VALENTINUS

Hij was een priester die aan iedereen die hem om raad kwam vragen een bloem gaf. Hij had een groot hart, priester Valentinus, hij wilde echt ièdereen helpen. Zo trouwde hij koppeltjes waarvan de ene helft heftig christelijk was en de andere helft niet omdat hij vond dat liefde ver boven de regels van het Vaticaan stond. Het kostte hem zijn kop. Letterlijk.
Het laatste wat hij deed voor die gruwelijke daad was de dochter van zijn gevangenisbewaker een kaartje geven met onderaan zijn naam : 'Valentinus'. Hij wilde haar namelijk wat moed geven omdat ze blind was en er geen geneesmiddel beschikbaar bleek.
Dat verklaart dus de kaartjes en de bloemen. 

 

Valentinus. Geen Romeo dus maar een devoot pastoor. Oeps ! Einde romantiek ? Laat het maar een troost zijn voor alle singles die dat liever niet zouden willen zijn. Voor die stervelingen ligt de druk deze dagen al hoog genoeg. Hoor ik net nog op de radio :
"tegen vrijdag elke vrijgezel een lief!"
Vind ik hoogst ongepast. Hoe kan je nu in godsnaam iemand verplichten een partner te zoeken, te hebben laat staan te houden? Liefde laat zich nooit verplichten, dan zou het geen liefde meer zijn maar zelf-, heb- en ikzucht.
Geluk zou ook niet mogen afhangen van 'dat lief'. Ik ben ervan overtuigd dat geluk in elk hart klaar zit om er uit te komen, maar dan moet het verstand even op vakantie gaan zodat we kunnen kijken, voelen, ruiken en horen wat er om ons heen aan schoonheid is. Voor wekelijkse lezers val ik in herhaling maar het is door de herhaling dat iets kan toegepast worden, zo meen ik. 
Een streepje blauwe lucht in deze wintermaanden, de geur van vers gebakken pannenkoeken en de smaak die daarop volgt, de dagen die toch al meer dan een uur langer willen bestaan, een spinnende kat op schoot... 
Als je zulke dingen écht voelt, gaat het deurtje open en stroomt een wolkje geluk zomaar door de aderen. Zonder lief. 

 

Ok. 14 februari heeft sowieso een leuker aura dan 1 november. En ook toegegeven, al dat rood in de etalages fleurt het winderige en waterige van de voorbije weken toch wel wat op. Oh ja, een mea culpa omdat ik de refter van 'mijn rakkers' volgepropt heb met rode hartjes en toebehoren. Heel ondeugend van me want daar komt bij die schelmen dan toch enige blozerij aan te pas. Schattig. Er zit bovendien zero winstbejag achter wat we wel kunnen gissen in die etalages. En mijn beste excuus om de refter op te leuken is vooral om de grijze muren te camoufleren met fun en variatie en soms wat ondeugd... Dat doet het geluk stromen vanuit de kinderharten. Zonder lief. 

 

Enfin, beste lezers, mocht je toch een lief hebben die je boven alles lief is, dan ga ik je zeker niet beletten om dat vrijdag in rood en roze en glorie te vieren. Maar ik hoop vanuit de grond van mijn hart, die ook bezaait is met bloemen, dat je dat lief van je op elke andere dag ook oprecht graag ziet, niet omdat je dat zou willen maar omdat het écht zo is. 
En hef het glas dan misschien ook eens op pastoor Valentinus, de goeierd die de liefde toch een heel bijzondere dimensie gaf. 

Happy Valentine's day ! 

 

 

 

 

 

 

 

 

REUNIE

De man is weer thuis. Herenigd met vrouw, kind en poezen. Voet flink omzwachteld en 'in de goot'. IJszakjes worden af en aan gehaald evenals koffie, water, bokes, kaften met paperassen en kabeltjes om smartphone en fitbit op te laden. Niet dat die laatste veel stappen zal tellen, het helpt hem alleen om de tijd in de donkere nachturen te kunnen inschatten. Verder is het maar een klein beetje anders dan voorheen. Gewoon weer aanwezig zijn alleen al draagt bij tot een gekende gang van zaken...

 

Babseluk ziet haar 'collega's' ook weer op de stageplek. Al gaat ze daar elke maandag naartoe, ze werkt er dan meestal wel samen met dezelfde persoon. Nu, tijdens de driewekelijkse stageperiode, is de variatie weer groter en dat is een vreugdevol en aangenaam weerzien. Haar aanwezigheid tussen de 'collega's' laat de gekende gang van zaken eveneens weer vlotjes rollen...

 

 

Voor mezelf was er idem dito een reünie gereserveerd. Veertig jaar na het verlaten van de middelbare school laaiden de herinneringen in alle hevigheid op en werd 'whatsapp' heet geblakerd met heen en weer berichten van 'oude' klasgenoten. Een vriendelijk vragen om naar de oudleerlingendag te komen kon eerder vertaald worden naar een 'geen-enkel-excuus-is goed' en dus waren we talrijk aanwezig. En niet alleen wij, als oud leerlingen, maar ook de oud leerkrachten kwamen graag weer in het zicht. Bizar hoe na veertig jaar de titularis niet meer werd aangesproken met 'mevrouw' maar vlotjes met de voornaam. Dan kan, dat mag, dat moèt. Vooral in onze situatie. Jawel, wij hadden een streepje voor, zoals we op die reünie nog hoorden van Frieda : 'Er zijn twee klassen die perfect in mijn geheugen en mijn hart passen : mijn allereerste klas en jullie.'

 

6WB 1980

 

We hadden ook een mooi verbondje, hoor, 6WB. Ik had namelijk een toneelstuk geschreven over de armoede en het onrecht in de 19de eeuw, naar aanleiding van een geschiedenisles, vermoed ik nog, want de tijd veegt al eens door het geheugen. Frieda, onze titularis, zijnde historica en taalkundige, was er op gesprongen als Studio 100 op Daans. De zusters van het aangesloten klooster hadden geen enkele keuze dan hun rood fluwelen salon af te staan aan de buhne in de turnzaal. 25.000 Belgische franken verzamelden we in 5 voorstellingen en dat ten voordele van de arme kindertjes in Brazilië. 
Dat schiep inderdaad een uitzonderlijke band. De internen (die al een heel hechte kliek vormden) hadden nood aan de externen die mee in het project dienden te stappen om het succesvol te maken. Ze kwamen na de schooluren vol enthousiasme mee plannen, oefenen, installeren... Niet één iemand die zeurde. We waren de hechtste groep van de ganse school. Zeker weten. Dat project was de speciale lijm om iets te smeden dat ervoor zorgde dat we op de oudleerlingendag bij elkaar zaten alsof we pas vier dagen geleden afscheid van elkaar genomen hadden. Vriendschap is daar de samenvatting van. De herinneringen lieten dat nog maar eens blijken. 

 

Vriendschap. Is dat niet een héél groot woord? Zelfs een màchtig woord? Het zit hier in huis want de man is meer dan romantiek en de dochter meer dan 'dochter'. Het zit in dames die veertig jaar geleden afzwaaiden en eigenlijk elkaar nooit hebben los gelaten. 
Vriendschap. Het zit overal. In de babbel met de buur, de smile van de cassière, de kopjes van de kat, de knuffel van je kind, je vriend....
Vriendschap. De sidekick van liefde.
Mooi, he. 

 

 

 

 

 

 

 

 

OK

De man heeft wat voor. Hij heeft al vaker wat voorgehad maar deze keer is het toch echt wel 'pffffff'. De man is verpleger en weet dus veel over wat hij al heeft voorgehad en ook nu voorheeft. Dat de rug een zwak punt is daar 'pffffft' hij al niet meer om, daar komt hooguit een zucht aan te pas, hoe ellendig het ook is. Afgescheurde spieren is ook balen maar met de nodige rust en disciplinair trainen, herstelt dat zich zonder enig verder gevolg. Een geforceerde rechterpols die het beu is om het lijf te dienen, tja, da's sakkeren en dat vermenigvuldigt zich pittig als daar een gips omheen gaat. Maar zolang de benen het blijven doen, is de man mobiel en blij want de bips zit niet graag lang op dezelfde plek. 

 

Helaas heeft het noodlot deze keer toch een doeltreffende worp tegen dat onderstel gegooid. Flink raak zelfs. Ik ken niks van medische termen maar het gaat erom dat de voetboog de voet niet meer kon houden en dus doorgezakt is. Laat ons zeggen : een plotse platvoet. Enfin, zo plots is dat niet gegaan, het was als een verraderlijk bruggetje dat wankel stond en het dan plots toch begeven heeft... of zoiets. Het vervolg is : operatie, 'goot', gips, gips en kiné. In tijdsduur gaat dat zo : 5 uur, 2 weken, 4 weken, 6 weken en 3 maanden. Dat wordt dus bedtijd voor een hele poos....

 

Eén gelukje. De diagnose viel in november 2019. De beslissende machten spraken hun verdict uit in december 2019. Pas midden januari 2020 deden de uitvoerende machten wat in hun macht lag. Dat gaf ons toch enige tijd om de verdrinkingsneiging door protestgolven en ongeloof te kanaliseren waardoor we ons op heden weer in vlak water bevinden. Want ik geef toe, er waren enkele weken dat de leuze van happy-at-home binnenshuis niet erg veel aanhang had. Wat ik niet in mezelf wist aanwezig te zijn, was er plots toch en redelijk heftig : chagrijn, wanhoop, zelfs een tikkeltje verwijt... stel het samengevat maar als 'angst'. De man die zoveel nood heeft aan 'bezig' zijn met handen én voeten, de dochter die niet gewend is aan de alom tegenwoordigheid van de man en ik, die nogal erg gesteld is op stilte en rust.... En dan plots de paniek : wat gaat dàt geven ?

 

Enfin, zoals gezegd is de zee opnieuw vlak en kan een mens weer zwemmen en boven blijven door het besef : alles, maar echt àlles gaat voorbij. De grootste euforie en de ellendigste ellende. Niks blijft zoals het is. En elk (voor)oordeel wordt vaak onderuit gehaald door de realiteit waardoor het allemaal 'wel meevalt'. De omgeving suggereerde dat in volle ijver maar mijn ego wilde dat niet echt aanvaarden omdat de ervaring niet gelinkt was aan de omgeving. Iedereen voelt wat hij voelt en dat is voor iedereen anders.
Maar goed, ik zwem nu. Het water is vlak en zelfs niet koud. Ik zwem vlotjes... nog een beetje bang voor de kwallen die zich mogelijk in het stille water schuilhouden maar ik zwem. En de man zwemt ook, zij het vanop het bed, en de dochter zwemt eveneens, op de euforie van de naderende stage. Allemaal hoofdjes boven water. Er zijn ergere dingen. Absoluut. 

 

Het komt wel OK met de man die uit de OK (*) kwam. En het is OK om even dat ego toe te laten. Het is zelfs helemaal OK om angstig te zijn. Maar het is nog meer OK om te aanvaarden wat onvermijdelijk is. Het is wat het is en het is niet eens dramatisch. Het is aanpassen en leren en groeien. Volgens mij een mooie reden van het menselijk bestaan. Ik vind dat helemaal OK
We fiksen dat wel weer. 

 

(*) operatiekamer, he ! 

 

 

 

 

 

JUF PLUIZENBOL

Ik heb de eer 8 jaar internaat in herinnering te hebben. Dat behoeft geen medelijden. De vraag kwam namelijk van mezelf. In grote adoratie voor een buurmeisje zag ik mijn ideaal groeien tussen schoolbanken en chambretten. Dat ging een aantal jaren zelfs heel goed maar vroeg of laat moest daar toch wat rebellie aan te pas komen. Ik ga daar hier en nu niet te veel van opdelven want het is uiteindelijk toch allemaal goed gekomen.

Buiten leerkrachten voor het schoolbord waren er evenzeer veelvuldig aanwezig de substituut moeders, ook wel nonnen genoemd. Je hoort mij nochtans geen kwaad woord zeggen over deze dames. Echt niet. Nu toch niet meer. Destijds, toegegeven,  meer dan een keertje. Er tuimelde zelfs al eens een 'nickname' over de tongen. Bijnamen zoeken was destijds een leuke nevenactiviteit van het studeren en kerkelijke liederen zingen al moet eerlijkheidshalve gezegd dat de begeleiders van het tweede deel toch net wat meer vatbaar waren voor alternatieve benamingen. 

 

Het liefste nonnetje bleef wie ze was. Nooit één woord disrespect gehoord over haar noch uitgesproken door mijn mond. Ze was werkelijk 'moeke II', maar nooit werd ze zo genoemd. Ze bleef altijd die ene zuster W.  met een hart voor kinderen (lees pubers) die puur liefde uitstraalde.  Maar de verscheidenheid in een klooster is even uiteenlopend als de leden van een knutselclub. Zo was er 'de Pest'. Statig. Belezen. Met een deftige nonnennaam maar als ze verscheen, druisden we weg waar we maar weg konden geraken : in de studieboeken, in de WC of onder de dekens... Nochtans heb ik zelf nooit wat te vrezen gehad van haar maar als goedgelovige tiener danste ik mee op het ritme van de roddels.

'De Stier' was nog zo'n gezegend iemand. Ze deed nachtbewaking op de slaapzaal van de hogere jaren. Klein, gedrongen en nogal een nors - en voor zover ik me herinner - vierkant gelaat met kleine, blauwe ogen. Ze sliep schuin tegenover mij. Ook over haar geen extreme oordelen... of toch... die keren dat ze me wilde leren poetsen. Ik had namelijk nooit zin om mijn chambretje te vegen en te schrobben (ik ben niet poetsmanisch) en zuster Stier had altijd commentaar op mijn geplets.
"Hoe doet je moeder dat dan?" vroeg ze me (waarschijnlijk met de beste goodwill ter wereld).
Mijn antwoord was best brutaal en ik mag me gelukkig prijzen dat ik geen opdonder kreeg.
"Dat weet ik niet, wij hebben een poetsvrouw!"
Allemaal niet goed gecommuniceerd : onze poetsvrouw was mijn tante. Ze had verzet nodig na het overlijden van haar man én haar dochtertje waardoor mijn moeder haar ons huis liet onderhouden...
De Stier was volgens mij ook niet de gelukkigste vrouw ter wereld. Hoe ging dat vroeger trouwens : non worden. De keuze leek me duidelijk niet de hare...

 

Enfin. Sinds 2 september sta ik als 'opvoedkundige' onder andere op de speelplaats van een lagere school. De kids zijn uitgelaten en heel speels  wat mij oprecht verheugt. Hoewel, zowat elke 5 minuten (ik heb het in mijn hoofd nageteld) staat er wel een jongen of meisje bij mij met een vraag : 'ju-uuf' of 'ma-aar' en dan begint het verhaal over oneerlijke praktijken in het spel of zwaar verraad tussen BFF's. De eerste weken hoorde ik het soms tuuten tot in Tokyo omdat ik geen besef meer had dat een lagereschoolkind problemen kan maken over futiliteiten. Wel dus. Nu noem ik mezelf ervaren en zie ik met een oogopslag wanneer er binnen de 5 seconden een smekende of woedende blik mijn richting komt aandraven en kan ik door de nodige observatie al inschatten waarover het zal gaan.
Als er een bijnaam mij zou toekomen meen ik mezelf - in alle bescheidenheid - 'Juf Justitia' toe te kennen wegens oordelen te verdelen en vrede te sluiten maar natuurlijk is dat te hoog gegrepen voor een dametje of heertje van 8...
En echt, ik heb er in al die maanden geen fractie van een seconde aan gedacht dat ik een bijnaam zou kunnen krijgen... Maar ik heb' m... 

 

JUF PLUIZENBOL

 

Hij klinkt gelukkig niet als 'De Pest' of als 'De Stier'. Hij klinkt pluizig. Dat komt omdat mijn autosleutel aan een dikke pluizenbol hangt. Vermits ik nergens mijn spullen kwijt kan (tenzij ik een handtas of rugzakje meeneem op de speelplaats wat mij écht onlogisch lijkt) zit mijn autosleutel dus in mijn jaszak. De 'pluizenbol' hang eruit en heeft veel bijval van de derdejaarsmeisjes. De derdejaarsmeisjes die toch ook een vijfdedeel van de bewakingstijd opslokken door te knuffelen met deze juf... Verwarmend voor elk en iedereen. Een enkele ziel uit het vierde jaar vindt diezelfde weg. Van het vijfde niemand en al helemaal niet van het zesde. 
Ik heb dus een hartverwarmende job. Soms ook eentje met een zucht en een - hopelijk - opvoedkundig aspect. Maar vooral hartverwarmend. Met dank aan de pluizenbol en de meiden die 'm hebben opgemerkt. 

 

 

Een bijnaam... Hij is er om een reden. Een pluizenbol, een boze blik of een schrikwekkend bewind. Je hebt 'm rapper dan je wil, zo'n bijnaam. Mensen die je naam niet kennen maar je gezicht en je doen en laten wel opmerken, geven je in een gewoon gesprek een toenaam... Laat ons dus maar een voorbeeld zijn en véél licht en pluizenbollen tentoon spreiden. 

En glimlachen. 

En niet teveel roddels strooien.

En goedhartig zijn. 

En het geluk naar je medemens mikken.

En nog wat meer glimlachen.

En behulpzaam zijn.

En geloven dat het goed is... 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HET VOORNEMEN

Humo. Ken je dat blad ? Je moet ermee overweg kunnen, met die Humo(r). #'s allerhande zouden er kunnen uit voortvloeien maar goed, het is nu eenmaal de Humo. En toch staan daar straffe dingen in, naar mijn mening, heel dicht bij de waarheid en zelfs realistisch te noemen. Bijvoorbeeld : 

 

"Wie een goed voornemen breekt, is een zwakkeling.
Wie er een maakt, is een dwaas."  (F.M. Knowles)

 

Voornemens. Jarenlang heb  ik hardvochtig volhard in het perfectioneren van de voornemens na het middernacht dat nieuwjaar inluidde. Even hardvochtig liet ik ze klakkeloos varen na enkele weken met een of ander onbenullig excuus dat op niks wees dan zwakte. Maar zo is dat niet. Een voornemen heeft de draagkracht van onvermijdelijk falen in zich. Voornemen valt immers eenvoudig te ontleden in 'voor' en 'nemen'.  

 

Je neemt je voor iets te nemen. 

 

Dat wordt moeilijk. 'Nemen' is namelijk niet altijd toegestaan. Vaak (heel vaak) moet je betalen voor je iets mag nemen. 'Voor' betekent dat je positief staat tegenover wat je wilt nemen ... maar ... waarvoor je wel iets dient te betalen om het te krijgen want zomaar iets nemen is gelijk aan stelen en dat mag niet. En de prijs kan soms hoog zijn waardoor enige neiging ontstaat om af te bieden. Maar wij, Belgen onder elkaar, zijn van nature geen afbieders.
Vermits we geen gehoor krijgen op ons marketingsysteem van het afbieden, moet het onderspit gedolven worden. Niks dus van : 'ik probeer het maandag wel weer' of 'ik laat àlle pralines maar de chocolaatjes bij de koffie behoud ik' of 'start to run maar ik doe dat als een walk to the next café'... Zo zijn we toch een beetje, he... 

 

Dus doe dat niet ! Maak géén voornemens. Maak beslissingen ! Kijk alleen al naar het woord,  het kan zelfs niet opgesplitst worden in bestaanbare delen. Er komt zomaar een beetje meer 'doen' aan te pas. Een beslissing niét volbrengen is veel moeilijker dan een voornemen in de wind slaan. Over een voornemen dat niet gehaald wordt, kraait weinig of geen haan. Er worden gewoonweg massaal grappen over gemaakt. Maar een beslissing niet ernstig nemen, dat haalt al eens de krantenkoppen. Kijk maar naar de politiek...

 

Beslissingen nemen doet nadenken. Voornemens zijn bevliegingen. Beslissingen zijn liefde. Voornemens zijn verliefdheid. Het eerste is blijvend, het andere vervliegt... 

 

Het is nog geen Blue Monday, dus schrappen maar die voornemens om ze te smeden tot beslissingen. Beslissingen zijn doordacht en haalbaar. Voornemens zijn wensen en idealen die mooi en fijn en goed zijn in gedachten maar zelden verder geraken. Beslissingen zijn steviger gefundeerd en gaan niet zweven, ze leunen dicht aan bij beloftes en die willen niet geschonden worden.

