen en uiteindelijk kwam haar gestamp terug, en stampen dat kon ze ! 

 

Maar goed, ze was een baby nu. En ze huilde. Als ze niet in mijn armen lag, huilde ze. 's Nachts, overdag... altijd. De mooie wieg bleef onbenut. 's Nachts sliep ze in mijn armen want anders sliep ik niet en de man ook niet. Zo'n verdrietig dropje was ze. Ze huilde zelfs in haar slaap. Dat maakt een moeder héél onzeker : wat doe ik verkeerd ? Een gebrek aan liefde kon het toch niet zijn ? Was er iemand die haar liever zag dan ik ? … Vragen stellen had geen zin, er moest een oplossing komen want ik werd moe. Heel moe van al dat gehuil, van al dat verdriet dat ik niet kon vertalen naar hulp. De enige remedie was de draagzak. Slapen deed ze alleen daar. Ik waste af met haar in de draagzak. Ik streek met haar in de draagzak. Ik deed boodschappen met haar in de draagzak. Dicht bij me, daar moest ze zijn. Hoe dichter, hoe rustiger. Ze beet zich werkelijk aan mij vast, maar mijn pink tolereerde ze wel. Dan gunde ze me even rust, als ik haar dan nog even vast hield, dicht, dicht bij me, haar vingertjes om mijn duim. Zo'n schatje en zo'n duiveltje dat ik niet begreep en dat me uitputte maar waarvoor ik de kosmos zou verplaatsen. 

 

We zijn nu 16 jaar later. Ik ben niet meer moe. Ze hoeft geen pink meer maar ze is nog altijd heel graag dicht bij me.