 

 

Ik maak al jaren geen voornemens meer (en vraag er ook niet naar bij anderen). Ik maak evenmin nog beslissingen tussen 31 december en 2 januari. Ik houd me liever bij die andere traditie van 'gelukkig nieuwjaar, beste wensen en vooral een goede gezondheid' met in de ondertoon :

 

'ik hoop dat je de kracht hebt om in elk moment toch wat geluk te vinden, ik wens je vreugde en liefde om het leven te léven en ik duim ervoor dat je gezondheid vanuit je hart en ziel gediend wordt.'

 

Ik weet het, ik zou het zo moeten zeggen maar deze zin is wel heel lang en voor die uitgesproken is, ben ik al lang verslonden door uitbundig gezoen... Maar bij deze dus...

 
Nog een kleine P.S. : èlke dag kan een beslissing genomen worden. Zelfs elke minuut of seconde. Het nieuwe jaar alleen gaat er niet veel aan veranderen, vrees ik. Het zit gewoon in ons. Wat. Wanneer. En hoe. 

Gewoon beslissen, doordacht en met resultaat. 

Succes ! 

 

 

 

EEN HEMELS KERSTVERHAAL

Kerstmis. Magie. De mooiste tijd van het jaar. Licht. Lach. Het hoort er allemaal bij. En dat zou echt zo moeten zijn. Hoewel, elk jaar opnieuw zal dit feest voor sommigen anders zijn dan de voorbije jaren omdat voor één persoon minder gedekt wordt, één cadeautje minder onder de boom ligt. Iemand is niet meer hier... en wordt gemist. Ik schreef onderstaand verhaal voor al deze mensen en vooral voor de familie, vrienden en leerlingen van een geliefde leerkracht die haar vrije wil gebruikte.
Er bestaat een Lichtplek. 

 

EEN HEMELS KERSTVERHAAL


Hij was tevreden, de kerstengel. Hij had op aarde gedaan wat hij kon en daar nam hij, zoals altijd, vrede mee. Het moeilijkste bleef elk jaar wel weer de vrije wil van de mens te respecteren. Daar mocht en kon hij niets aan veranderen. De aarde bleef nu eenmaal een plek waar de bewoners keuzes maakten en daarbij ook de gevolgen ervan moesten leren onder ogen zien en in het beste geval er dan iets mee doen. 'Leren' noemden de mensen het. 'Groeien' in engelentaal. 

 

De kerstengel was langs elk huis gegaan en hij had getracht het Licht naar binnen te brengen, niet in de huiskamers maar in de harten van de mensen die er leefden. Dat kon heel makkelijk als die harten hem uitnodigden. Moeilijker werd het als het hart twijfelde. Dan straalde hij nog wat feller opdat hij toch gezien kon worden. Enfin, 'gezien'. Mensen 'zagen' hem nooit maar 'voelden' hem meestal wel. Als de twijfel dan werd opzij gezet omdat het Licht met zoveel warmte kwam binnen druisen, dan liet de vreugde die ontstond in het menselijke leven de hele hemel oplichten zodat de engelenkoren dan voluit konden gaan want het geluk van de mens is hun hoogste goed. 

 

Soms moest de kerstengel goed luisteren omdat hij noch gastvrijheid noch twijfel tegen kwam maar wel ongeloof, wrok en zelfs haat. Daar werd hij moe en verdrietig van maar het hoorde nu eenmaal bij de job. Hij stuurde het Licht en luisterde dan goed. In vele gevallen kon hij het wel horen, de vraag van zo'n ongelovige boosheid :  of er iemand zou zijn die liefde en vriendschap zou kunnen brengen of wat begrip zou kunnen tonen en dat verblijdde de kerstengel zodanig dat hij prompt tot actie over ging en onverwachte kaartjes in de bus liet vallen of - zoals gisteren - een kleine kitten in de tuin dropte om de eenzaamheid van een pubermeisje op te heffen. Maar als de mens hem niet toeliet, dan moest hij dat respecteren en verder gaan, zonder meer. 

 

Nu had hij even rust en genoot hij van het azuurblauwe uitzicht dat zich voor hem uitspreidde doorheen de muren van zijn hemelhuis. Witte donswolken passeerden wollig en daar kon hij erg van genieten.
Dan werd er op de deur geklopt. Dat was niet echt ongewoon, er werd wel meermaals geklopt door engelgenoten voor een babbeltje of om vreugde te delen. Maar hij schrok wel, de kerstengel, toen hij voor zich een menselijk wezen zag. Het was een jonge vrouw met vreselijk trieste ogen die bij hem meteen compassie opriepen. Ze leek op een verslenste bloem in de fleur van haar zijn. 
"Kom binnen." Dat zei hij altijd, tegen alles en iedereen en dus ook tegen een menselijk wezen dat daar niet behoorde te zijn.
"Ik... ik weet niet of ik wel welkom ben..." Ze haperde in haar woorden. De engel zweeg en liet haar begaan.
"Ik keek zo op tegen kerstmis. Ik wilde het niet." De vrouw boog haar hoofd in oeverloos verdriet. 
De kerstengel zei niets maar stapte een flintertje van een millimeter opzij waardoor een uitnodigende ruimte vrijkwam, helemaal vervuld met een warmte die de bezoeker zachtjes naar binnen lokte.
"Zet u." Hij wees een kuipzeteltje aan naast een kleine tafel waarop zowaar een tuil bloemen zich ophees uit een kristallen vaas om in volle glorie daar en dan open te bloeien. Het was een opzet. De engel wilde weten hoe de vrouw zou reageren. Het resultaat verbaasde hem niet. Alles was zo dof om haar heen dat de pracht aan haar voorbij ging. En toch was ze niet duister. Geen onding. Geen kwaad. Geen moedwil. Want hij merkte iets op, iets zo mooi en bijzonder. 

 

De vrouw ging zitten zonder verwonderd te zijn over hoe de kuipzetel zich aan haar aanpaste. Ze had nog nooit zo comfortabel gezeten en toch ging het als een leegte aan haar voorbij. 
"Ik weet niet waar ik naartoe moet. Ik ben helemaal verloren gelopen... Al een hele poos... maar nu, met al die lichtjes, al dat feest, ik zag het niet meer en ik dacht... ik dacht dat het zou stoppen als ik mijn levenskoord zou doorknippen... Dan zou alles wel voorbij zijn maar... ik zie het nog steeds niet... ik voel me nog steeds verloren..."
De engel verkleinde zich en liet zijn licht op een zachtere gloed glanzen. 
"Je bent niet langer verloren. Je bent nu hier en dat is goed."
De gebroken ogen richtten zich op naar de kerstengel. 
"Hoe kan dit goed zijn? Ik zie nu hoeveel verdriet ik mijn familie en vrienden heb aangedaan... zelfs mensen waarvan ik het niet eens zou verwachten, hoeveel pijn en verdriet ze hebben ! Hoe kan dit goèd zijn ?"
"Omdat ik iets zie wat jij niet kan zien." De kerstengel glimlachte en even baande een klein lichtje zich een weg doorheen de sombere massa naar het hart van de jonge vrouw. Er verscheen een vonkje hoop in haar ogen.
"Hoe dan ?"
"Ik zie de parels aan jouw aureool. Dat kunnen alleen engelen zien."
"Parels ?"
Hij had haar aandacht. De vale gloed om haar heen vergleed in flauwe warmte en licht. Het zou goed komen. 
"Elke goede daad, hoe klein ook, elke vorm van liefde, hoe klein ook, elke intentie van goedheid, hoe klein ook, vormen parels die aan jouw aureool worden geregen. Elk vriendelijk woord, elk goed gemeend gebaar, elke hartelijke groet zijn grondstoffen voor die parels. Ik zie ze schitteren. Je hebt er vele."
De ogen van de vrouw schoten vol tranen.
"Ze zijn verloren..."
Met zijn zachte handen tilde de kerstengel het gezicht van de vrouw op.
"Parels gaan nooit verloren. Ze transformeren en gaan weer naar de aarde, naar de harten van de mensen met wie je geleefd hebt. Het heeft even tijd nodig maar ze druppelen als herinneringen en koesteringen terug in het leven van je naasten. Dat gaat altijd zo." Hij glimlachte bij het zien van de blozende verbazing op het fijne gelaat. Het kwam goed. Het kwam altijd goed.
"Maar ik... ik heb..."
"Ik weet het. Je was een mens en je had een vrije keuze. Je hebt de keuze gemaakt om je levenskoord door te knippen. Daar hoeft niemand over te oordelen. Ook ik niet."
Er lag nog één vraag in de steeds helder wordende ogen van de menselijke bezoeker.
"Waar kan ik nu naartoe ?"
De kerstengel rees weer uit tot zijn normale grootte en lichtsterkte. De vrouw stond mee op,  ze toonde vertrouwen en hoop.
"Ik neem je mee naar een plek waar je kerstmis kan vieren, waar je rust krijgt, waar je leert contact te hebben met wie je liefhad en waar je opnieuw vertrouwen krijgt in het leven want ooit ga je terug. Dat noemen we de Lichtplek. Omdat er niets zo krachtig is als Licht."
De jonge vrouw glimlachte : "Ik ben dus niet verloren ?"
"Natuurlijk niet". De kerstengel nam haar handen en sprak haar liefdevol toe : "Je bent op de juiste plek want hier gaat geen enkele ziel ooit verloren."

Samen gingen ze naar de Lichtplek. Het was één grote schittering van rust, vreugde en samenhorigheid van zielen die in het voorbije jaar de mensheid verlaten hadden en die nu hun verbondenheid wilden delen met elkaar en met hen die achtergebleven waren op aarde. Het was een feest zoals kerstmis bedoeld werd te zijn. 
De jonge vrouw werd hartelijk verwelkomd en ze wist het nu zeker : geen enkele ziel gaat ooit verloren. 

 

 

 

(copywright : Alma Verhaegen 2019)

 

 

Verzamel parels, verzamel grondstof voor die parels, vergeef en koester, glimlach, wees oprecht en liefdevol. Het kost niets en is toch onbetaalbaar. 

 

MERRY X-MAS !

 

 

 

 

 

 

PAKJESJACHT

December. Donker en koud, bosdieren doen hun winterslaap, de bomen zitten zonder blad, het gras vertikt het om te groeien, sneeuw blijft in de wolken zitten en het jaar is afscheidsklaar. Het is maar goed dat december de laatste maand is, geen enkele is immers zo kort van dag en licht. En de mens heeft dag en licht nodig om het gemoed fit en happy te houden. Dat is bewezen. 

 

Gelukkig heeft december ook een tweede naam die veel leuker in de oren klinkt : feestmaand ! Olé ! 
Sinterklaas die na honderden jaren nog steeds kranig alle daken beklimt om met Pieterman (zwart of bruin of beige of wit of roet) pakjes door de schoorstenen te gooien. Een leugentje maar een leugentje dat niet klein te krijgen is. De enige waarachtige onwaarheid die wordt overgedragen van generatie op generatie, zonder schroom, zonder schuld maar vol van vreugde en blijheid. De Sint. Hij verbindt. 

 

Dan is er kerstmis. Feest van het licht. Toevallig in de donkerste maand van het jaar. Dus verlicht de mens de duisternis met alles wat hij krijgen kan om warmte en sfeer toe te laten. Lichtjes in honderden variaties, kleuren en vibraties dagen op achter en voor huiselijke ramen. Kaarsen gaan vlot branden en kerstbomen weerkaatsen trots en glans.

 

Ik vind dat mooi. Commerce ? Ja, maar toch vind ik het mooi. Ik denk trouwens dat het te vergeven is dat wij hier, in onze maatschappij, zo uitbundig meedoen aan dat kerstgebeuren (ook al zijn we de ware betekenis ervan al lang vergeten) op één voorwaarde : dat we er nederig bij blijven. We leven in een koopwereld die bol staat van te consumeren spullen die graag worden gekocht en getoond. Ik vind dat dat mag maar het kan ook in bescheidenheid en vanuit dankbaarheid. Genieten is voor mij een beetje een heilig woord maar pronken en pralen heeft een zoiets als een boontje dat ooit wel om zijn loontje komt. Dus pleit ik voor bescheidenheid, niet om te moraliseren maar om te motiveren. 

 

Dus wàt met de cadeautjes ?

 

Eerlijk, onze kerstboom is een moeder kloek van een heleboel presentjes. Kleintjes, ook al zitten er grote verpakkingen bij want : wat haal ik binnen aan 2,99 euro voor mijn gasten, is handig, bruikbaar, nuttig of nuttigbaar. 
Voor de man en de dochter gaat dat wel even verder maar het moèt duurzaam zijn waarmee ik bedoel dat het niet dient om de kast als gevangenis te krijgen. 

 

Pakjesjacht. Ik hou er wel van. Voor wie echter inspiratieloos is of weinig zin heeft in zoeken... ik geef een lijstje mee, mogelijk inspireert het... 

 

Boeken doen het àltijd goed : 

* 'Forever young, vijftig is het nieuwe veertig' Martine Prenen (motiverend, vol tips over happiness, voeding, ontspanning, voor dames van 50(+) met een twijfeltje of een ambitie)
* 'De kracht van het nu' Eckhart Tolle (voor wie in een dipje zit of iemand die op zoek is naar geluk in elke seconde van de dag (was mijn trigger om het allemaal effe van een andere kant te gaan bekijken)
* Voor veggies : de kookboeken van 'Forest Feast' (Erin Gleeson)
* Voor powergirls : de boeken van Claudia van Avermaet (yes, zus van...)
* 'Happy cats' Anneleen Bru (must have voor de kattenliefhebber)
* 'Mood Food' Goedele Leysen (voor gezondheidsfreaks ; ze heeft nog meerdere titels die kunnen motiveren)

 

Muziek is ook een vreugdevol geschenk. Van André Rieu over Clouseau naar hard rock. De juiste muziek is altijd happinessss ! 

 

Varia : 
* een toppie balpen en een notablok (niemand kan toch zonder)
* een notenkraker (een échte) en verse notenmengeling (heel gezond, trouwens)
* een stel hippe sokken (Veritas is daar goed in)
* als je gaat voor een wijntje, pik er dan eens een bio uit, eerlijk voor mens en natuur
* receptjes allerlei, van koek tot confituur (internet staat er bol van, check wie wat lekker vindt, print of schrijf mooi over en voeg meteen alle ingrediënten toe)
* je kan je topgerechtje klaarmaken en in een mooie bewaarpot doen (zonder recept want je wil je geheim niet prijsgeven (spaghettisaus is hier een topper))
* andere home-made stuff voor de doe-het-zelver (aromalifestyle.nl en druantia.be geven leuke receptjes voor allerlei verzorgings- en huishoudmiddeltjes)
* enkele kleine geschenkjes : Yves Rocher heeft mini-handcrèmetjes, douchegels, nagellakjes... ; Kruidvat heeft eveneens een groot assortiment mini's van huismerk tot Kneipp... ; stap eens een natuurwinkel binnen en concentreer je op de kleine prijsjes (zo kan je thuiskomen met citroenzeste, helemaal bio en dus veilig, lekkere aromageurtjes zonder gif, lippenbalsem of een kerstthee...)

Speciallekes : 

* een liefdevolle, dankbare brief (aan wie je het misschien niet echt durft te zeggen) is een gratis onbetaalbaar cadeau (in een mooi kokertje oogt het nog specialer (knutselaars maken dat zelf van een keukenrol)
* bonnetjes : goed voor 10x autowassen, 20 uur recht op ongestoord bezit nemen van de badkamer, maandelijks een kookvrije dag, massage, … laat je maar eens gaan, er zijn 365/6 dagen in een jaar ! 
* uitnodiging tot het doneren aan een goed doel... yep, da's een moeilijke maar bedenk dat wij het hier megagoed hebben en elders veel leed is (voor als de kasten vol zitten en de inspiratie waarachtig zero is)

 

En dan nog één gouden tip : 
vergeet je glimlach niet ! 

 

 

 

 

 

KONING KAT

Leeuw. Koning der dieren. Vond ik maar niks. Zo'n lui, arrogant kijkend katwezen dat de vrouwen aan het werk zet. Brullen als de beste, dat wel, maar iets doèn ? Nope. De hele dag op z'n luie buik liggen niksen. Als de dames dan uiteindelijk komen melden dat een viervoeter met hoeven het bijltje heeft gelegd door het toedoen van hun samenwerkende krachten en klauwen, dan komt meneer zijn deel opeisen en iedereen moet opzij voor zijne majesteit. 
Bwah !

 

Heb ik lang gehad, dat idee. Een mooi voorbeeld van een vooroordeel want ik ben nog nooit in Afrika geweest en in de zoo ligt Sire uiteraard alleen maar te liggen want de vlezige billen komen zomaar uit de hemel vallen. Tuurlijk oogt hij dan lui en arrogant.
Dat veranderde door tekeningen. Disney's beste artiesten kregen inkijk in het leven van de leeuw en gooiden dat op het witte scherm in een prachtige weergave van de king. Nog erger werd mijn oorspronkelijke idee overtroefd door de live-action-versie ervan (nog niet gezien ? DOEN !). Hij is niet lui, die Leeuwenkoning. Hij moet namelijk ook veel nadenken en oplossingen zoeken voor de hele dierenbende, daarbij hoort ook het brullen om zijn gezag te laten gelden (en al vind ik lawaai nu niet bepaald het beste middel om gehoor te krijgen, ik bezondig me er tijdens het middagtoezicht ook aan, anders gaan die 80 kleppers vierkant en driehoekig met mij aan de haal). Hij zit ook vol wijsheid, die Leeuwenkoning... Zo leerde ik die manenman waarderen. De arrogantie werd vervangen door een 'weten' en het brullen door 'respect', de 'bediening' door... wel, kijk, in sommige dingen zijn vrouwen nu eenmaal beter!

 

In dit huis leven twee katten al meer dan 11 jaar samen met  ons. Ze horen gewoon bij ons gezin. Als vanzelfsprekend. Ooit gered uit de handen van 'viervoetenverwaarlozers'. Honderden euro's hebben we aan die kittens uitgegeven om ze toch maar weer gezond te krijgen. Zonder geklaag, met veel goede intenties en tonnen bezorgdheid. De dank is niet uitgebleven. Ze verwelkomen ons iedere morgen met de welgekende kopjes aan de onderste ledematen van elke huisgenoot. Dat beroert een menselijke hart en vooral dat van mij wegens tjokvol dierenvonkjes.

 

De witte en de grijze. Lekker fluffy en aaibaar. Dat leidt tot vertroetelarij, wat op zich herkenning geeft in het brein van de poes. De Witte heeft zelfs een zéér slim brein. Daar bovenop ook nog een bijzonder stemgeluid. (Ik las ooit dat gemiauw dezelfde trilling kan hebben als een huilende baby : als moeder kàn je daar dus niet aan weerstaan.) 
De witte heet Finn maar eigenlijk verdient hij de naam 'Napoleon'. Hij heeft zichzelf namelijk tot keizer gekroond. Zijn witte vacht sprankelt en wordt danig goed onderhouden door zijn raspige tong. De 'air' die in zijn staart zit, getuigt van gratie die respect eist. Dankzij de nuchtere kijk van mijn mede huisgenoten blijft de titel wel beperkt tot 'koning'. Er zijn namelijk grenzen, zo blijkt. 

Finn blijft hoe dan ook bijzonder innemend. Heeft een miauw die inderdaad zo klagelijk en indringend is dat het lijkt alsof het een stervenskreet is. Maar hij heeft ook andere miauwtjes. De morgengroet, vol avontuur van de voorbije nacht,  waardoor ik precies weet of hij buitenshuis op de boer is gegaan of dat hij binnen in de garage zijn eigen feestje heeft gebouwd. En dan is er nog die ene, heel speciaal tot mij gerichte, 'mow'. Blijkbaar horen man en kind dat niet maar voor mij is het klaar als kraantjeswater. De koning des huizes wil met die 'mow' op de schoot. 'Neen' is dan steevast het weerwoord maar weerwoorden werken niet bij deze hoogheid. Echt niet. Schoot dus. Hoewel vaak met een zucht en rollende ogen, de eerste hofdame des huizes laat het helemaal toe. En dan gebeurt er wat... het wordt warm rond mijn hartstreek als de poezenprrrrrrrr tot in mijn binnenste doordringt. In een routineus gebaar glijdt mijn hand van kop naar staart en Sire laat het zich welgevallen. Eerlijk, het is ook voor mij enorm rustgevend, Koning Kat op de schoot. Arrogantie en luiheid deinen helemaal weg in halfdicht geknepen groene ogen van dankbaarheid. Bovendien is het ook wetenschappelijk bewezen dat het geprrrrrrrrrrrrr van een kat op schoot het gestel en gemoed van de mens heelt. Kijk eens aan. Laat mij maar hofdame zijn, Koning Kat mag hier heersen.

(Voorstel : neem een kat in huis. Het is een goed item voor plan 'happy'.) 

 

HARTENDIEF

Het is een vreemd gegeven, dat woord. Het kan luguber zijn als de orgaanhandel om de hoek komt kijken maar het kan evenzeer romantisch zijn als de liefde je zodanig overdondert dat je hart even wordt overgenomen door iemand anders. Het kan ook gewoon 'iets' zijn dat je zodanig verblijdt dat daar instant een tatoe van op je leven wordt gespat. Of het kan ook gewoon iemand zijn die je raakt : opa met zijn grappen of de buurman die je hond uitlaat omdat jij uren in de file staat, tante Kaat die de vlek wegwerkt uit je lievelingsjurk, Justin Bieber voor de bakvisjes en Camilla  Cabello voor de puberboys. In elk leven vermoed ik wel zo'n pikkendief. 

 

Het nog meer vreemde aan dit woord is dat als het één keer in je leven gebeurt, je hart een beetje de hond van Pavlov wordt. Elke herinnering, hoe klein ook aan de dief, laat het gevoel weer opdagen en plots ben je opnieuw 'high' van geluk ! Het hart herinnert. Schoon toch. Hartendieven zijn ook schoon. Ze maken je blij. 
Wat mij ook blij maakt is muziek. Naar mijn mening is dat zelfs de topper onder de hartendieven. Ieder heeft wellicht zijn eigen genre maar de reden waarom we er naar luisteren is omdat het iets met ons doet. Vreugde scheppen. Ontroeren. Aanmoedigen. Relaxen... Muziek heelt.

 

Vorig weekend vonden Babseluk en ik de hond van Pavlov weer in ons hart. En hij ging fel tekeer die hond van ons. 
In de latere jaren van de lagere school had Babseluk namelijk een vriendinnetje. Het énige échte tot nog toe. Ze was een jaartje jonger maar dat maakte niks uit. Ze begreep Babseluk en nam haar helemaal zoals ze was. Ze hielp onze meid creatief te zijn : tekenen, kleuren, knutselen, met veel geduld want Babseluk was (en is) niet echt handig. We brachten dat meisje na schooltijd naar de academie want er huisde een duizendpoot in haar : tekenen, muziek, zang, woord, ze deed het allemaal.  Een lagere school stopt echter na het zesde jaar en het was een lastig afscheid. Er bleef altijd nog wel een afstandscontactje maar nooit vergat de een de ander. 
De duizendpoot in het meisje specialiseerde zich in muziek. En dus, het voorbije weekend, werden wij door haar uitgenodigd bij de opnames van Belgium's Got Talent, de talentenjacht op VTM, waar zij alle voorrondes al veroverd had met haar gouden stem. 
Hoe goed de BFF destijds al zong, ze heeft dat werkwoord nu toch een heel andere dimensie gegeven. Kippenvel. Tranen van geluk. Pavlov huilde mee van schoonheid. Ons hart werd gestolen en duizendmaal groter terug gebracht want hartendieven pikken niet maar géven.
Babseluk genoot van iets waarvan ik nooit had gedacht dat ze het - gezien tijdsduur en drukte - had aangekund. Maar volle hartjes kunnen veel aan. Heel veel.

 

Mijn blog is geen reclamebureau. Mijn blog helpt mij meer alert te zijn, meer op te merken en meer toe te laten in mijn leven zodat ik het kan delen en mogelijk ook al eens een hartje wat voller maak. Wat mij 'pakt' wil ik oprecht delen. Dus mis je al eens een hond in je hart of een diefje die er wat instopt ? Iets of iemand die verblijdt, die rààkt daar waar het mooiste naar boven kan komen, kijk dan vrijdag aanstaande naar de VTM-show Belgium's Got Talent. Houd alvast een GSM in de aanslag en zie de BFF zingen. Hoor haar vooral de overstijgende trap daarvan brengen. Open je hart (en houd een zakdoek bij de hand), luister goed naar de jury, geef je helemaal over aan de schoonheid van die kleine sopraan. Ik beloof het je : je wordt happy !

 

 

 

 

HALLOWEEN 

Je wéét dat het allemaal nep is, al die horror van Halloween maar stel dat er iemand aan je deur zou bellen, uitgedost in een afgrijselijke zombietenue met bloedogen en een vale teint die de dood wel heel nabij brengt... je zou toch wel schrikken, neen ? En toch zit het in ons bloed, zij het heel erg verdund van alle generaties voor ons want Halloween komt echt niet uit de States (al heeft Trump er ook wel een trekje van :) ). Wij waren eerst. Onze verre voorouders. Als kleine historicus wil ik de traditie heel beknopt verduidelijken. 
Nog voor de Romeinen onze grond inpalmden, leefden hier de Kelten. Hun gebied strekte ver uit in onze naburige landen en overzee. We waren een sterk volk met een uitgebreide traditie en cultuur. 31 oktober was toen wat 31 december nu voor ons is : het einde van het jaar. De oogst was binnen, het werk gedaan en dus tijd voor een feestje. Het bijgeloof wilde dat feestjes konden verpest worden door opgestane doden en daar moest dus wat aan gedaan worden. Er werd verkleed en gemaskerd, best zo gruwelijk mogelijk om die doden de stuipen op het lijf en weer in hun graf te jagen. En zie, duizenden jaren later is de traditie nog min of meer een levend gegeven. 

 

De commercie heeft er zijn voordeel uit gehaald, uiteraard. En ja, dàt komt dan inderdaad vanuit het westen. Toegegeven, ik vind het wel toch leuk en ik doe er met weinig schuldgevoel een beetje aan mee. Een beetje. En een beetje netjes. Het bloed drijft niet van onze muren. Het oranje van de pompoenen is dan weer wel veelvuldig aanwezig in theelichtvormpjes en hittebestendige figuren. De altijd aanwezig bloemen dragen nu de naam van chrysanten en ze zijn énorm sterk, die fleurtjes, alsof ze hun hele omgeving willen zuiveren van al die boosaardige krachten die deze tijd willen opduiken. 

 

De afgrijselijke zombies dezer dagen tevoorschijn komen op het grote of kleine scherm hoeven voor mij niet. Ze maken mij niet bang, ik heb gewoon een afkeer van donkere energieën. Ik ben ervan overtuigd dat geen enkele duistere geest mijn territorium binnen dringt. Daar straalt immers te veel licht en liefde en dat is nefast voor die ondingen (dat wisten de Kelten toen nog niet). 
En voor wie vlug bang is, een klein scheetje is, niet alleen tijdens Halloween maar all the way... Ik heb een 'trick to treat you'. 
STAND TALL. Maak je groot! Recht je ruggengraat! Dat is 1) goed voor je houding, 2) goed voor je gezondheid (stevige botjes en spieren), 3) goed voor je zelfvertrouwen. Hoofd omhoog dus, in élke situatie. Neem je ruimte in! Druk de schouders omlaag en naar achter (dat bespaart je véél hoofdpijn). Kijk om je heen. Er is nièts om bang voor te zijn. 
Kijk eens aan, je bent al 5 centimeter gegroeid en zo groeit je aura ook mee! Dat wordt gezien! Dat geeft respect. Dat straalt eigenwaarde uit. 
Waar ook, wanneer ook : recht die rug, hef het hoofd. Niemand kan je buiten jouw wil om bang maken. Swipe! Veeg weg die angst! Halloween was oorspronkelijk het feest van het leven omdat na al het werk eindelijk gedaan kon worden waar een mens het best zou moeten in zijn :
GENIETEN.

 

 

 

 

MINDSET

Ik heb het niet vaak, slechte nachten. Onlangs dook er echter weer eentje op. Slaap is mij dierbaar. Ik doe dat ook graag omdat ik een felle dromer ben en ik er kan van genieten om 's ochtends bij het ontluiken van het hier en nu dat allemaal te ontleden. Niet gedroomd is niet geslapen, zo meen ik. 
De film was de schuldige. Uiteraard. Hij moest maar niet zo goed zijn en wat minder tijd in beslag nemen van een vermoeid mens! Normaal laat ik dat niet toe. Moe = naar bed en slapen. Vermoeidheid willen overtreffen is het lichaam carte blanche geven om door te gaan en met de film gedaan was dus ook de slaap vervlogen. Foutje. Het zandmannetje had zijn ronde gedaan en ik was niet op post geweest... 

 

Alle ongemakken van een slapeloze nacht dagen dan onverbloemd op : deken te dik en ik veel te warm, iets waar ik op andere nachten geen spatje zweet om laat want lekker warm inslapen is een garantie voor een goede nachtrust. De man - die hardleers - toch op de rug blijft slapen en daarbij de nodige geluidjes maakt, krijg ik niet op zijn zijde gedraaid en dus gaat het mono in mijn rechteroor : 'fluit - zucht -prrr', iets waar ik in meer dan driehonderd nachten per jaar geen seconde iets van hoor. 
Ik kan mezelf daarin kalmeren. Jawel. Ok, ik slaap niet maar ik rust wel. Hartslag opdrijven heeft hier uiteraard een averechts effect. Dus ik blijf liggen, vingers in de oren en voeten uit het bed. Hij komt wel, de slaap. 
Hij kwam, zij het kwakkelig, in horten en stoten. De dromen waren er-ger-lijk! Overal broodroosters. Ze vlogen stuk voor stuk in de fik omdat ik er pistolets wilde in proppen ! Dromen zijn zooooooo idioot ! Ik moest het proberen met brood maar ik vond geen brood en dus moest ik op queeste... Ver-moei-end. Zeker als in het midden van die zoektocht de wekker zegt dat de dag me nodig heeft. Jeezes… 

 

Zo'n nacht kruipt onder mijn vel. Kregelig word ik ervan. Zeker toen ik de confrontatie met de broodautomaat op het einde van de straat aan ging. Volkoren ligt helemaal onderaan, de vijfde blok. Ik weet dat. Al lang. Heel lang. Hoezeer een brein reageert op vermoeidheid en horrorwaardige dromen. 4. Ik druk op 4. 4 was niet eens gevuld. Braaf draait het plateau naar de volgende schakel, deurtje open maar er valt niks te rapen. 4 is immers leeg. Ik heb dat waargenomen en toch liet mijn brein mij dat nummer intikken. Geld terug vorderen is ijle hoop want de schakel had gedraaid. 
OK. Kans 2 dan maar want ik heb immers een volkoren en een witje nodig, Babseluk wil van elk wat. Duw ik deze keer, zeer alert, het juiste cijfer in voor plateau 2. Er gebeurt niets. De automaat is zijn automatisatie kwijt. Geld-terug-knop ? Neen, gegeven is gegeven. 
Dan gaat er in mijn kalme lijf toch een geiser aan de gang die het brein en de geest wegblaast met een enorme kracht vol tekstballonnetjes gevuld met lelijke tekens. De bakker heeft zijn geld hier gemakkelijk verdiend en nog veel meer van die weinig vrolijke gedachten torpederen mijn wezen. Pas terug in de auto besef ik dat ik beter kalm aan doe. Een ongeluk is rap gebeurd op basis van omver geblazen emoties. 
Mindset. 

 

Er zijn nog meerdere automaten. Babseluk eet pas op de middag. Er is tijd voor oplossingen. Kalm terug naar huis. Kalm uitgelegd dat de brooddoos niet kan gevuld worden maar toch vol naar school zal gebracht worden. Kalm te voet naar school zoals altijd.
Tegen beter weten in neem ik toch wat nikkel mee want de broodboxen die we onderweg tegen komen zijn meer leeg dan vol.  Onderweg de mindset verder gezet : neen, slechte nacht met falende dromen en wat pech in de ochtend betekent nièt dat de rest van de dag verdoemd is. Focus ! 
De geiser ging liggen en een soort Great Barrier Mood daagde op in mijn hoofd. Vertrouwen hebben. Denken aan gevulde brooddinges. Het hele traject. En dan staren de twee broodautomaten me in volle glorie aan. Links is helemaal leeg zoals gewoonlijk. Rechts geeft nog twee gevulde plateaus weer : volkoren en wit... Ik kan toveren. 

 

Mindset. Het is de simpele alchemie die alle grijs weer wit maakt. Je eigen tovenaar worden, het is echt niet zo moeilijk. Eén is niet twee als het om ongeluk gaat, ook al gaat het in de volksmond anders. Het zit in je hoofd. Eén is gewoon één en de rest bepaal je merendeels zelf. Denk en denk goed. Geloof en geloof goed. Het werkt. We zijn allemaal tovenaars. 

 

 

 

 

 

 

 

BUURTEN

Wordt het nog wel gedaan, buurten, in deze maatschappij van presteren en moeten vooruitgaan ?  Ik leerde het kennen als kleine meid toen we naar mijn grootmoeder gingen. Ze woonden aan een - toen al - 'grote' weg waarlangs vele huizen stonden en er 'verkeer' was. In de lange zomeravonden gingen de voordeuren open en daagden kleurrijke klapstoelen op, netjes op een rij en ingenomen door de hele buurt. De kids mochten spelen in het voortuintje en we telden de auto's : de witte, de blauwe, de groene. Het verkeer was toen peanuts in vergelijking met wat het nu is op die grote weg. Toen ontstonden er nog stiltemomenten tussen de passerende auto's waarop er met de overkant werd gecommuniceerd. Er werd véél gebuurt toen. 

 

Ik woon in het centrum van Heist. Ik woon hier graag. Het is handig met alles zo dicht in de buurt. Mijn straat is geen grote weg maar een smalletje met éénrinchtingsverkeer. De overkant wordt helemaal ingenomen door het al dan niet gekende cultuurcentrum. 'Mijn' kant is een gesloten keten van rijwoningen en daar wonen mensen in. Ik ken ze, die mensen, enfin, ik ken hun gezichten.  Maar buurten ? … Neen.
Neem nu de laatste nieuwkomers. Roemenen. Ik geef toe dat ik daarbij al een vooroordelend gevoel had. Heimelijke bedenkingen zoals 'waar halen die het geld vandaan om in die nieuwbouw een appartement te huren' en (helaas ook) 'deuren vastmaken!'. Bovendien waren het eerste keus zuurpruimen. Nooit een knikje of een goedendag. Solotrippers, buh !  

 

De onderburen van de Roemenen zijn onberispelijke Belgen waarmee we een goed contact hebben maar buurten doen we niet. Het 4-appartementsblok daarnaast is bewoond door mensen met een groot hart voor dieren maar van de 5 bewoners ken ik slechts één bij naam. 
De buren van die buren ken ik het best van allemaal : ik ben daar één keer iets gaan vragen en één keer werd door hen bij ons iets gevraagd. Dat was heel even buurten. 
Daarnaast is de kledingswinkel met bijhorende woning van een alleenstaande mama. Alleen als Bol.com zijn pakje niet kan afleveren aan ons adres, ga ik naar daar. Niks buurten. Vriendelijk oppikken, dank je wel en wegwezen. 

 

Dan heb je Jeannine, je al bekend, die ondertussen een slotje op haar hek heeft met een bel ernaast zodat er geen 'doenkere' meer haar portemonnee komt stelen. 
Het enige stukje braakland in onze straat wordt gevolgd door het 'spookhuis'. Ik weet wel wie er woont. Een stel zonder naam dat nooit de rolluiken optrekt. De voorgevel is nog nauwelijks zichtbaar door een voortuin die in de verste verte geen plek meer heeft voor kleurrijke klapstoeltjes. En toch staat er op donderdagmorgen, als de vuilniswagen langs komt, de bak keurig op de stoep. Er is leven in dat spookhuis. 

 

Een straat volgt en daar zie je dan op de hoek die onberispelijke woning. Het voortuintje is met millimeterwerk verzorgd. Klein vijvertje, netjes overkapt door een gaasdraad om de reiger weg te houden van de goudvissen. Gelabelde plantjes en een gazonnetje geschoren door Gilette. Ook die mensen 'ken' ik. Ze zijn heel... euh… 'netjes' maar altijd vriendelijk met een oprechte goeiedag. En kijk, blijken ze een puppy te hebben ! Dat is een factor die mijn interesse triggert. 
Kom ik eerder deze week de 'nette' dame tegen aan de kassa van de supermarkt. Grote dierenvriend in mij vraagt naar de kleine pluizenbol. En wow! Daar begon het ! En het stopte niet meer, haar woordenstroom. Afrekenen met de cassière lukte nog net maar verder ontsnappen niet meer. Samen naar buiten, samen in de regen. Het bleef maar gaan, het nat en het woord. En neen, het was haar hondje niet maar dat van haar dochter die geen kinderen kon krijgen. En dan volgde de hele ontstaansgeschiedenis van de Nordfolk Terriër en het tere aan dat stoere ras. Flashbacks uit haar leven volgden elkaar in razendsnel tempo op. Af en toe gaf ik een 'oh' en een 'ja, da's waar' maar het stoorde me niks. Op een kleine tien minuten tijd leerde ik de verre buurvrouw, haar verleden, haar heden, haar leeftijd, haar dagelijkse bezigheden kennen. En dan kwam er plots weer de tijd in haar leven die besliste dat ze weer aan het werk moest. Daaag ! Haar naam ? Neen. Maar kijk, ik heb gebuurt, zij het niet op een kleurrijk klapstoeltje. 

 

En de Roemenen ? Mijn hardnekkige glimlach en 'hallootjes' hebben het gewonnen. En jawel, ik ken ook zijn naam. Hij lijkt het nu zelfs leuk te vinden om een 'heeejjj' op mijn 'hallo' te kunnen laten echoën. Laat ons maar stellen dat dit ook een vorm van buurten is. 

Buren. Ze zijn er met een reden. 
Groet ze. 
Draag zorg voor ze. 
Glimlach naar ze.
Buurt met ze. 

 

 

 

 

 

 

LDVD

De liefde. Het is wat. Te zien, te voelen in alle vormen en kleuren. Even voelde ik deze week zelfs een intens gevoel voor de regen al moet ik bekennen dat het weinig of niets te doen had met een mogelijke vorm van verliefdheid. Het ging niet zozeer om de natte stralen maar wel om de schoonheid van het wolkendek. De schakeringen waren waarempel niet in woorden vatbaar : alle tinten grijs (in de brave versie) met veegjes witte moed en vleugjes 'jawel-achter-de-wolken-is-er-nog-altijd-de-blauwe-lucht'. Kijk eens aan. De natuur doet het nodige en de herfst behoort ook herfstig te zijn. Enfin, de lucht heeft mijn hart deze week beroerd en hoewel ik zelf een oktobermeisje ben, is het afglijden naar de winter niet bepaald mijn favoriete tijd van het jaar. 

 

Terug naar de liefde. Gerodeerd in de job heb ik al vele akkefietjes helpen oplossen, gaande van: 'ik ben mijn brooddoos vergeten' tot 'ze slagen mij' met tussenin nog 'de meisjes gaan voor de goal staan, zo kunnen we niet voetballen' overhellend naar 'ze zeggen dat ik een snotneus ben'. Brandhaartjes die gelukkig op een betonnen speelplaats niet erg kunnen ontaarden in brandweerwaardige vuurpoelen. 
Deze week waren er echter bijzonder ernstige aangelegenheden die aandacht vroegen. Het ging over zéér serieuze dingen die kinderharten binnenvielen met snijwonden van jewelste als gevolg. LDVD.

 

Het meisje dat ik al langer had opgemerkt (derde leerjaar, groot, hip gekleed en zéér bewust van zichzelf), dat meisje verbrak haar 'relatie' met een klasgenootje. Het gastje was minstens voorhoofd, neus en kin kleiner dan zijn muze en het verdriet van het kereltje spreidde zich uit over de hele speelplaats. 
Meisje vluchtte met haar aanhang naar de WC,  jongen met zijn aanhang in wanhoop er achter aan. Dan moet ik optreden. Toiletten dienen tot andere dingen dan dat. De confrontatie was onvermijdelijk. Haar helblauwe ogen vol drama keken me niet aan, neen, dan viel het mystieke weg en dat wist ze duivels goed. De pruillippen lieten wel los dat ze het had uitgemaakt. De kleine man, flink tegen zijn ego getrapt, wilde weten waarom. Het kleine drama wilde dat niet zeggen en bijgestaan door de blonde tweeling met al evenveel sterallures, ging ze weg met de woorden: 'Ik heb hier niets meer aan toe te voegen'.
De kleine man bleef verweesd achter. Zeggen dat de tijd het wel in orde zou brengen en de wondjes zou helen, was de enige troost die ik kon uitbrengen tegen de liefdessneetjes bij de achtjarige. 

 

De dag nadien werd er weer gespeeld, zij het nog de meisjes met de meisjes en de jongens met de jongens. Tijd heelt inderdaad, langzaam maar zeker.
En dan zag ik dat andere kleine ventje. Ik herkende hem meteen omdat hij op de eerste schooldag een T-shirt droeg met daarop 'WITTEKOP'. Dat was hij ook en mijn geheugen reageert pittig op zulke dingen. Maar Wittekop had verdriet. Hij huilde bitter in de rij. Uiteraard vroeg ik wat er scheelde. Hij hikte de noodzaak van een antwoord weg. OK. Dat respecteerde ik al bleef ik hem verder wel goed in de gaten houden.
Even later zag ik het helse kliekje van het zesde (schelmen eerste klas!) op een kluitje staan met middenin Wittekop. Oh jee, toch geen pesterijen ?
'Neen, juf,'  begon de grootste deugneut van de serie, 'hij heeft een gebroken hart. Zijn liefje heeft het uitgemaakt.'
De stoere bink hield zijn armen stevig om het kleine ventje, strelende handen langs de schokkend rug. De soortgenoten strooiden hun troost al evenzeer uit over het slachtoffer van dat intense liefdesverdriet. Het was bijna ontroerend, de kleppers van het zesde die zich ontfermden als big bro's over de Wittekop van het vierde. Liefde dat verdriet wilde overtreffen. 

 

Het was bijna lachwekkend, liefdesdrama's op een lagere school in een naburige dorp maar ik heb niet gelachen, niet in het minst. De pijn was écht. Er zoemen wel vragen door mijn hoofd met enige bezorgdheid omtrent het opgroeiende grut dat dit leed op welk vlak dan ook meemaakte. Hoe gaat het thuis bij de kleine drama-queen? Wat ziet ze, wat hoort ze? Kopieert ze dat? Hoe moet de kleine man verder met het eerste sneetje in zijn hart? Kan hij dat in zijn veilige thuis kwijt? Durft hij dat? Kan hij dat? Màg hij dat... liefdesverdriet hebben. En Wittekop. Hij kon zijn verdriet niet onderdrukken maar wilde de zwakheid niet aan mij laten zien. Zou hij dat bij zijn mama wel kunnen? Hebben ze wel happy homes? Of houden ze alles stil verborgen in hun kleine hart tot ze op school hopen op wat begrip... of sensatie... of liefde.
In elk geval. Mijn hart is groot. Héél groot.

 

 

 

 

 

 

SPIDERMAN

Ik heb niet zoveel met Spiderman. Film één gezien op TV en wel blijven kijken omdat het toch op een of andere manier mijn hersencellen bleef prikkelen maar de behoefte om al de sequals in de bioscoop te gaan opzoeken, lag dan weer veel te ver uit mijn interesseveld. De manier alleen al waarop de held is ontstaan - een spinnenbeet! - liet een horrorachtige indruk op me na. 
Geef mij maar Zorro. Puur naturel en niks anders nodig dan gezond verstand en wat lappen zwarte stof. En ja! Een paard ook ! Vooral dàt! Zo'n zwarte Andalusiër met golvende manen en een staart die het woord 'paardenstaart' ver overstijgt. Spiderman krijgt zijn krachten van buitenaf en Zorro, die heeft gewoon héél hard moeten trainen om die degen alle kanten te laten opflitsen. Ik houd van naturel. 

 

Zorro komt helaas niet opduiken. Spiderman daarentegen wel. Hij doet onnavolgbare kunstjes in onze tuin en ik kan er alleen maar met veel bewondering naar kijken. Er valt helemaal geen lady te redden, hij doet het helemaal uit zichzelf én voor zichzelf. Hij bouwt een web. Gi-gan-tisch! De man en ik hebben het zowat nagemeten : hij begon op vijf meter hoogte en heeft zich dan onbevreesd naar onze Amerikaanse bosbessenplant - zes meter verder en drie meter lager - gegooid... Onze Spinnenman heeft niet het roodblauwe pakje aan, hij is donkergrijs en zijn lengte is zelfs voor een kabouter piepklein. Maar hij hangt er. Aan flinterdunne speekseldraadjes, komende van vijf meter hoogte met een mooi raster rond ons fruitboompje om dan versteviging aan te brengen aan de andere zijmuur en weer twee meter hogerop zijn net compleet te maken. Als dààr geen prooi in terecht komt.

 

De wind is fel. De regen ook. Maar Spiderman is stoer en verdraagt het met veel overgave. Kijk eens aan. Ik sta binnen en ril. Niet omwille van het achtpotige monstertje maar omdat de wind en de kilte de herfst naar binnen brengt. Tijd voor wat warmers. Dat geldt echter niet voor 'buiten'wezens. Koud- of warmbloedig, er is geen verwarming daar, tenzij de steeds schaarser wordende zonnestralen, of mogelijk een kuiltje in de schoot van Moeder Aarde. Even aan de thermostaat tikken, zoals ik dat kan doen, hoort er voor hen niet bij. 

 

De echte helden wonen buiten. Hun instinct is hun overlevingskracht. Ze gaan door. Ze zeuren niet. Ze twijfelen niet. Het is niet van kiezen maar van noodzaak. Niet doen is doodgaan. Ze maken er geen punt van, ze doen het uit liefde voor het leven. 
De natuur heeft een leidraad die al miljoenen jaren gevolgd wordt, lang voor de mens er zich kwam mee bemoeien. Diezelfde natuur doet nog steeds wat ze moet doen. Wij doen dat al lang niet meer. Meppen en pletten. Ik doe het ook, hoor, maar nooit zonder 'sorry' te zeggen tegen de zes- of achtpotigen die ik hun leven ontneem. 
Spiderman heeft daar nu misschien verandering in gebracht. Na een donkere en brutale wolkbreuk is zijn prachtige web verwoest. De heldhaftigheid werd een leegte en ik vraag me oprecht bezorgd af waar hij nu is, de kleine held. Ik hoop dat hij de weg weer vindt, vijf meter opwaarts. De bessenboom wacht op hem. En ik ook. Kom op, Spinnenman, je kan het !! 

 

EGOTRIPPEN

Soms ben ik erg verleidbaar en sta ik het ook toe om me te laten verleiden. Heel subtiel. De directe aanpak heeft minder vat op me. Het gebeurt meestal op weinig interessante momenten. Ogenblikken waarop ik even vergeet aandacht te schenken aan hier en nu. En dan daagt hij op. Rank en rijzig, doet zich nogal imposant voor maar niet afstotelijk... eerder innemend op een heimelijke manier. Ik ken hem goed en dus laat ik het maar gebeuren. Hij spreekt tot me op een manier die ik klakkeloos toelaat omdat hij mij ook kent en dus wéét hoe hij me kan inpalmen. Het is niet eens respectloos, het is meer... hoe zal ik het zeggen... overtuigend. Ja, dat is het woord. Overtuigend. Hij is héél overtuigend en bijna altijd geloof ik hem. Mijn ego. 

 

Hij heeft geen harde taal. Dat kan ik wel stellen. Hij spreekt doordringend, op een zachte toon. Hij weet dat zoiets 'pakt' bij mij, waarom zou hij het dan anders doen. Meestal begint hij met vragen stellen, zoals : 'Zou je niet lastig worden omdat het regent?' of 'Waarom schiet je nu niet uit je sloffen?' of 'Kan je niemand anders de schuld geven?', oh, en deze : 'Heb je wel genoeg tijd om dit alles te fiksen?' Met dat laatste heeft hij zowat àltijd mijn support. Da's waarachtig een moeilijk knoopje. 
Eens de vragen antwoord hebben gekregen naar de zin van dit onzichtbare schepsel, dan gaat de chaos van start. Trek-en-duw-spel. 'Neen' en 'ja'  volgen vlotjes na elkaar en liggen op den duur hopeloos in de knoop met elkaar met het gevolg dat ik fronsend en frustrerend in rondjes ga draaien. Oh ja, ondanks alle happiness geraak ik er niet meteen uit.

 

Maar dan! Dan daagt 'iets' anders op. 'Iets' dat er niet zo goed tegen kan dat ik zo'n donderwolk boven mijn hoofd heb hangen. Het gaat net zoals in de cartoons waarop er een duiveltje op de ene schouder en een engeltje op de andere zit. Ik herinner me niet meer hoe het ontstaan is maar meestal druipt het duiveltje af nog voor het lichtwezen het onderste uit zijn kan heeft gehaald. 

 

Ik hou er niet van om in de ban te zijn van dat ego-duiveltje. Het brengt meer kwaad dan goed. En toch laat ik me ertoe verleiden op zwakke momenten. Duizenden goede voornemens helpen niet om het tegen te gaan. Er is - mijn inziens - maar één methode. Niet de harde hand, dat is nooit goed. Evenmin de bestraffende vinger. Ik geloof meer in de belonende duim.
Ik ben mijn ego gaan zien als een puppy : onstuimig, aandacht vragend, uitdagend. Als ik niet correct met hem omga, wordt die kleine puppy de leider van de roedel : hij en ik. 
Ik erken hem, die puppy, ik geef hem soms zelfs gelijk maar leidt hem dan even subtiel als hij mij probeert te verleiden naar zijn bench toe. Hij mag er zijn, de deugniet, maar als hij niet bijdraagt tot een positieve vibe in mijn groeiproces, dan moet ie maar in zijn bench. Daar zit hij veilig. Want daar dient zo'n bench voor: geborgenheid, zekerheid, veiligheid in liefdevolle zorg van het baasje. Daar mag hij blijven tot ik weer, onoplettend, het slot open maak... 

 

En het lichtwezentje dan? Ik weet het niet. Het daagt op en maakt me attent op de aanwezigheid van iets dat me inpalmt. Het is bewustwording. Bewust worden van iets dat eigenlijk niet bij je past. Het ego dat alles uit de kast wil halen om je negatief te stemmen. Ik hou er niet van, van zo'n gevoel. Weinigen doen dat, zo meen ik. Eigenlijk zou niemand er mogen van houden. Een geschenk zoals het leven behoort vol liefde gedragen te worden. Oh ja, het leed. Ik weet het. En neen, dat is niet fijn. Maar mag ik voorstellen om dat ego op tijd in zijn bench tot rust te laten komen. Mogelijk wordt het leed dan ook wat minder zwaar. Hoe dan ook, achter de wolken schijnt altijd de zon. Echt.

 

 

 

 

 

'Komt een vrouw bij de dokter'

Heb je die film gezien? Met de titel van hier boven bedoel ik? Hollands materiaal. En dat is niet om te lachen. Echt een goede film. Niet vrolijk maar wel écht goed. De vrouw die in het verhaal van hier en nu verschijnt, heeft niet de problemen die de vrouw uit de film heeft, integendeel. 

 

We hebben een geweldige huisarts. Hij luistert, neemt de dingen ernstig, kent Babseluk binnenste buiten en kan prettig relativerend zijn, op het grappige af. Ik denk dat hij dat moèt doen, voor zichzelf, om de boel aan te kunnen. Stel je eens voor wat een miserie een arts allemaal over zich heen krijgt. Dag in dag uit. De verantwoordelijkheid. De fouten die hij soms maakt, hoe dan ook, want dat zal al wel eens gebeuren. En dan het leven nog in de ogen kunnen kijken en zeggen : 'Yep, ik ben hier graag en ik ben happy!' 
Het kan niet anders dan een roeping zijn, zo'n job, maar dan nog verbaast het mij, die energie van onze huisarts. Wààr haalt hij dat vandaan ? 

 

Ik hoef alleen maar rekening te houden met Babseluk, wat ook een verantwoordelijkheid geeft (zeg mij wat). Mijn man is een bovenste beste plantrekker. Dan is er nog mijn mamaatje die toch wel haar draai gevonden heeft in een goed georganiseerde home maar die nog graag extra in de watten gelegd wordt. En er is de bende op mijn werk maar dat zijn best inventieve zoekers. Hier en daar is er nog wel iemand die ik graag help, maar mijn 'domein' is vrij beperkt. De dokter heeft job te doen van 's ochtends tot 's avonds voor een bestandje van meerdere tientallen personen. Wel, ik wil géén dokter zijn. Daar heb ik gegarandeerd de fut niet voor.  

 

Maar om het verhaal van de vrouw die bij de dokter komt effe te verduidelijken. De man had een medisch attest nodig en dus stuurde hij zijn vrouw (ik dus). Kwam die vrouw bij de dokter en zag ze aan de deur een kat zitten. Ging dat beestje liggen rollebollen zoals onze katten dat kunnen doen met in hun ogen de vraag : 'oh, please, aaien op mijn buikje'. Aaien deed ik dus op dat fluffy pelsje, zelfs met de nodige tekst erbij : 'dag lieve vriend, fijn je te ontmoeten, maar ik moet nu naar binnen.' Kat wilde mee naar waar ik ging. Kon ik uiteraard niet maken. Katten en dokterspraktijken... leek me geen goed idee. Poesje dan maar opgepakt en dertig centimeter verder neer geplant om dan vlug vlug naar binnen te glippen. 
Dokter kwam in de gang om een patiënt uit te laten en als giga-dierenvriend kon ik het niet nalaten te zeggen dat er een poesje graag wilde binnen komen. Patiënt er uit, katje er in. 
'Onze Paté'.
Hij zei het heel liefdevol, onze dokter, en kreeg als beloning een stevig kopje lang zijn benen. De deur naar 'privé' ging open en daar zat een sloeber van een retriever kwispelend op zijn poezenvriend te wachten. Nog een lief woord van de geneesheer voor beide dieren en alles ging opnieuw dicht. Het was weer 'praktijktijd'.

 

Zo viel een hele 'pel' van onze huisarts af. Hij had zich een half minuutje bloot gegeven in genegenheid voor de huisdieren die onder zijn dak woonden en hem duidelijk kenden en wisten aan te pakken, die hem vreugde en afleiding verschaften en dat nog veel zullen doen. Hij, de dokter, heeft toch een leven dat mooi  blijkt te zijn. Zij, zijn huisdieren, hebben dat ongetwijfeld ook. En ik, de vrouw die bij de dokter kwam, keek ernaar en werd er stil gelukkig van. 
Mens blij. Dier blij.
Het leven is goed, hoor.

 

 

 

 

Eeuwige jeugd

Ik had me goed voorbereid, zo meende ik, op die eerste werkdag. Gebrainstormd over alle mogelijke pistes, van 'wie ben jij' tot 'trut'. In geval van dat laatste was het plan om heel hard te gaan lachen. De oefening daaromtrent verliep echter niet zo goed. Fake-lachen zit niet pasklaar in mij gegoten. Andere optie was de wedervraag : 'weet jij wel wat dat betekent?'. Elk antwoord zou ik weerleggen door de lettercombinatie om te zetten in waardige woorden : 'The Real Useful Thing' maar dat zouden ze niet begrijpen en ik vond niet zo direct een alternatief. Dus zou het worden : 'wie vind jij nog een trut', daar zou eventueel een compliment kunnen uit voortvloeien of anders een oprecht geschater.

 

 

Enfin, ik vond het sowieso belangrijk om te kennen te geven hoe ik heette zonder dat voortdurend te moeten herhalen en dus maakte ik een badge met mijn naam op. Kleine blikvanger en hopelijk ook een anti-trutmiddel. Nog even langs bij de directie om me aan te melden en met haar vriendelijke boodschap : 'Sta maar stevig in je schoenen, ze gaan het uithangen!', startte ik mijn werkdag.

 

 

Mijn collega is een rot in het vak met zes jaar ervaring die de taak had overgenomen van zijn vrouw die het jobje op haar beurt nog lànger had uitgeoefend. Een hele rimram stormde mijn oren binnen. Het bleuke liet een klein zuchtje maar merkte snel dat alles goed zat. Zo moeilijk is dat nu ook niet om thee op te schenken en melkkannen te vullen! De jéugd zou pas de grootste uitdaging zijn. 
Stipt om twaalf uur gilde de elektrische bel over de gigantische speelplaats en stormde het jonge geweld uit de klasdeuren. Ik was er helemaal klaar voor. 
Het mooie weer lokte onze drankenkar naar buiten. "De jeugd eet graag in open lucht en als het enigszins kan, laten we dat ook toe". Wijsheid van de oude rot. Meteen daarop greep hij naar de oude schoolbel onderaan op de kar. Dat had ik niet zien aankomen. De galm werd onmiddellijk beantwoord : er volgde een vloeiende line-up!

 

 

Er was een zekere intensiteit aan decibels in de rijen maar ik vond het best aanvaardbaar en zo ook de collega. Ik begon hem al te doorzien : geen speelbal maar ook geen prekende pastoor. Het evenwicht ligt altijd in het midden.
In de wachtende lijnen zag ik vele fronsende blikken op mij af komen en de atmosfeer hing vol met die éne vraag : 'wiè is dàt?'
Bij het nemen van hun drankje fixeerden vele ogen zich op het kleurrijke label en ik hoorde mijn naam héél vaak uitspreken. Het leek geen truttennaam, neen...

Dan ging de klingelbel weer en kwamen alle bekers, koppen en tassen, ordeloos weliswaar, terug op de kar, brooddozen werden naar de brooddozenbakken gebracht en het spel van de jeugd brak luid open. Met een knip stond ik alleen op de gigantische speelplaats toezicht te houden over meer dan honderd jeugdige uitbundigheden. Ik kende de spelregels en keek er nauwlettend op toe maar niet één overtreedde de code, ze deden allemaal blij hun ding. 
Dan kwamen zij er aan, vier zesdejaars. Kleppers, dat zag ik zo. Giechelend als meisjes maar toch meenden ze zich stoer voor te doen. Haantjes. Moeder kip moest opletten.... 

 

 

"Hoe oud ben jij?" 
OMG!
De grijnsjes waren hilarisch maar ik was toch heel effe van mijn dunne sokken geblazen.
"32", meende de kleinste. Het kwam er héél vastberaden uit.
"Jij bent voortaan mijn allerbeste vriend!" Ik zag in zijn ogen dat de trut niet meer zou komen opdagen al wist hij meteen dat hij niet echt de nagel op de kop had geslagen. 
"35", was de tweede poging. Mijn eeuwige jeugd was in wording!
Zijn kompaan had het door en waagde ook een gok : "42! En nu ga ik slaag krijgen!" Hij dook zowaar weg achter zijn dunne armen. 
Mijn glimlach en mijn dag konden niet meer stuk. Werkelijk, het zijn schatjes en mijn eeuwige jeugd is verzekerd!

 

De badge had de trut geliquideerd. Mijn creatieve brein ging meteen aan de slag want na twee dagen weten ze wel dat ik Alma ben. Typen, knippen en plakken want variatie is deugddoend, leerrijk en verjongend. Alles voor de eeuwige jeugd.

 

De eerste schooldag 

 

 

Voor klein en groot schoolgaand grut is het krediet bijna op. Na dit weekend is het 2 september. Het is eens iets anders dan 1 september. 
De allerkleinsten beleven nog een spannend restant van hun 'vrije' leventje, niet wetende wat hen te wachten staat. De ene zal dat met veel snottebellen ondergaan, de andere zal helemaal klaar zijn om het avontuur aan te pakken.
De afgezwaaide kleuters van vorig schooljaar ruilen hun knapzakje voor een boekentas met pennenzak en ik durf erom te wedden dat de zoektocht niet altijd naar de zin van ma en pa was.
De tiener die de overzet doet naar een secundair instituut zal mogelijk met wat contentement de toekomst tegemoet kijken : als je de tijdsspanne van schoolgaan bekijkt, zit die namelijk al over de helft. Maar hoe dan ook, de schoolpoort lonkt weer.

 

 

Mijn krediet is helemààl op. Ik heb geen enkel excuus meer. Alles is opgebruikt. En dus heb ik vandaag een contract ondertekend. Een contract dat mij ertoe verbindt te doen wat al lang in mij zat te borrelen : bijdragen aan de maatschappij. Na 17 jaar werd dat weer tijd. Ten eerste omdat thuiszitten (ik 'zat' niet altijd, hoor!) sociaal gezien niet erg bevorderlijk is. Ten tweede omdat ik wat meer wil doén voor de medemens. Ten derde omdat ik me de laatste tijd voelde als een groot moederbeest dat haar jong effe van haar afduwt om het wat zelfstandigheid te leren.

 

 

Babseluk heeft deze zomer flinke sprongetjes gemaakt. Alleen naar de bib (is vlakbij) om strips om te ruilen. Alleen naar de Carrefour (is ook vlakbij) om poezensoep te halen voor onze viervoeters, gewapend met alleen een briefje van 5 euro zodat er niet hoeft geteld te worden. Strijken. Zakdoeken weliswaar omdat die toch à volonté kreukels mogen hebben. In de Lunch Garden eens iets anders eten dan de traditionele spaghetti bolognaise. Mijn moedersnuit heeft goed geduwd. En dus heb ik écht geen excuses meer.  

 

 

Het enig dat ik nodig had, was een kleine job in het onderwijs. Les geven, dat zag ik mezelf niet meer doen, maar zoiets ànders al wist ik helemaal niet wat. Dus gooide ik het in de ether en bleef het maar herhalen als een mantra, elke dag opnieuw, wéken aan een stuk, vol overtuiging en met de glimlach, want dat werkt, zo las ik in vele boeken. 

 

'ER KOMEN 4 TOT 6 UREN IN HET ONDERWIJS NAAR MIJ TOE, PASSEND IN HET DAGSCHEMA VAN BABSELUK EN TEN GOEDE KOMEND AAN HET WELZIJN VAN MIJ EN MIJN GEZIN.'

 

Vandaag ondertekende ik dus dat contract : middagopzichter in de lagere school op een boogscheut van mijn voordeur. Anderhalf uur op de lange schooldagen, woensdag dus vrij (zodat ik in de voormiddag nog steeds naar mijn geliefd naaicafé kan!) en uiteraard niet aan de arbeid tijdens de schoolvakanties.
Het maakt dus dat maandag 2 september ook mijn eerste schooldag wordt. En zoals veel schoolgaande jeugd (!) heb ik ook een klein zenuwtje. Maar ik vertrouw erop en gooi een nieuwe mantra de atmosfeer in : 

 

'DEZE JOB VERRIJKT MIJ EN IK DRAAG VREUGDEVOL BIJ AAN DE GOEDE SFEER OP DEZE SCHOOL.'

 

Voilà. Big smile.

 

 

 

 

Multitasken

Koken en discussiëren. Haar föhnen en lipstick aanbrengen. Lezen en luisteren. Autorijden en telefoneren. Afstoffen en dansen. Schrijven en rekenen. Het zijn maar enkele voorbeelden van 

MULTITASKEN.


Als ik kook en gelijktijdig probeer te discussiëren dan is de soep geheid aangebrand. Geen haar op mijn hoofd gaat mijn lippen verven als ik met natte haren en de droger worstel. Luisteren kàn volgens mij niet als je leest, mogelijk 'horen' wel, maar dat is net nog iets anders dan luisteren. Autorijden en telefoneren : FOEI !!! Dansen als ik afstof bestaat hoogstens uit het wiebelen met mijn achterwerk, pirouetjes kunnen gewoonweg niet want mijn armen zijn niet lang genoeg om 360° mee te kunnen blijven gaan over de kast. Schrijven en rekenen op één en hetzelfde moment, ik begin er gewoon niet aan. 
Ik kàn niet multitasken. Ik heb het vaak geprobeerd maar ik maakte er telkens een zootje van. Dus veranderde ik van tactiek : wie mij naast één ding nog een tweede gelijktijdig wil laten doen, krijgt voorwaar dit antwoord : 


'EFKES WACHTEN'.


Het prat gaan van menig vrouwelijk aardebewoner op noeste dubbelarbeid zag ik altijd met ietwade lede ogen aan. Op die momenten dat de mannen nogal stevig onderuit gehaald werden, had ik héél veel sympathie voor hen. Ze zijn - op dat gebied - veel slimmer dan de dames. Ze maken zich niet moe aan die uitsloverij. En gelijk hebben ze. Dat maakt onze jongens écht niet lui. Ze werken gewoon hun lijstje af,


EEN NA EEN.  

Ik mag niet veralgemenen, maar is het ook niet een klein beetje zo dat dames wat rapper gestrest geraken bij het uitoefenen van zovele dingen in één klap? Komt er dan niet zo'n klein, venijnig adertje de rust verstoren, vooral als tijdens dat multitasken ook nog eens - bij voorkeur een man - iets komt vragen?... Oei! Mijn twee pollekes vliegen al vol genade de lucht in! Elke vrouw mag van mij denken dat het niet zo is en dat ze de wereld op één hand draaiende kan houden terwijl de andere hand nog een cake in de oven gooit. Maar ik houd het voor mezelf toch liever wat meer 


RELAXED.


Dus was ik héél blij toen ik las dat multitasken niet kan. Wetenschappelijk onderuit gehaald! 
Ons brein zit fantastisch in elkaar. De nano-seconden-verbindingen zijn nog veel te groot om hun snelheid van arbeid te kunnen verwoorden. Ze zijn een orgaan dat ons op onze bewuste wenken (onbewuste controles gebeuren zonder onze inmenging : ademen commandeer je namelijk niet) bedient. 'Doe dit' en ze voeren het instant uit. 'Doe dat er ook nog bij' en ze fixen het, maar dan moet de eerste opdracht een pietluttig momentje wachten om dan weer over te schakelen naar die andere opdracht. 

 

'SWITCH'

 

Leuk programma op de zomer-TV : 'Switch', maar onze hersenen doen dat blijkbaar ook, zij het in 'high-speed-control'. Goed onderhouden hersenen switchen met gemak en doen dat met volle overgave voor hun patron. Soigneer ze dus, die breinkwabben. Toon ook een beetje genade voor hen, overbelast ze niet. Ze kunnen namelijk ook moe worden. Doe zoveel als mogelijk wat je graag doet. Werk je takenlijstje zo rustig mogelijk af. Voeg 'efkes wachten' als een mantra toe. Het heeft mij nog nooit schade berokkend.  

 

SUCCES !

 

 

 

 

Nieuwe buren

Ooit stelde iemand me de vraag waarom dieren zouden bestaan, buiten het feit dat ze eetbaar zijn. Zelf ben ik niet zo'n vleeseter en ik kan énorm lastig worden bij dierenleed. Eén van de vier ruimtes in mijn hart zit namelijk propvol dierenliefde. Soms ook wat overdreven, bijvoorbeeld wanneer ik een muis uit de klauwen van onze grijze tijger bevrijdt. Dat 'gemuizenis' hoort namelijk bij kattengedrag en eigenlijk bemoei ik me dan met de natuur wat als mens ongehoord is, daar komt rotzooi van, dat merk je alom. 

 

 

Enfin, die vraag dus. Ik moest daar niet lang over nadenken. Mijn antwoord : dieren bieden troost, schoonheid, verwondering, rust. Ze leren ons massaal lessen. Ze zijn immers àltijd in het hier en nu aanwezig. Ze denken niet aan morgen of aan gisteren. Ze leven à la minute en doen wat ze dienen te doen, volgens hun instinct, iets wat wij niet meer kennen (ons verstand beredeneert nogal wat). Als je ze goed behandelt, behandelen ze jou ook goed. En ja, er zitten ook ettertjes tussen maar ik denk dat het vooral gifspuiters worden als ze door de mens bedreigd worden, op welke manier dan ook. En niet te vergeten, net als wij, mensen, kunnen ze ook pijn ondervinden, vreugde voelen en bang zijn maar wat ze vooràl doen is léven !

 

 

Sinds enkele weken hebben we in het Stenen Huis nieuwe buren. Pinto's. Ze vervangen de koeien. Excuus, ik spreek hier wel degelijk over dieren. Pinto's zijn gevlekte paarden (zoals de Indianen die hebben in de westerns). Als er nu één dier is dat ik zowaar - voor mezelf - heilig verklaar, is dat wel een paard. 
Staan ze daar met z'n drieën. Verre van raspaardjes maar zo prachtig. Op een heel klein boogscheutje van het raam staan ze naar ons te kijken. Zelf zou ik in de weide willen kruipen maar ik doe het niet. Ik kijk op dat kleine afstandje toe en tart hen niet. Ze zijn te mooi om niet gade te slaan op een respectabele afstand. De eigenaar woont enkele huizen verderop en is fantàstisch met hen. Elk weekend haalt hij hen uit de grote weide om lange ritjes te maken. Ze worden goed verzorgd, die pinto's.

 

 

In de heetste dagen van dit jaar stonden we 's morgens op en was - out of the blue - drie vier geworden. Langpotig, baardig staartje, stugge maantjes rechtop. Het veulen was duidelijk een telg van de familie Pinto. Uit ons aller mond kwam maar één geluid : 'OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOHHH' !!!
Alle kleine dieren zijn schattig maar een veulen heeft toch een extraatje : poten die véél te lang lijken, speelse sprongen en de vrolijkheid in het karakterhoofdje (paarden zijn edel, ze hebben geen kop maar wel degelijk een hoofd). 
De eigenaar was ook ter plaatse en keek of alles wel naar behoren ging, namelijk het drinken. 
En halfuurtje later gebeurde er dan zoiets mooi. Halster om de moedernek, ze mag met haar jong naar een andere weide wat verderop. Man leidt de moeder de straat op en het veulen dartelt vrij en vrolijk achter haar aan, vol vertrouwen, ook al komen er auto's langs. Trippeltrappel, dicht tegen haar flank, onder het toeziend oog van de eigenaar, naar de weide enkele honderden meters verderop. 
Wauw !
Wat een vertrouwen. Dat heeft te maken met de mens die het dier goed behandelt, met het instinct van het dier dat weet dat de moeder er is én de zin in het leven. 

 

 

Kan je je een wereld voorstellen zonder dieren ? Ik niet. Laten we maar goed voor hen zijn. Ze zorgen mee voor onze planeet. Je hoeft geen kamer in je hart voor hen vrij te maken als je niet zo 'beestachtig' bent maar een aarde zonder dieren... Het zou armoedig zijn. 

 

 

 

 

 

Happy summer !

Heb je dat ook dat je zo intens gelukkig kan worden van iets dat je hoort of ziet of proeft, mogelijk zelfs voelt ? Zo'n gevoel dat je niet eens kan beschrijven, waar geen woorden voor zijn maar dat je in gedachten toch weer kan oproepen waardoor er een glimlach om je mondhoeken verschijnt en alles om je heen even vervliegt. Mooi, he. 
Zo'n gevoel dat je kan koesteren. Soms ligt het vast op een foto, soms moet je het met een herinnering doen. Vaak ook verglijdt dat gevoel naar een mindere fase van intensiteit maar altijd blijft het wel 'hangen'. 

 

 

Het leven zit vol van die dingen. Helaas nemen we er te weinig van op, zo meen ik toch (ik kan niet voor iedereen spreken). Ik vind het al jammer als de bloemen in de vaas op de kast hun kopjes laten hangen... maar de vorige dagen waren ze wel pràchtig ! Ik ben dan gewoon dankbaar voor hun leven en ik laat ze werkelijk helemaal uitbloemen voor ze op de composthoop gaan, met nog een 'mercie-dankwel' achterna. 

 

 

Aan het begin van deze zomer is een maatje van me overleden. Hij heeft een goed leven gehad, hoor. Pittig. Intens. Hard gewerkt. Hard genoten. De kwaliteit van zijn leven lag hoog. Tot een vreselijke ziekte op hem toehapte en hem stukje bij beetje al zijn genot en inzet ontnam. Je wil niet weten wat hij heeft moeten doorstaan. 
Dan kan je je uiteraard vragen stellen over de rechtvaardigheid en zin en onzin van het leven. Ik denk niet dat dat relevant is. Het haalt een zwerm donkerte binnen die moeilijk weer buiten wil. Ik ben van mening dat dankbaarheid voor het gewezen leven een mooier ding is dat de overledene wil 'zien' en dat voor de overgeblevenen ook makkelijker hanteerbaar is. Zeker weten dat hij dat ook zo wil(de). Hij besefte dat zelfs, naar mijn mening. Heeft geen seconde geklaagd over het zwaard dat boven zijn hoofd hing en dat met de regelmaat van de klok weer een koordje doorhakte. Hij heeft waarachtig gelééfd. Alles eruit gehaald. Daar kunnen we toch alleen maar dankbaar voor zijn ! En de herinneringen koesteren. Herinneringen die ook zo'n overweldigend gevoel in je binnenste kunnen geven. 

 

Het is héél cliché maar ik herhaal het toch ! Volg je hart. Doe wat je denkt en vooral voèl wat je dient te doen en genièt van die momenten. Er is - écht waar - àltijd iets in je omgeving dat je bewondering kan oproepen en dat je intens gelukkig kan maken. Daar is - zo heb ik geleerd - maar één methode voor : bewustwording. 
Kijk maar eens om je heen. Wat zie je allemaal ? Wat hoor je allemaal ? Kijk, luister doorheen de alledaagse dingen en ontdek ! Een zwaluw in de lucht met zijn prachtig enthousiast geluid ! Een ontluikende bloem ! De glimlach van een wildvreemde. De puppy met zijn kwispelende staartje. Een rode zonsondergang. De blauwe lucht. Een wit wolkje in de vorm van... whatever. De ijskar die er met zijn vrolijke deuntje aankomt. 
Honderden, duizenden dingen zijn er voor jouw en mijn geluk. Wees alert. Hoor. Zie. Voel. Smaak. Reuk. Genièt. 
Wees gelukkig. 

 

 

HAVE A HAPPY SUMMER !!!

 

 

 

Scouting

Het was snikheet. De man zat alleen in shorts aan de computer. Babseluk liep luchtig verhaaltjes te vertellen in een traject tussen de twee ventilatoren. Ik zat op een zijspoor van dat traject te lezen in een boek dat tussen wetenschap en verhaal het mysterie van leven en dood beschreef. 

Dan ging de bel. Het was een vreemd geluid vermits we in het Stenen Huis haast nooit belleke-trekkers hebben. Altijd bij zo'n dingdong moet de man gaan (mijn Frans is niet up to date genoeg om heel spontaan beginnen te parleren). Met de autosleutels in de hand kwam hij weer. Of ik vier scoutsmeisjes naar Rendeux kon brengen, eentje had een pijnlijke knie. Hij kon de klus niet klaren, stel je voor : een halfnaakte man in één auto met vier minderjarige meisjes... en een T-shirt inwippen, daarvoor was het véél te warm ! 

 

De zwaarbepakte scouts keken mij dankbaar aan. Zakken in de koffer, meisjes in de auto. Ik had het voorbije minuutje al geoefend en kreeg uitgesproken dat ik niet zo goed was in hun taaltje. Het antwoord was best schattig : "Wei sprrekèn een beetche Nédèrlànds !" 
Ok, denkt de leerkracht in mij, oefenen dan maar ! Op het korte traject (Rendeux is het buurdorpje) deden ze werkelijk hun best, met uiteraard het nodig gegiechel.
Rugzakken uit de kofferbak. Met een 'bon chance' nam ik afscheid en toen... ach ja, toen buisden ze alle vier voor het vak Nederlands : "Danke schön !"

Op een of andere manier voelde ik me tijdens de terugrit blij. Ik merkte dat er een klein pareltje aan mijn aureooltje was geplakt. Het voelde héél fijn aan !

 

Twee dagen later was het nog snikkender heet. De klederdracht en bezigheden waren ongeveer idem dito met het verschil dat ik het 's morgens om elf uur al wat moeilijk had met die verzengende hitte. Ik besloot om naar de supermarkt in Rendeux te rijden, lekker koel wat rondkuieren om ingrediënten te verzamelen voor een verfrissend maal. Leeggoed van flessen en potjes achterin de auto geduwd om ze te deponeren in de glascontainers aldaar. 
Met een hele zak vol verse, knapperige groentjes keerde ik terug, halfweg wakker geschud door het gerammel van vergeten leeggoed. Terug gedraaid dan maar. Niet erg, auto had ook airco. 
Bij het ledigen van de doos zag ik verderop langs de weg twee meisjes staan liften. Een zonnehoed en een bandana. Ik kon vanop die afstand zelfs merken dat de hitte ook hen ambeteerde. De auto's raasden voorbij. Meedogenloos. 

 

Een herkenbaar gevoel begon te kronkelen in de buurt van mijn middenrif. Lege doos in de achterbak. Auto richting zonnehoed en bandana. Ze hadden het eerst niet door omdat ik de wagen geparkeerd had op de parking van het frituurtje naast hen. Het ongeloof in hun ogen zal ik me nog lang herinneren. 
"Français ou Néerlandais ?"
"Néerlandais." Yes ! Kom meiden, inladen die zakken ! Mijn idee was ze een vijftal kilometer mee te nemen waar ik dan met een kleine omweg naar het Stenen Huis kon. Ze waren zo blij met dat voorstel. Effe uit de hitte, effe de benen kunnen laten rusten. 
"Scouts ?" Yep. En de babbel begon. Gentse meisjes op kamp in de Ardennen. Ik leerde dat scouts àltijd veel moeten stappen en hun plan moeten trekken. Avontuur is de basis van al wat ze doen. Leuk. Enfin, behalve die dag : "Echt te warm, hoor, om 60 kilometer te moeten stappen." HU ?
Een bus misschien ? 
Neen, geen geld verspillen ! 
Het kronkeltje rond mijn middenrif maakte een sprongetje. 
"Ik breng jullie tot in Hotton !"
Blik in de achteruitkijkspiegel. Het zonnehoedje kreeg bijna een appelflauwte. Echt ? Echt ! Dat scheelde alweer 10 extra kilometers in de benen. 

 

Eindstation bereikt. Zakken uit de koffer. Een zucht van het zonnehoedje die er toch duidelijk minder zin in had dan de bandana. De hitte was hier duidelijk wel het grootste avontuur. 
Geen 'danke schön' maar glimlachjes en dankbaarheid in de ogen. Daar gingen ze weer. Ik bad de weergoden hen genadig te zijn en ik stuurde extra vonkjes het universum in om een vriendelijke chauffeur naar hen toe te zenden. 

Het kronkeltje in mijn middenrif was uitgegroeid tot een grandioos gevoel van vreugde en dankbaarheid. Warmte binnenin die me, ondanks de hitte, deugd deed. Helpen. Dat beetje maar. Geven. Een kleine bewezen dienst. Danke schön, een zonnehoedje en een bandana, ze maakten me blij. 

 

 

 

Jonathan Livingston Seagull

Als we naar zee gaan is dat altijd naar Domburg, Nederland. Heel anders dan de Belgische kust. Geen appartementsgebouwen, geen dijk, geen boulevards, er is gewoon een strand. Een gigàntisch strand. De duinen zijn er duidelijk heilig. Daar komt alleen een wandelpad op en strand en dorp zijn daardoor gescheiden. Je kan dus niet vanop een leuk terrasje naar de zee kijken. Maar je hebt wèl een strand om u tegen te zeggen. 
De zee haalt het in geen 500 jaar tegen die stoere duinen (tenzij de opwarming van de aarde nog een extra vaartje gaat nemen). Hier en daar staan er op het strand 'paviljoenen' waar je wat lekkers kan gaan eten of zelfs kan ophalen om een strand-picknick te houden. Aanrader, hoor ! Echt !  Met nog deze bonus : je bent véél sneller vanuit de provincie Antwerpen richting Noordzee dan wanneer je de Belgische kust verkiest. 

 

Met pokkeheet weer waag ik mezelf ook in dat water. Maar het kleinste briesje, van waar dan ook, weerhoudt me daar al snel van. Ik ben niet zo'n zeewaterbeest. De dochter en de man wel. En dus zat ik daar deze laatste keer al snel alleen in het tentje. Geen boek bij om te lezen en dus had ik kunnen gaan mokken. Zo'n uitstap naar zee is altijd wat gedoe en gesleur en dat is niet mijn specialiteit. Ik kijk er dus nooit echt naar uit. En nu zat ik daar nog alleen te zitten ook. 
Niet erg. Ik had wel wat om na te gapen. De meeuwen bijvoorbeeld. Onwaarschijnlijk hoe zij zich door de wind lieten dragen. Bijna millimeterwerk. Ze stegen op en daalden, tot net boven het zand, heel dichtbij, het hoofd naar alle kanten kerend in de hoop een etende toerist op te merken om dan daar in de buurt het strand op te zoeken. Ze waren niet bang, die kleppers. Ze wachtten.

Ik vond ze fascinerend. De zilvermeeuw heeft gele ogen en een rood vlekje onderaan zijn snavel. Dat kon je niet zien tenzij er eentje heel dichtbij kwam. Ze waren wel lui, dat moest ik ook concluderen. Ze hebben een snavel die je pink kan afknippen omdat die geschapen is om vis te filleren maar dat deden ze niet. Met zoveel mensen op het strand, al die sandwiches... Ze wisten gewoon dat ze kregen en mensen gàven ook (in Nederland mag dat blijkbaar nog, meeuwen voeren). Als een horde witzilveren gevleugelte zich op een hoopje stortte dan had de mens daar aandeel bij. 

 

Ze maakten een prachtig zomers geluid, die meeuwen. Al leken ze allemaal op elkaar. Eéntje was toch anders. Ik moest spontaan aan Jonathan Livingston Seagull denken. De rebel die zich niet wilde binden aan de wetten van het meeuw-zijn : eten zoeken. Hij wilde vliégen en zijn eigen ding doen. Die éne deed dat ook. Hij hing al enkele minuten boven mijn hoofd, de wind trotserend, hij ging niet mee met de bries zoals de anderen dat deden. Hij had iets op het oog. Een hond. En nog geen kleintje. Hij lachte de viervoeter uit. 'a-a-a-a-a-a'. Ik wist niet eens dat ze dat geluid konden maken. Dan dook hij naar beneden met een snelheid en elegantie Jonathan waardig, over de rug van de hond, weer naar boven het spel van de wind doorbrekend en de verbouwereerde viervoeter uitlachend. Dan herhaalde hij zijn acrobatentrucje alsof hij het wilde perfectioneren. 
Het baasje van de hond vond het niet leuk en ging weg. Jonathan dook met de magie van zijn vleugels mee. Het was ronduit spectaculair. En maar lachen. Ik verloor hem uit het oog toen mens, hond en meeuw verdwenen achter zonneschermen en vliegers. 

De andere meeuwen bleven doen wat ze gemakkelijkheidshalve deden : azen. Lui en verwend. Ze zijn gemaakt op om vis te jagen. Als we ze voeren gaan ze hun skills nog meer verliezen. De mens, ach, de mens... Hij vernietigt zoveel. 

 

Maar Jonathan, die maakte mijn dag ! 

 

Respect a.u.b.

Jeannine is onze buurvrouw van enkele huizen verderop. Ze is op leeftijd en woont alleen maar ze is nog fit in het hoofd en flink in haar daden : een stok in en rond het huis - want 'onkruid dat moet toch weg' - en een rollator om een boodschap te doen of gewoon een wandeling te maken want 'ne mens moet toch blijven bewegen'. Ik heb veel respect voor Jeannine en we kletsen wat af aan het poortje van haar oprit. 

 

Er is een kinderkledingwinkel naast dit vriendelijke dametje en als er leveranciers komen op momenten van sluitingstijd, gaan de heren bij Jeannine langs. Poortje open en onder het afdak effe roepen. Dan komt Jeannine wel aansloffen maar dat vergt wat tijd. De boys van DPD weten dat en wachten wel. 
Enkele dagen geleden kwam er eentje zomaar bij haar binnen wandelen. 
"Nen doenkere, da's nie erg, de meest van die jongens zijn doenker."
Maar deze sprak Frans en wilde 'un papier'. Jeannine deed haar best een stukje papier te vinden maar wat ze overhandigde was niet goed genoeg. Het moest wat groter zijn en dus ging Jeannine zoeken, zich afvragend waarom die leverancier een papier nodig had. Eindelijk vond ze een blanco blad dat ze hem overhandigde. 'Den doenkere' griste het uit haar handen en maakte zich uit de voeten, Jeannine verweesd achterlatend. Door het venster zag ze hem de straat oversteken, richting bibliotheek... wat moest een leverancier dààr zoeken... ook geen bestelwagen te zien... Dan zag ze haar handtas, die altijd klaar staat, open en omgevallen... Portemonnee weg....

 

Wij hebben het enkele maanden geleden ook meegemaakt in ons vakantiehuis. Een steen door het venster van de keuken. De keukenkasten deelden in de klappen en kregen littekens van het onding dat per se binnen moest komen door iemand die op zoek was naar iets waarvan hij meende dat het hem gelukkiger zou maken. Ik vond onze inbreker nog redelijk 'gemanierd'. Hij had een gat gemaakt, ja, maar hij was langs een ander raam weer buiten gegaan en had dat netjes dicht getrokken. Er was ook geen zootje gemaakt, buiten de duizenden glasscherven op de vloer en de lelijke krassen op de keukenkasten. Beneden stond geen enkele lade of kast open, boven was er alleen gerommeld in mijn nachtkastje, tussen het ondergoed, waarschijnlijk in de hoop om daar iets van goud te vinden. Ik ben niet zot van blingbling en ik zou het al zeker niet achterlaten in ons vakantiehuis. Dus, ik vond hem nog deftig, onze inbreker. 


Dat kan ik niet bepaald zeggen van 'den doenkere' die Jeannine de stuipen op het lijf gejaagd heeft. Ze kon altijd heel goed haar plan  trekken, was ruimdenkend en nu is de angst heimelijk onder haar gerimpelde vel gekropen en vertrouwt ze nog weinig als het om een andere huidtint gaat. 
In feite maakt het niet uit of het over zwart, blank, geel of mokka gaat. Je doet dat toch niet, van anderen stelen. Nooit en niks. Dààr vind je toch geen geluk, door een ander te ambeteren ? 
Ik ben niet boos op die mensen. Ook niet op 'onze' inbreker. Dat helpt niet en het is nutteloze energieverspilling. Maar ik wil die deugnieten wel eens ontmoeten. Ik wil ze gewoon vragen welk probleem ze hebben waardoor ze zulke dingen doen : andere mensen schade berokkenen, mentaal of materieel. Is er echt geen andere optie om dat probleem op te lossen dan vensters in te slaan en huizen ongevraagd binnen te dringen ? Wat is het nut een oud mensje bang te maken ? Wordt iemand daar rijker van (want daar gaat het bij diefstal toch over, om rijker te worden) ? 


Hey, mens die inbreekt, denk je wel eens na over de gevolgen van je daden ? Denk je wel eens na over een oplossing voor je probleem? Kèn je je probleem ? Hey. Ik ben niet boos. Kom eens praten. Bij een kopje koffie of thee met een homemade koekje. Hey. Misschien word je wel rijker van een goed gesprek. 
Altijd welkom. Maar dan wel eerst netjes aanbellen aan de voordeur.

 

 

 

De drakenkolonie

Het is zalig vertoeven op een warme zomeravond in onze tuin van het Stenen Huis (ons huis in de Ardennen). Het is best een rustige tuin met een groot grastapijt dat achteraan afgesloten is met hazelaars en twee ranke bomen met grote kruinen die in elkaar lijken over te gaan. Vogeltjes allerlei twieten er vanuit het groen en wagen zich zonder schroom op het grasveld : kwikstaartjes, roodborstjes, winterkoninkjes en veel voor mij onbekend gevleugeld grut. Boven ons hoofd scheren vol pret de zwaluwen en nog hoger zweeft de havik. 
Als de zon ondergaat komt de sprookjeswereld tot leven. De twee ranke stammen worden elfenbomen met in hun kruin tientallen witte elfjes. Oh ja ! Als de zon nog net één streepje licht gooit, glooit dat doorheen de bladeren en komt er een zekere schittering in de vlokjes groen. Laat het voor mij maar elfjes zijn. 

Als de zon helemaal naar de andere kant van de wereld is geschoven en enkel nog een rozige gloed achterlaat in het westen, komen piepkleine, hel lichtende wezentjes doorheen de lucht dwarrelen, helemaal naar de elfenbomen toe. Vuurvliegjes ! (dat is géén fictie). Ze hebben warme lucht nodig, die beestjes, anders gaat hun vuurtje niet branden. Ze dansen en voor mij doen ze dat met die elfjes. Oh ja, het is mooi om 's avonds daar te zijn. Wat ben ik een gelukzak !

Nog voor ik de elfjes opmerk en zelfs lang voor de vuurvliegjes hun dansje doen is de draak al gepasseerd. En jà, die zie ik ook écht ! Hij is zwart. Snel. En bijzonder behendig in zijn bewegingen. Ik ben niet bang van hem. Ik vind 'm geweldig. Hij brult namelijk niet en dat apprecieer ik op een stille zomeravond ten zeerste. Alleen vind ik het minder leuk als hij mee binnen komt. Daar hoort hij niet thuis. Maar blijkbaar wil hij dat toch graag, bij de mensen zijn, al houdt hij verder wel een respectabele afstand. Ja, ik heb hem Flinck genoemd omdat ik vind dat hij wel flink is. 

Flinck is ook flink geweest op een ander vlak. Hij heeft deze zomer namelijk een gezin gesticht. Nu, je weet het of je weet het niet, draken geven direct een héleboel draakjes. Ze zijn nu volop aan het leren vliegen en dat geeft wat geruis boven ons hoofd. Keuteltjes ook maar het zijn nette keuteltjes, net 'muizenstrontjes'. Ik vermoed dat er ook wel wat familie op kraambezoek is gekomen en - ik ben niet zo thuis in de drakengastvrijheid - ik denk dat die tantes en nonkels allemaal zijn blijven logeren. De man heeft gisteren 150 draken geteld. 150. Wel, wel. Onze gastvrijheid kan in elk geval niet onderschat worden. Ze wonen namelijk allemaal onder de nok van het Stenen Huis. 

Minstens 150 vleermuizen vinden in ons vakantiehuis onderdak ! Op één avond waren ze daar allemaal. De hele familie Flinck. We leerden van het internet dat zoiets een kolonie wordt genoemd, dat je ze nièt mag doden wegens beschermde soort (draken zijn al uitgestorven, dat willen we de vleermuis niet aandoen). Dus ondergaan we en vegen we de keuteltjes weg. Het is wachten tot eind augustus. Dan gaat de hele kolonie op reis om te overwinteren en kunnen we het smalle streepje onder die ene dakpan dichtsmeren. 
Flinck vindt volgende zomer vast wel een nieuwe stek. We duimen alvast !

 

 

 

Komkommertijd

Als de zomervakantie begint, start ook de komkommertijd. Alleen op politiek vlak kan het nog een pittige paprikatijd zijn omdat er een regering moet gevormd worden. Voorts zal het nieuws afhangen van hitterecords, festivals, Trumpse twitters en mogelijk enkele tips tegen muggen. Niet dat ik veel naar het nieuws kijk. Ik wil vooral het goède nieuws horen en dat zal mijn oren wel bereiken als het nodig is. 
De komkommerdagen dus. Voor mij is dat toch ook wel een beetje zo. Het is flink aanpassen, zo'n negen weken een ander leven : dochterlief hele dagen thuis (dat is helemaal oké), inpakken en uitpakken want om de twee weken een weekje naar ons huis in de Ardennen (dat is ook helemaal oké) en nauwelijks nog tijd voor mijn hobby's (dat is nièt oké). 
Een triade van aanpassingen, elk jaar opnieuw als de komkommertijd aan de deur klopt. 

Dochterlief is volgens mij de braafste puber van Vlaanderen al is ze wèl altijd aanwezig, daar kan ik niet omheen. Gelukkig is de boekenwurm in haar nog héél vinnig ondanks de warmte van deze dagen en gelukkig krijg ik van Standaard Boekhandel een mailtje wanneer er nieuwe strips verschijnen van haar favoriete helden. Die haal ik allemaal in huis en ze mogen nog wat rusten op een geheime plek voor ze een na een in deze komkommerperiode de nodige aandacht zullen krijgen van vingers en leesgrage ogen. 
Anderzijds is er nog haar tablet die ze alleen gebruikt om muziekclips te downloaden en ze weer af te spelen terwijl ze haar stapparcours door het huis doet om 10.000 stappen te halen (heel plichtsgetrouw). Buitenkomen is niet haar ding. Teveel beestjes. Tussen het lezen en het luisteren gaat ook al eens de TV op. En als de verveling toeslaat, komt er een (kleine) puzzel op tafel. De rest van de tijd moet ik invullen. Dat doe ik al voor de start van het komkommerseizoen : lijstje maken met wat we allemaal kunnen doen. Dat gaat van wekelijks zwemmen tot uitstapjes ver buiten onze gemeente. Dat wordt dan netjes genoteerd in haar agenda. Week per week wel te verstaan want wat genoteerd is, moèt uitgevoerd worden en als de zomerzon het in haar hoofd zou krijgen om plaats te maken voor winterhagel en er staat een uitstap naar zee gepland... tja... 
Weerman Frank is in deze tijd onze beste vriend. 

De Ardennen. Het Stenen Huis, geboren uit het verhaal van de 3 biggetjes om onze (toen nog) kleuter duidelijk te maken dat het een stevig huis zou worden. Manlief heeft er veel zweet gelaten in de komkommertijden van meer dan 10 jaar geleden. Door het fout gelopen vakantie-avontuur in Griekenland met een Babseluk die de hotelkamer niet uit wilde, was het besluit gevallen een tweede stek te bouwen in de Ardennen. Dichtbij maar toch vakantiesfeer. Juli en augustus maakt dat we daar dus véél zijn. 
Ook al hebben we daar zowaar àlles (behalve misbare dingen) moet er telkens een boel ingeladen worden én ook weer uitgeladen worden : het werkmateriaal van de man gaat mee (koffertje met hamer, nagels, schroevendraaiers etc... want de man is handig en heeft de nood die gave te onderhouden), kleren (alleen voor de dochter, wij hebben daar onze eigen 'kleerkast' maar voor haar is het moeilijk om 'gescheiden kleerkasten' te hebben), véél strips en boeken, katteneten (de dieetvoeding voor onze viervoeters kan je niet in de supermarkt kopen) én de katten zelf in hun benchjes (ik ga nièt weg zonder hen, oh neen !), verder nog alles wat 'op moet' uit de koelkast en natuurlijk ook mijn naaimachine, mijn naaidoos en een zak met stofjes. Yep. Ik ben héél erg verliefd op mijn naaidinges. 
En zo komen we dus bij die hobby's.

Die naaimachine is dus wel aanwezig in deze komkommerweken maar wordt in verhouding amper gebruikt. Ofwel stoort het geluid voor de medehuisgenoten, ofwel zijn er uitstappen gepland ofwel is het véél te warm in de kleine 'veranda' van het Stenen Huis waar ik de zon niet kan buiten houden. 
Hobby 2 lukt wel : lezen ! Gelukkig ! Ik ben een leesmachine. Die machine draait in deze periode wel op minimale capaciteit maar ze draait ! 
Schrijven !... Ook niet simpel met een almaar jengelende radio (hoewel, dit doe ik toch met Q op !). Ik kan natuurlijk ook wachten tot iedereen slaapt (het zijn hier nogal vroege bedliefhebbers waar ik mijn leefomgeving mee deel).
Sporten lukt ook niet zo goed. Het beperkt zich tot wat gestretch 's ochtends. Wandelen zit er wat minder in, de man heeft namelijk wat last van rug en de onderste delen van het bewegingsstelsel. En bij 'te warm' zijn flinke inspanningen ook niet echt aan te raden. Dat 'te warm' hangt dan ook nogal vaak samen met de komkommermaanden. 
Enfin. Ik ben toch héél blij om één ding : ik kan jandorie élke dag uitslapen !!! Dat wil zeggen - voor iemand mij met wat verwijten gaat bekogelen - tot Babseluk mij komt wakker maken. Elke dag stipt om 8.15 uur. In juli en augustus elke week van maandag tot en met zondag, thuis of in de Ardennen. Geen enkel excuus is goed genoeg om dat stramien te doorbreken. 
Het bespaart me hoe dan ook de batterij van mijn smartphone die me in andere tijden tot ontwaken roept. Zo zie je alweer : komkommertijd of niet, alles heeft iets positiefs ! 

Geniet van de komkommertijd. Hij gaat snel voorbij ! 

 

 

 

 

 

Vlaamse korenbloem en Oost-Indische kers

Ik heb geen groene vingers. Wil wel graag een kruidentuintje maar als de man zich er niet mee moeit, komt er weinig van. Hoewel ik groene gedachten heb, zijn de vingers dat dus niet. 

Ik vind het mooi, hoor, die bloemen, in de tuin, in een vaas, in een pot. Werkelijk, het brengt kleur in het leven. Maar ik heb géén groene vingers. Ik wil gewoon doen wat ik voel dat ik moet doen. Creatief zijn op een ander vlak. En bijleren. Zo volgde ik onlangs een online cursus over kleur. Ik las het, nam het op en dacht bij mezelf - neen, ik dàcht niet - ik dééd : ik schreef me in. Hopla.

Kleur, mannekes, da's mooi, hoor. Daar zit zoveel meer in dan je denkt. Oranje vond ik maar niks, tot ik moest kleuren met oranje. Hey, oranje is cool, hoor ! En over blauw had ik een idee van zomerluchten maar blauw is wel veel meer dan dat. Groen. Neen, groen is niet saai, groen is zelfs meer dan de lente ! Rood ! Rood is fan-tas-tisch ! Enfin, kleuren, er zit wat in ! 

En dus staan er, ondanks mijn on-groene vingers, voortaan kleurrijke bloemen in onze woonkamer. Ik kan er niet meer  langs in de supermarkt of ze lijken me te roepen : 'hey, we willen graag mee !' of 'ik ben geplukt om in jouw woonkamer te staan !' of 'help ons, we hebben geen water meer !' Gegarandeerd komen die laatsten mee. En zie ze stralen ! Bij ons thuis ! Bij mij, degene zonder groene vingers. Ze blinken. En ik met hen ! 

De korenbloem der Vlaamse velden is voor mij de mooiste. En daar komt een verhaal bij. 
Babseluk deed haar eerste jaar in Tongerlo, BUSO, gespecialiseerd in kinderen met autisme. Het was een goede zet om de overgang te maken van een veilige leefschool naar een 'grote' middenschool.  Babseluk was ook daar al een beetje uitzondering : pasje voor de rustige speelplaats, aparte eetzaal met enkele metgezellen van dezelfde aard. Eentje daarvan was altijd present en ze aten samen in groot stilzwijgen hun bokes op. De moeder van dat meisje dat bij Babseluk haar bokes at, droeg altijd een korenbloemblauwe jack. Zomer. Winter. Altijd die korenbloemblauwe jack. Ze was stil, die moeder. Zei niets aan de schoolpoort, verschool zich zelfs eerder. 

Ik ben goed in nummerplaten. Mijn geheugen vindt dat fijn om te onthouden, hoe nutteloos dat het ook lijkt. En wat zag ik ? In mijn eigenste gemeente reed er een bestelwagen rond met gekende cijfers en letters en achter het stuur de dame in de korenbloemblauwe jack !... Nooit kwam er een reactie. Geen opgestoken hand achter het stuurwiel, geen glimlach of goeiedag aan de schoolpoort. De blauwe korenbloem leek eenzaam, schuchter en al helemaal niet happy. 
Babseluk is ondertussen drie jaar weg van die school en dus ook verdween die moeder en dochter uit het dagelijkse zicht. 
Kom ik onlangs in de Carrefour. Zie ik een korenbloemblauwe jas. We lopen bijna tegen elkaar aan. Herkenning. Smile (ah, ja, ik mag mijn logo niet ondergraven) en kijk ! Zij lachte ook ! Had ik haar vroeger nooit, maar ook nooit zien doen ! Kijk ! Wat een mooie glimlach ! Oprecht ! Dat las ik zo ! 
"Hallo !" Blij. 
"Hallo !" Ook wel blij. 
Heerlijk ! De korenbloem bloeit nog in Vlaanderen. De mooiste bloem van onze regionen. Kijk eens aan. Dan springt mijn hart op ! Blij zijn, het is toch goddorie een heel fijn ding om in het binnenste van je lijf en ziel te mogen voelen. 

Dan heb je ook nog de Oost-Indische kers. Eetbaar ! Mooie goud-oranje blaadjes. 
Bij de start van het schooljaar kwam ik haar al tegen. Lange jurk over gelijkkleurige broek en dito hoofddoek los om het haar. Bronzig getinte huidskleur en contouren die me deden denken aan een Indische of Pakistaanse vrouw die hier een nieuwe thuis trachtte op te bouwen. Ze keek altijd boos. Of ongelukkig. Mogelijk betekende dat voor haar daar en dan hetzelfde.
Testje doen. Vind ik leuk ! Smile !! Ze keek me niet eens aan. Niet in die hele eerste week. Ook niet in de tweede of de derde. Ik daarentegen had er pret in om mijn mondhoeken op te trekken en de blik niet los te laten. (Dat is echt léuk hoor, mensen uitdagen met je glimlach !) 
Zowat na een maand of twee trof haar blik toch de mijne. Smile !!!!! Verbazing in die ogen. Maar echt, zeg, wie zou er nu naar haar willen glimlachen. Ik keek spannend uit naar de volgende ontmoeting. Alweer halsstarrige weigering. Jeezes… dat was een taaie tante !
Weet je wat, het einde van het schooljaar is hier. Ze wuift nu naar me, haar glimlach is stralend. En ik heb niks anders gedaan dan mijn mondhoeken onverwijld en in volle overgave opgetrokken. Het kan, hoor, een lopend vuurtje maken met een glimlach. Ik zeg het je dat het zo is. En zij, zij is de (Oost-Indische) kers op mijn taart ! Heerlijk ! 

OH MY GOD !!!

Zeven uur 's avonds was al gepasseerd en de bel ging. De man was gaan trainen : tafeltennis. De dochter en ik dus alleen thuis. Ik ben geen bangscheetje. Echt niet. Dus toen die bel ging, keek ik even op het schermpje van ons spliksplinternieuw, high-tech parlofoonding en ik zag twee mannen staan. De ene kende ik, een jongeman met een beperking die zich graag verplaatste op een volwassen driewieler. De andere was een nette man in pak, niks op aan te merken. 
Ik spurtte de trap af naar beneden (ik moest namelijk nog wennen aan dat nieuwe ding : knopjes indrukken, praatje doen van boven naar beneden... het zinde me niet zo en ik wilde onmiddellijke nabijheid). En dus deed ik de deur beneden eigenhandig open. 
"Hoi."
"Hallo. Wij zijn hier in verband met vrijwilligerswerk."
Hoe slim was dat ! En toch voelde ik geen verzet. 
"Mogen wij je wat vragen stellen ?"
Het ging als een sneltrein, maar ik was als de conducteur en had dus meteen door waarover dit ging. 
"Ja, hoor !" Want je weet, ik probeer altijd vriendelijk te zijn. 
En dan bam ! Meteen viel de deur in huis: 
"Geloof je in God ?"
"Euh, ja hoor." Ik heb daar zo mijn eigen mening over maar met deze vraag werd mijn vermoeden over dit bezoek helemaal ingelost : de vrienden van Jehovah.
"Hoe zie je die God ? Zit Hij op een wolk voor je ? Heeft hij een menselijke gedaante ?" vraag, vraag, vraag.  
"Voor mij is Hij alvast geen heer met een witte baard die ons vanop een wolk gadeslaat." Ik gaf eerlijk mijn mening. "Hij lijkt me meer een energievorm die alom tegenwoordig is." Ja, zo is dat... voor mij.
"Mooi zo. Geloof je in een leven na de dood ?"
Oh, daar kwam mijn topper ! Natuurlijk geloof ik dat ! Voor mij kan een mens onmogelijk gemaakt zijn om gelimiteerd een aards bestaan te leiden.
"Op aarde of ergens anders ?" Vinnige vragensteller.
Dat was even een 'euh-momentje' voor mij. Op aarde ? Ja, na een incarnatie, zeker, maar eerst, jawel, daarboven in alle licht en sereniteit. Ik ben daar écht van overtuigd.
De man in het pak bleef héél vriendelijk en begripvol. Hij scrolde wat op zijn smartphone en liet me een fragment lezen uit de Bijbel. Ik las het maar niet met veel overgave, ik merkte alleen op hoe hij àlles, maar echt àlles uit de Bijbel netjes geklasseerd had in zijn smartphone en hoe hij dat met een zipje van zijn vinger ten gepaste tijde zomaar op het scherm kon toveren. Wouw !
"Jij kent de Bijbel goed." Als compliment bedoeld.
"Tja, wekelijkse training." En hij zocht verder naar een nieuw gepast fragment.
Hij sprak wijsheid uit, hoor. En kon dat flink staven met zijn smartphone. Ik vond dat wonderwel goed gedaan. Hij praatte ondertussen honderduit verder over de naam van God. Ik heb ook geen 'naam' voor God. God is de titel, leerde hij mij. Jawheh ook, dat is gewoon een Hebreeuwse vertaling van dat woord. Maar zoals mijn naam 'Alma' is, is 'Jehovah' de naam van God. Ok. Ik ga daarover niet in discussie. Ik heb die kennis niet. Die keurige man deed zijn ding, geloofde in zijn geloof en wilde het prediken. Moest ik daarover oordelen ? Neen toch. Ik luisterde gewoon. Ik leerde een beetje. Ging ik nu meegaan in die leer ? Neen. Maar ik nam er wel iets van mee. Want alweer kwam diezelfde boodschap van algemeen nut : heb lief en oordeel niet. Het kom allemaal wel goed. Want dat zei de nette man met nadruk en vol geloof : "Het leven is hier op aarde en God komt onder ons en zorgt ervoor dat alles goed komt." Kan ik daar iets op tegen hebben ? Echt niet. Ik niet. Laat 'm maar komen. Laat de vrede maar neerdalen ! 

Ik vond het fijn om met die mensen te praten. Zij hebben een mening en ik of jij ook. Wie gelijk heeft, zullen we hier, op aarde, nooit weten. Maar er is niks mee om te luisteren. Ik ga er maar vanuit, elke dag opnieuw, zoals Ghandi dat zei en ik denk dat we daarmee geen enkel geloof onderuit halen : 

"Probeer elke dag een beter mens te zijn."

 

 

 

 

Vogelperspectief

Soms ben ik het ook wel eens beu, hoor. Om inzichten te verwerven. Om te groeien. Om wijzer te worden. Om nog whatever meer. Ik ben ook maar een mens en bovendien staat er ergens op deze site vermeld dat 'geluk niet kan bestaan zonder tegenslagjes en ongeluk'. Op zo'n moment wil ik graag ver weg zijn, op Tenerife, bijvoorbeeld. Met niks en niemand dan alleen mezelf en een koffer vol boeken. Maar goed, dat gaat nu eenmaal niet. En néén, ik ben nièt ongelukkig. Ik durf zelfs te zeggen dat ik dat zelden of nooit nog ben. Maar wat ik wel kan is dit : 'ambetant' zijn.

 

Ken je dat ? Ambetant zijn ? Zoiets wanneer alles op een hoopje terecht komt en de chaos dreigt meester te worden en je er bovendien niks kan aan doen ? Dat vind ik ambetant. Vorige week was dat even zo.
Ik had een mooie planning gemaakt. Dat doe ik trouwens elke week min of meer. Maar nu lag de planning nogal gericht op mijn eigenste welzijn en fun. Voor Babseluk stond er namelijk geen enkele toets in de agenda. Dat scheelt een hoop aan tijd voor mij : ik herschrijf namelijk alle leerstof in verstaanbare taal op handgeschreven blaadjes die onze tiener kan, mag en zal gebruiken bij de toetsen. Dat vermindert haar stressniveau. Voor mij is het een invulling van tijd, gedaan uit plichtsbesef en bezorgdheid maar niet noodzakelijk met veel goesting uitgevoerd. Maar ! Géén toetsen in het vooruitzicht ! Tijd voor me-time ! Mooie planning !

En dan kwam dat telefoontje van school : of ik Babseluk kon komen ophalen (10.40 u), ze was nogal hysterisch de klas uitgelopen en naar 'haar lokaaltje' gevlucht. Oorzaak was een stevige ruzie bij pubers in haar klas en die van een andere waarbij verzoening niet meteen voor de hand lag. Dan laat ik uiterààrd alles vallen om onze dochter op te halen. Ik doe dat vanuit een enorme liefde, recht uit mijn hart maar ken je dat stemmetje in je hoofd  dat soms ook zijn zeg wil hebben ? Dat altijd op de loer ligt om bij een onbewaakt moment op je schouder te springen als een duiveltje uit een doosje ? Daar zat bij mij ineens dat stemmetje en het gilde in mijn oor : 'Bye-bye planning !'

 

Dochterlief roodbetraand meegenomen naar huis. Met veel, oprechte troostwoordjes en nog meer zakdoekjes. Zoveel onrecht in de wereld van ruziënde pubers kan zij echt niet plaatsen. Dan heeft het hoofdje veel rust en afleiding nodig. Effe buiten gaan, wandelingetje maken, over van alles praten maar niet over tieners, wel over muziek en over de natuur die alles zo mooi groen tovert. Dat helpt het droeve hart van dit meisje. En dan fluistert het duiveltje sarcastisch : 'Je moest aan je naaimachine zitten.' Ik negeer want ik weet : morgen is er een andere dag en dan zweren die pubers weer eeuwige vriendschap.

 

De volgende dag wil onze  dappere meid écht naar school als is ze nog onzeker over het vredesverdrag. Net na de middag komt er opnieuw een telefoontje in hetzelfde scenario als de dag voordien. Opnieuw de auto in, met nog evenveel liefde in het hart maar ook met het duiveltje in een grotere uitvoering op mijn schouder : 'Wat ik je zei : bye-bye planning !'

 

Omdat het stressniveau van Babseluk een moeilijk indringbaar sfeertje heeft en vermits we toch bij de huisarts langs moesten voor een bloedafname (ook een mooi verhaal maar dat is voor een andere keer) en gezien wij een zeer begripvolle huisarts hebben, werd er een afwezigheidsattest afgeprint voor een ganse week ! Duiveltje lachte zelfs niet meer in zijn vuistje maar glorieus voluit !
Ik geef toe, ik werd daar ambetant van. Van dat afwezigheidsattest, dat ik wel begreep, en van dat duiveltje, dat ik ook begreep. Dan zijn er mogelijkheden. Je blijft ambetant, je wordt van dat ambetant zijn nog wat lastiger en je bokt tegen iedereen in je omgeving... wat ik eigenlijk al niet kan maken gezien de dochter dan nog meer door het lint zou gaan. Of, je plukt het duiveltje van je schouder en steekt hem waar... wel ja... daar zijn veel uitdrukkingen voor... OF ! Je wordt een vogel !... 

 

Jàren geleden, toen ik écht op mijn tandvlees zat, ging ik naar een man toe. Om te praten en te luisteren en van dat alles iets mee te nemen in mijn leven zodat mijn tandvlees weer kon aangroeien. Die man vertelde me over de vogels. Ze kijken van hoog naar laag. Ze staan niet in verbinding met wat er gebeurt. Ze staan 'er boven'. Los van alles. Vrij. Als je problemen bekijkt vanuit dat vogelperspectief, zie je de dingen anders. Je staat er los van. Je kijkt ernaar maar neemt er niet deel aan. Je ziet het maar je staat 'er boven'. En dan heeft dat duiveltje geen kans meer om op je schouder te blijven want hij zou er af vliegen. Vogels hebben lucht en druk nodig om zo hoog te geraken. Misschien ook wat kracht door het klappen met de vleugels maar ze laten zich minstens zo graag dragen door de lucht. Het je dat al eens goed bekeken ? Ze glijden, zwenken, stijgen of dalen heel vaak zonder hun vleugels te gebruiken. Dat duiveltje heeft geen kans, die valt er gewoon af.

 

Die vogel die in mij zit is niet min. Het is een havik. Heel kritisch. Voor mezelf. Boven ons huis in de Ardennen draait hij dagelijks zijn rondjes, zwevend op de luchtdruk. Scherp kijkend en alle duiveltjes opzij gooiend. Hij doet gewoon wat hij moet doen. Niet meer. Niet minder. Ik moet 'm maar eens meer koesteren, die havik in mij. En dat duiveltje zijn doosje dichtplakken. Want kijk. De dochter is weer 'zen' (volgens onze normen). Mijn naaimachine heeft geduld. En ik krijg wel weer tijd. Al-tijd. 

 

 

 

Lente

Lente. Eindelijk. De zon in een straalblauwe hemel Het groene blad danst mee met de wind en de mens voelt zich plots beter in zijn vel. In de kledingmodus worden laagjes afgebouwd en alles draagt luchtiger en vrolijker. 

 

Ik ben op weg naar school om de dochter op te halen. Te voet. Het is maar een kilometer en enkele onderdelen daarvan verderop. Dat stapt leuk. De mondhoeken staan meer dan anders omhoog want lente, da's fun.

Kom ik op nog één straat van de school die kleine meid tegen. Ik schat haar 10. Ze torst een rugzak en met haar jas en legging lijkt het me of ze het toch wat zwaar heeft in dit stralende weer. Mijn glimlach glijdt nog wat verder omhoog en ondanks mijn zonnebril moet ze toch weten dat mijn ogen vriendelijk kijken. Ze keert wat onwennig haar hoofd.

'Wat doet ze hier eigenlijk zo alleen?' denk ik, maar verder laat ik het los. De lagere schoolpoort gaat immers tien minuten vroeger open dan het einduur van het middelbaar en misschien woont ze hier wel in de buurt. Ik laat de zonnestralen over me heen vallen, als de wind wegvalt is het echt wàrm. Ergens achter mij hoor ik voetstappen volgen. Ik kijk naar de blauwe lucht en ben dankbaar voor dit fenomeen. Aan het zebrapad stop ik. Naar rechts kijken, naar links kijken kwestie van het verkeer in te schatten. Ik zie geen enkele auto, ik zie het meisje naast me staan !! 
Met haar donkere ogen kijkt ze me hulpeloos aan : "Mevrouw, mag ik iets vragen ?" 
Ik buig tot op ooghoogte en zie de somberheid in haar ogen.
"Ik ben mijn mama kwijt."

Hu ??? Dat is zelfs geen vraag ! Dat is een hulpkreet !
"Je mama kwijt ?" Toch maar zo kalm mogelijk herhaald.
Knik.
"Hoe dan ?"
"Ze zou me komen halen van de opvang." De bruine ogen kijken triest. Er raast van alles door me heen : ontwricht gezin, misverstand, opvang... opvàng ? Het is iets over halfvier, de opvang moet nog volop bezig zijn....
"Komt ze je altijd halen van de opvang ?"
"Soms."
"Hoelang duurt de opvang ?"
"Dat weet ik niet."
Er vliegt een visie door mijn hoofd : ze is weggelopen ! En out of the blue komt het volgende uit dat onschuldige kindermondje :
"Op zondag na de chiro moet ik naar mijn papa en ik wil dat niet meer. Ik wil niet meer naar mijn papa."
Ik zie tranen opwellen. Jeezes….  Onlangs was er nog een mars tegen seksueel geweld en ik kan het echt niet helpen dààr aan te denken !
"Vriendje", zeg is stil, want ze is meteen mijn vriendje geworden, daar en dan heeft ze niemand anders en dus moèt ik dat wel even overpakken. "Vriendje", ik zit bijna op mijn knieën, "we moeten even terug naar je school."
Het hoofd schudt fel van neen. "Dat wil ik niet."
"Vriendje, het moèt." Zachtjes maar kordaat.
"Neen ! Ik wil niet ! Echt niet !"
Daar sta ik dan met een wildvreemd kind op een zonnige plek in de lente. De waterige ogen smeken. Niet dus... en nu ? 
"Zeg me eens, wat is jouw mooie naam ?" Mezelf wat tijd geven om na te denken.
"Lente."
Lente. Lente die de lente niet ziet. En dan dringt zich een dreigende gedachte op : mijn eigen dochter komt zo dadelijk uit school, op twintig meter van de school van dit ongelukkige kind en mijn dochter gaat in paniek geraken als ik niet opdaag. Dus gaat het brein wat sneller aan de gang. 
"Lente, als je niet naar jouw school wil, wil je dan misschien naar die grote school dààr ?" Ik wijs naar het gebouw waar mijn dochter over enkele tellen de lessen verlaat.
Het kind knikt. Oef. We steken het zebrapad over. In de verste verte geen auto te bespeuren. Nog een honderdtal meter. Er komen al wat adolescenten uit de schoolpoort gefietst. Ik moet het kind nog wel wat bezighouden, het denken moet eruit, ze moet zich op haar gemak voelen en dan worden banale vragen gesteld : in welk leerjaar zit je, heb je nog broertjes of zusjes, ken je nog iemand die Lente heet ? Op al die vragen krijg ik antwoord, alsof ze werkelijk mijn nieuwe vriendje is. 

Onderweg zie ik mijn dochter komen, verbaasd dat ik met een kind loop. Ik moet het nu heel kort aanpakken : "Kom even mee terug, meid, we moeten met dit meisje naar het secretariaat." Ik kan op dat moment niet veel meer uitleg geven, het is voor Lente al moeilijk genoeg.
Aan het secretariaat van de 'bovenbouw' krioelt het van pubers. Ik probeer alles zo duidelijk mogelijk uit te leggen aan de dames achter het glas. Ze luisteren, zijn overdonderd en Lente staat erbij en kijkt er triest naar. Er gaat op de koop toe nog een alarm af dat niet meteen kan afgezet worden. Ondertussen komen nog een handvol stoute leerlingen hun afgepakte gsm's terug ophalen, anderen willen weten in welk lokaal de vervangles van morgen doorgaat. Chaos noemt men dat . Chaos ! 
Babseluk zegt dat ze naar buiten wil wegens 'veel te emotioneel'. Uiteindelijk wordt de lagere school verwittigd. Er zou iemand komen. Mijn hand ligt voortdurend op het schoudertje van het verloren kind. Wat moet er allemaal in dat meisje omgaan. Daar en dan maar ook voorheen. 
Uiteindelijk neemt een van de secretariaatsdames een beslissing : "We moeten nog even wachten tot er iemand komt maar wil je ondertussen met mij meegaan naar een rustiger plekje ?" 
Lente knikt. Daar gaat ze. De glazen deur door, helemaal naar binnen in de grote school die 'bovenbouw' heet. Ze kijkt niet meer om. Ik blijf wat verweesd achter. Hoe gaat dat nu verder ? Moet dat kind nu echt nog terug naar haar papa ? Hoe zit dat thuis ? Is ze er welkom ? Slaapt ze goed ? Is ze wel happy ? Thuis ?

Dan ga ik naar buiten en vindt mijn dochter, bijna in tranen. Ik leg ook mijn hand op haar schouder. We gaan naar huis. Samen. Doorheen de uitbundige, uitgelaten jeugd die na een schooldag luid huiswaarts keert. Ik weet dat de kleine wandeling ons naar een fijne plek brengt. Naar huis. Thuis. Ik hoop van harte hetzelfde voor al die anderen. En voor Lente. 

De dag nadien heb ik contact opgenomen met de school van Lente. Ze was weer op school gekomen en ja, ze had ook dat verhaal over haar vader verteld. Voor mij was dat niet genoeg. Ik ben naar het CLB gestapt en daar heb ik mijn verhaal gedaan want er was geen melding binnen gekomen, noch van de school noch van de ouders. In alle ernst werd er naar mij geluisterd. Er werd een verslag opgemaakt en ik kreeg de belofte dat dit onderzocht zou worden. Nu moest ik het nog loslaten want meer kon ik niet meer doen. Mijn geweten vond het goed. Maar Lente zal altijd wel een speciaal moment in mijn leven blijven. 

Awel... mercie !

Er zijn zo van die dagen of neen, er zijn zo van die momenten in sommige dagen, die je bijblijven. Die je in je lijf opneemt en meepakt gedurende de hele verder dag en 's anderendaags ook nog en zelfs het hele komende weekend èn nog een maandag erbij. Het gevoel en de intensiteit van dat moment, dat zelfs meerdere minuten in beslag kan nemen, slurpt zich gewoon een weg naar je hart. En daar blijft het dan zitten. Comfortabel als in een huiselijk tafereel. Het werd een deel van je inhoud. Voor altijd. 

 

Mercie.

 

De voorbije week was er zo'n moment in zo'n dag. Het was een beetje als behangpapier : het mooiste, het beste en zeker niet het goedkoopste dat op de wanden van mijn hart wilde plakken en dat ook deed. Zomaar. Heel spontaan, zonder dat erom gevraagd werd maar met deskundigheid en overgave. 

 

Mercie

 

Het begon op de school van onze dochter. 'Overleg' wordt dat genoemd : het samenkomen van betrokken leerkrachten, zorgleerkracht en het 'ondersteuningspunt' (is daar nu écht geen andere naam voor ?  voor iemand die zoveel doet ?). Enfin : september wordt weer een keerpunt in de carrière van onze schoolgaande dochter (en dus ook voor mij). Derde graad. Lees : verandering. En dat moet besproken worden met de nieuwe leerkrachten en de ervaringsdeskundigen. Stage komt er ook aan. Jeezes ! 10 weken ! Verspreid weliswaar maar toch. Voor een Babseluk is dat heel wat.  

 

Mercie

 

Dat wordt dan op tafel gelegd en haarfijn uit elkaar gerafeld. Elk vezeltje dat bij 'stage' hoort wordt onderzocht. Daarnaast wordt er naarstig gebrainstormd over alternatieven en oplossingen voor de overige lapjes leerstof. Ik zit erbij, ik kijk ernaar, ik neem deel en ik voel verbondenheid. Dit is mooi, hoor. Dit is écht mooi. De inzet van deze mensen is zo zuiver en oprecht ! 

 

MERCIE

 

Weet wel dat onze dochter in een IAC zit (individueel aangepast curriculum) wat betekent dat ze de lessen volgt en meedoet met de klasgenoten voor zover ze het aankan. Voor haar is dat een enorm voordeel : als het haar niet lukt of als het hele lesgedoe haar overprikkelt, dan gaat ze naar het veilige lokaaltje tegenover het secretariaat waar ze tot rust kan komen. Toetsen worden open-boek ondergaan, examens bestaan niet meer. Een diploma daardoor ook niet, maar dat zijn peanuts vergeleken met het geluk van onze dochter.
Voor de leerkrachten kan zo'n IAC wel een issue worden. Ze zouden daar best lastig kunnen over doen en Babseluk aan haar lot overlaten met een soort van 'jammer-maar-helaas-attitude'... of ze kunnen zich inzetten om die meid iets bij te brengen. Dat laatste krijg ik gewoon als een ontegensprekelijke garantie. 

 

MERCIE

 

Besluit van het overleg : stages worden aangepast en vereenvoudigd naar basics, uit te voeren in een beperkt aantal uren. Theorievakken krijgen in sommige gevallen een make-over, praktijkvakken worden gedoseerd. 
Ik ben een trotse moeder. Niet alleen op onze dochter die àltijd met haar inzet harten wint, maar ook op deze leerkrachten, de zorg, het 'ondersteuningspunt'. 

 

MERCIE

 

De school, het beleven, het leren, het àànleren, het 'zijn' van leerling en leerkracht, dat werkt door tot binnen de huiskamers. Het verblijdt het hart en de ziel als die connectie er is en op een of andere manier legt die meid van ons altijd weer de juiste verbinding, vanaf de kleuterschool, lagere school, middelbaar... en altijd weer wordt die link met een groot hart onthaald. Mercie. Mercie allemaal !

 

MERCIE !

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bevangenis

Er gebeurt nogal wat in de wereld. Dingen die je niet binnen je huiselijke muren wenst. Maar toch gebeurt het. Je kan op straat gaan met kompanen die hetzelfde idee hebben. Je kan in stilte boos worden. Je kan in alle luidheid boos worden. Je kan ook nièt boos worden. Je kan het bekijken en ontrafelen. Je kan het veroordelen of beoordelen. Of je kan het aanvaarden. En dàn pas bekijken. Want het is al gebeurd en de klok wordt nooit teruggedraaid. 

Je kan brainstormen over hoe het anders kan. Vragen. Vriendelijk vragen. Blijven vragen. Altijd vriendelijk. Ik ben ervan overtuigd dat vriendelijkheid meer confrontatie biedt dan haat want dat vierletterwoord heeft nog nooit iemand geholpen. Het vraagt veel tijd en geduld maar dat zie ik alleen maar als een voordeel voor de mensheid. 

Ik kijk zéér zelden naar het nieuws. Ik word er niet blij van. Af en toe komt er wel een vreugdevol berichtje zoals van kleine wezentjes die geboren worden of een compromis tussen wat woekerende partijen of een uitvinding die de aarde ten goede komt. Hoewel, het nieuws van de dag is meestal iets dat de mondhoeken naar beneden haalt. Ik maak de keuze daar niet aan mee te doen. Ik verneem links en rechts wel de vreselijke ongemakken van deze wereld en ze laten me heus niet onberoerd. Maar hààt… ik laat het niet (meer) toe. Al die woede en wraakgevoelens kunnen samengebundeld worden tot een oorlogje tegen een persoon die mentaal ziek is. Het gaat hem niet helpen. Het gaat het slachtoffer niet meer helpen. 

Ik bekijk het effe anders (en nu waag ik mij op glad ijs), is een stràf de oplossing ? Hij is zijn straffen mislopen, lepe vos die hij is. Heeft de straf dan zijn werk gedaan ? Het gerecht heeft zeker mee gefaald maar waar ligt de oplossing ? Wel... Ik zou hem willen overstelpen met goède dingen. Waarachtig : o-ver-stèlpen ! Maar op een afgezonderde, afgesloten locatie die men niet meer 'gevangenis' noemt maar 'bevangenis'. Met zoveel schoonheid aan bloemen en kleuren en goedheid dat hij de kluts, die hij kwijt was, weer vindt. Dat hij er zowaar door 'bevangen' wordt. Hij is ze vergeten, die mooie en goede dingen. Zijn brein is ontregeld en hij ziet de schoonheid van het leven en alles wat daarmee te maken heeft niet meer. Dus hulp bieden in een prachtig vermomd jasje. We laten hem wel netjes in die afgesloten 'bevangenis', voor altijd en laten de goedheid en de schoonheid elke dag opnieuw op hem los. Zou dat geen licht aanwakkeren in die jammerlijke ziel... en met hem, bij al die anderen die de vrede op aarde liever bezoedelen dan zegenen... 

Ik ben een leek in die dingen en mogelijk héél naïef maar ik ben tegen geweld. Ik ben tegen macht. Ik ben tegen haat. Ik wens dat die man en al die andere verloren zielen, inzicht, berouw en moed vinden om zichzelf uit de duisternis te laten verrijzen. Hoe dan ook, ik blijf halsstarrig vriendelijk zijn. En het gekke is, als ik mijn glimlach op straat even vergeet, krijg ik 'm onomwonden van de straatgenoten toegeworpen. Als een aangename herinnering : keep smiling ! Vriendelijk zijn... jeezes, wat kan je ermee misdoen ? 

"Gewoon vriendelijk zijn, is alles wat de wereld nodig heeft."   Diana Spencer 

 

 

 

 

Lenteschoonmaak

Ik ben een stèr in nonchalance. Ik heb de eigenschap om in een mum van tijd een aardig hoopje chaos te creëren. Dat mag. Van mezelf. En daar moet ik dan ook maar de gevolgen van dragen. Stapeltjes hier, bergjes daar en propvolle kasten elders.  Ik kan dat ook héél goed verdoezelen. Niemand ziet het of om het anders te zeggen :  'het valt niet zo op'. Tot je dus een kast opentrekt. 

 

Ik weet het. Mea culpa. Ik mag nog zo moedig op mijn borst slaan, het is te laat om een 180°-tje te draaien. Niet dat ik een 'oude boom' ben die niet wil verplant worden, het is meer een karaktertrek die ik eigenlijk niet kwijt wil. 

 

Neem nu de lenteschoonmaak. Ik heb dat nog nooit gedaan. Ik heb trouwens meer een soort van 'zomerordening' in mjjn genen.  Als de zon echt voluit gaat, kan ik er plezier in hebben om te gaan 'rommelen'. Dàt doe ik graag ! (Al kijk ik er niet bepaald naar uit als ik die kasten opentrek.) Het is de voldoening nadièn die het 'm doet! Dus trek ik moedig een kastdeur open : als er niets uitvalt, heb ik al een goede start, en dan begin ik te sorteren. Dat gaat bij de ene kast al makkelijker dan bij de andere : de spullen met een vervaldatum zijn toppers, dat gaat immers vlot en zonder bedenkingen. 

 

Overgaan naar de 'ik-denk-dat-ik-hier-nog-wel-iets-kan-mee-doen'-kast is dramatisch. Ik ben nogal creatief aangelegd en dus denk ik dat ik met àlles nog wel iets kan doen. Er zitten echter voor mij ook maar 24 uren in een etmaal waarvan ik er graag 8 in slaapmodus beleef, plus de naschoolse uren huiswerk herschrijven en voorbereiden, koken en nog wat huishoudelijk gedoe, maakt dat de handeling 'creativiteit' beperkt blijft. Dus de inhoud van deze kast(en) sorteren is al wat intenser in daad en tijd. Maar het kaf geraakt altijd gescheiden van het koren en telkens komt er weer ruimte vrij.... Voor weer nieuwe ideeën... 

 

Over naar de bovenverdieping : kleerkast. Moeilijk ? Neen. Echt niet. Mijn visuele geheugen weet perfect wat ik in het laatste jaar meedogenloos op de kapstok liet hangen en wat heel vaak de buitenlucht mocht inademen. Wat twee seizoenen niet gedragen werd, wordt onmiddellijk toegevoegd aan de kringloopzak. En ja, het gebeurt wel eens dat er meer dan één zak nodig is. Een mens verandert namelijk en daarmee ook vaak zijn kleding. 

 

Het lastigste zijn de stapeltjes in de woonkamer. Lijstjes met toebehoren die ik probeer te ordenen op huiselijke bergjes. Mapje voor dit, mapje voor dat en nog meerdere voor al die projectjes die in mijn hoofd zitten en graag virtueel worden. Bij elke poetsbeurt gaan de mapjes wat dichter bij elkaar, soms op elkaar en soms, helaas, ook door elkaar. Wat ik hiervoor nodig heb, is geen stofdoek of extra ruimte maar time-management : de tijd beter gebruiken om de stapeltjes daadwerkelijk in projectjes om te zetten. En natuurlijk : niet teveel projectjes door elkaar gaan mengen maar elk stuk voor stuk afwerken.

 

Dus doseer ik en plan ik in de agenda. En daar houd ik me aan. Dat was ooit moeilijk maar sinds ik het daadwerkelijk plàn, alsof het het meest belangrijke ding in mijn leven is, vloeit het mooi... Geen excuses, tenzij de noodzaak dwingt maar die noodzaak heb ik heel bewust gelimiteerd. Grenzen stellen is geen zonde.

 

 

 

 

 

Besluitje : ik heb een rommelig maar aangenaam leven dat ik af en toe ondersteboven haal om meer ruimte te krijgen. Sorteren en liquideren geeft me een enorm bevrijdend gevoel alsof er in mijn hoofd meer ruimte is gekomen. Meer helderheid en klaarheid ook. Het helpt me waarachtig om rustiger te worden. Of zoals Paul Wilson, de goeroe van de rust, het zegt : 

'Ruim je rommel op ! Rommel maakt de spanningen van het alledaagse bestaan alleen maar erger. Opruimen is een overzichtelijke manier om weer kalm te worden.'

 

Trek dus open die kasten ! 

 

" 'Hoe' is beter dan 'wat' "             Eckhart Tolle 

Dat vind ik ook. Eten smaakt toch net wat lekkerder als het met wat liefde gemaakt is. Liggen prossen met groenten en saus omdat het nu eenmaal moèt (en dan nog liefst zo rap mogelijk) is volgens mij niet de juiste formule om complimenten te verkrijgen van proevende smaakpapillen (inclusief die van jou). Ik geef toe : ik houd er niet van om elke dag weer eten op tafel te moeten planten, maar eens ik eraan begonnen ben, weet ik dat het maar best smakelijk kan worden, vooral om de anderen en mezelf te voeden naar behoren want daar hoort toch wel 'smaak' bij. Dus ik ga ervoor.

 

Gezondheid is voor mij een héél belangrijk iets en dat is mijn motivatie om in de keuken toch eventjes bezig te zijn met wat en hoe iets in de potten en pannen gaat. Af en toe verwelkom ik héél hartelijk een buitenshuis gerecht maar met onze dochter is dat niet evident, je weet wel : 'op de vreemde gaan' is niks voor haar.  Dus wordt er hier thuis véél gekookt, vaak met weinig zin begonnen maar eens de potten op het aanrecht staan, toch met een oprechte inzet. 

 

Nog een voorbeeld. Ik ben zot van kleertjes naaien. Hoe kleiner de projectjes, hoe liever ik het heb. Ik kijk echter heel erg op tegen de patronen die moeten uitgetekend worden. Bweuh ! Maar het hoort er nu eenmaal bij en als ik dat patroondeel niet met volle overgave kopieer, dan is het resultaat voor de vuilbak. Zonde van de tijd, van de stof, van het garen en van de naaimachine die voor niets energie heeft verbruikt. Dus focus ik op de lijnen en teken ik ze zo nauwkeurig mogelijk over. Het is ook maar een klein onderdeel van het hele project, als die job gedaan is, kan ik voluit aan de slag gaan. Met resultaat.

 

'Hoe' is de vorm van inzet. 'Wat' is het resultaat. Ik ben daarvan niet de uitvinder. Velen gingen mij voor met deze boodschap maar niet iedereen leest, hoort of ziet dat. Dus draag ik mijn steentje bij. 'Hoe' is het plezier dat je hebt in wat je doet. 'Wat' is het resultaat van dat plezier en dat hoeft niet perfect te zijn. Je ben namelijk langer bezig met 'hoe' dan het ontstaan van 'wat'. Genieten is de boodschap! 

 

Daarbij aansluitend wil ik mijn 3 ultieme beginnerstips voor een goed gemoed (= hoofd + hart) onder de ogen schuiven (en hopelijk verder naar binnen) en ik weet zeker dat daardoor je lijf ook blij wordt.

 

 

TIP 1 : FOCUS

 

 

 

 

Focussen voorkomt piekeren en dat doet de Westerse mens veel te graag. Ik doe dat ook nog maar er zit ondertussen - door veel oefening - een alarmbelletje in mijn hoofd dat tijdig van zich laat horen. En zoals hierboven gezegd : wijd je toe aan wat je doet. Als je afwast, was dan af. Focus op de glazen en de borden en laat je gedachten niet afdwalen want dan ga je brokken maken. Als je strijkt, strijk dan. Focus op de hitte van het strijkijzer en de blouse of het hemd dat in de plooi dient te komen of je krijgt er een extra applicatie van een strijkijzerafdruk bovenop ! 

 

Ook nog belangrijk. Enige tijd geleden las ik een wetenschappelijk artikel over multitasken (waar vrouwen zo beroemd om zijn). Het bestààt niet ! Dat was voor mij een enorme opluchting, ik kan namelijk écht maar één ding tegelijk. Het bestaat nièt. De hersenen zijn gewoon zo snel dat ze van het ene op het andere kunnen overspringen maar ze doen nooit echt twee dingen terzelfdertijd even goed. Focus gewoon. Da's echt voldoende. Het zal rust brengen en betere resultaten. En... het voorkomt dat piekeren. Als dat geen bonus is. 

 

TIP 2 : MISSCHIEN 

 

Dit is een magisch woord ! Het is een woord van kansen. Altijd 50 % en met een beetje goede wil méér. 'Bah, die regen, dat is vast voor een hele dag' , 'het is vast weer file' , 'jakkes, straks op visite bij oma, gaat diè weer zeuren'... Herkenbaar. Maar effe een taalkundige oefening : herschrijf elke zin met 'misschien' : 'Misschien klaart het straks weer op', 'misschien is er deze keer minder verkeer op de weg', 'misschien heeft oma vandaag wel een goede dag' (en die gun je haar toch ook wel !).

'Misschien' triggert je gedachtegang en geeft hoop. In het beste geval zelfs vertrouwen dat het allemaal wel zal meevallen. 'Misschien' is een woord dat pessimistjes elke dag minstens 10 keer zouden moeten gebruiken. Het zou wat kunnen kenteren. 'Misschien' is het durfje om van het half lege glas dat half volle glas te maken. Proost !   

 

TIP 3 : GLIMLACH

 

De wetenschap bevestigt dat als de mondhoeken omhoog gaan in een glimlach, je hersenen reageren door gelukshormonen aan te maken. Zelfs al ben je verlegen of afstandelijk, een glimlach is het meest verbindende dat er is. Er wordt contact gemaakt zonder dat mensen aan je gaan klitten. Er hoeft niets gezegd te worden en toch is er een verbinding. Je glimlacht. Het is een gratis visitekaartje waarop geen enkel woord staat. Wat je terugkrijgt is ook een glimlach (soms is volhouden wel nodig maar er komt er eentje !) En van die glimlach juichen jouw gelukshormonen ook weer. Het is verbinding in de meest eenvoudige vorm. Smile ! Ook al voel je dat je gemoed below zero is, glimlach toch maar.  Misschien (!) help jij met die glimlach wel iemand anders, iemand die veel nood heeft aan een vriendelijk gebaar. Gewoon zomaar, zonder meer. En zelf ga je weer dat vleugje vreugde ervaren.  Een mooi gebaar dat niets kost en veel geeft.  

 

Oh, glimlachen heeft ook nog een bonus : het maakt je jonger en mooier. Kijk maar eens in de spiegel : mondhoeken down... mondhoeken up ! A smile is stronger than gravity !!!

 

Glimlachen is hèt good-mood-beauty-geheim !

 

En dit kan allemaal door te focussen op wat je doet en wat je denkt en elke dag wat oefenen. Wish you luck !! 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik had het al eerder geprobeerd, hoor, gezond leven. Zo van : op tijd naar bed, niet te veel koffie, niet te veel koekjes bij die koffie, aan beweging doen. Vooràl aan beweging doen. Ik wilde dat zelfs helemaal in een diplomavormpje gieten en dus ging ik - lang, lang geleden - bij BLOSO het eerste jaar trainingsleer volgen. Echt boeiend. Dat meen ik oprecht. Maar de koekjes - ook al werd de koffie vervangen door thee - bleven hardnekkig kleven, samen met de rest van wat ik me bij gezondheid voorstelde. 

Ook met een job in een copycenter kwam ik niet veel hoger op de gezondheidsladder. Dus besloot ik op een goede dag de studie 'gezondheidsconsulente' te lijf te gaan. Europese Academie Antwerpen - Maastricht. Kilometers doen en véél bijleren. Het waren avonden en weekends waarvoor ik met plezier het huiselijke nest verliet voor de les en -genoten. Heerlijke tijd. 

Ik slaagde glorieus. Kreeg zelfs de 'Ananasprijs' voor het beste eindwerk (een spel om zwaarlijvige kinderen aan te zetten tot gezonder eten), iets wat ik helaas in een donker moment bij het restafval heb gegooid. 

Dan kwam min of meer gelijktijdig de vacature voor begeleidster bij Bodystyling. Heel klein advertentietje in de lokale krant. Meteen pen en papier genomen (want zo ging dat nog in die tijd) en het envelopje persoonlijk aan de deur van de vragende partij afgeleverd. Enkele weken later werd het pakket compleet met de nieuwe job : 'goede voeding + beweging = gezondheid'. Ik was zooooooo gelukkig ! 

Ik vond die job ook écht fantastisch : mensen helpen zich beter te voelen in hun vel. Hun letterlijke vel : hun lijf. Nauwelijks in hun hoofd. Toen had ik nog niet door dat hoofd en 'vel' in onoverkomelijke verbinding staan met elkaar. Lijf niet goed : hoofd niet goed. Hoofd niet goed : lijf niet goed. 

Ik legde de focus lang, heel lang, teveel op de weegschaal en het voedingsboekje, de oefeningen en het advies om het in de keuken thuis toch wat anders aan te pakken. Het hoofd werd effe overgeslagen ('komààn = discipline'). Het werkte wel maar er was ook veel terugval. 

Ik ondervond zelfs meer : het hoofd alleen is ook niet goed. Er hoort nog een hart bij. Die twee zijn toch onlosmakelijk met elkaar verbonden ! Het is jammer dat ik het in die tien jaren Bodystyling niet genoeg heb toegepast. Maar nu durf ik te zeggen dat ik het toch begin te hebben. En ik ben oprecht blij te zien dat Bodystyling vandaag de dag dat geheel heeft geïntegreerd. Al ben ik reeds vele jaren weg uit dat professionele deel, ik blijf betrokken én dankbaar. 

Ik ben dus een laatbloeier maar ik schaam me er niet voor. 'Beter laat dan nooit' zijn wijze lettercombinaties. Ik heb lijf, hoofd en hart leren kennen en ik heb ze aan elkaar voorgesteld. Ze vormen een wonderlijk goed team en ik ben gelukkig met hun samenspel.