BUURTEN

Wordt het nog wel gedaan, buurten, in deze maatschappij van presteren en moeten vooruitgaan ?  Ik leerde het kennen als kleine meid toen we naar mijn grootmoeder gingen. Ze woonden aan een - toen al - 'grote' weg waarlangs vele huizen stonden en er 'verkeer' was. In de lange zomeravonden gingen de voordeuren open en daagden kleurrijke klapstoelen op, netjes op een rij en ingenomen door de hele buurt. De kids mochten spelen in het voortuintje en we telden de auto's : de witte, de blauwe, de groene. Het verkeer was toen peanuts in vergelijking met wat het nu is op die grote weg. Toen ontstonden er nog stiltemomenten tussen de passerende auto's waarop er met de overkant werd gecommuniceerd. Er werd véél gebuurt toen. 

 

Ik woon in het centrum van Heist. Ik woon hier graag. Het is handig met alles zo dicht in de buurt. Mijn straat is geen grote weg maar een smalletje met éénrinchtingsverkeer. De overkant wordt helemaal ingenomen door het al dan niet gekende cultuurcentrum. 'Mijn' kant is een gesloten keten van rijwoningen en daar wonen mensen in. Ik ken ze, die mensen, enfin, ik ken hun gezichten.  Maar buurten ? … Neen.
Neem nu de laatste nieuwkomers. Roemenen. Ik geef toe dat ik daarbij al een vooroordelend gevoel had. Heimelijke bedenkingen zoals 'waar halen die het geld vandaan om in die nieuwbouw een appartement te huren' en (helaas ook) 'deuren vastmaken!'. Bovendien waren het eerste keus zuurpruimen. Nooit een knikje of een goedendag. Solotrippers, buh !  

 

De onderburen van de Roemenen zijn onberispelijke Belgen waarmee we een goed contact hebben maar buurten doen we niet. Het 4-appartementsblok daarnaast is bewoond door mensen met een groot hart voor dieren maar van de 5 bewoners ken ik slechts één bij naam. 
De buren van die buren ken ik het best van allemaal : ik ben daar één keer iets gaan vragen en één keer werd door hen bij ons iets gevraagd. Dat was heel even buurten. 
Daarnaast is de kledingswinkel met bijhorende woning van een alleenstaande mama. Alleen als Bol.com zijn pakje niet kan afleveren aan ons adres, ga ik naar daar. Niks buurten. Vriendelijk oppikken, dank je wel en wegwezen. 

 

Dan heb je Jeannine, je al bekend, die ondertussen een slotje op haar hek heeft met een bel ernaast zodat er geen 'doenkere' meer haar portemonnee komt stelen. 
Het enige stukje braakland in onze straat wordt gevolgd door het 'spookhuis'. Ik weet wel wie er woont. Een stel zonder naam dat nooit de rolluiken optrekt. De voorgevel is nog nauwelijks zichtbaar door een voortuin die in de verste verte geen plek meer heeft voor kleurrijke klapstoeltjes. En toch staat er op donderdagmorgen, als de vuilniswagen langs komt, de bak keurig op de stoep. Er is leven in dat spookhuis. 

 

Een straat volgt en daar zie je dan op de hoek die onberispelijke woning. Het voortuintje is met millimeterwerk verzorgd. Klein vijvertje, netjes overkapt door een gaasdraad om de reiger weg te houden van de goudvissen. Gelabelde plantjes en een gazonnetje geschoren door Gilette. Ook die mensen 'ken' ik. Ze zijn heel... euh… 'netjes' maar altijd vriendelijk met een oprechte goeiedag. En kijk, blijken ze een puppy te hebben ! Dat is een factor die mijn interesse triggert. 
Kom ik eerder deze week de 'nette' dame tegen aan de kassa van de supermarkt. Grote dierenvriend in mij vraagt naar de kleine pluizenbol. En wow! Daar begon het ! En het stopte niet meer, haar woordenstroom. Afrekenen met de cassière lukte nog net maar verder ontsnappen niet meer. Samen naar buiten, samen in de regen. Het bleef maar gaan, het nat en het woord. En neen, het was haar hondje niet maar dat van haar dochter die geen kinderen kon krijgen. En dan volgde de hele ontstaansgeschiedenis van de Nordfolk Terriër en het tere aan dat stoere ras. Flashbacks uit haar leven volgden elkaar in razendsnel tempo op. Af en toe gaf ik een 'oh' en een 'ja, da's waar' maar het stoorde me niks. Op een kleine tien minuten tijd leerde ik de verre buurvrouw, haar verleden, haar heden, haar leeftijd, haar dagelijkse bezigheden kennen. En dan kwam er plots weer de tijd in haar leven die besliste dat ze weer aan het werk moest. Daaag ! Haar naam ? Neen. Maar kijk, ik heb gebuurt, zij het niet op een kleurrijk klapstoeltje. 

 

En de Roemenen ? Mijn hardnekkige glimlach en 'hallootjes' hebben het gewonnen. En jawel, ik ken ook zijn naam. Hij lijkt het nu zelfs leuk te vinden om een 'heeejjj' op mijn 'hallo' te kunnen laten echoën. Laat ons maar stellen dat dit ook een vorm van buurten is. 

Buren. Ze zijn er met een reden. 
Groet ze. 
Draag zorg voor ze. 
Glimlach naar ze.
Buurt met ze. 

 

 

 

 

 

 

LDVD

De liefde. Het is wat. Te zien, te voelen in alle vormen en kleuren. Even voelde ik deze week zelfs een intens gevoel voor de regen al moet ik bekennen dat het weinig of niets te doen had met een mogelijke vorm van verliefdheid. Het ging niet zozeer om de natte stralen maar wel om de schoonheid van het wolkendek. De schakeringen waren waarempel niet in woorden vatbaar : alle tinten grijs (in de brave versie) met veegjes witte moed en vleugjes 'jawel-achter-de-wolken-is-er-nog-altijd-de-blauwe-lucht'. Kijk eens aan. De natuur doet het nodige en de herfst behoort ook herfstig te zijn. Enfin, de lucht heeft mijn hart deze week beroerd en hoewel ik zelf een oktobermeisje ben, is het afglijden naar de winter niet bepaald mijn favoriete tijd van het jaar. 

 

Terug naar de liefde. Gerodeerd in de job heb ik al vele akkefietjes helpen oplossen, gaande van: 'ik ben mijn brooddoos vergeten' tot 'ze slagen mij' met tussenin nog 'de meisjes gaan voor de goal staan, zo kunnen we niet voetballen' overhellend naar 'ze zeggen dat ik een snotneus ben'. Brandhaartjes die gelukkig op een betonnen speelplaats niet erg kunnen ontaarden in brandweerwaardige vuurpoelen. 
Deze week waren er echter bijzonder ernstige aangelegenheden die aandacht vroegen. Het ging over zéér serieuze dingen die kinderharten binnenvielen met snijwonden van jewelste als gevolg. LDVD.

 

Het meisje dat ik al langer had opgemerkt (derde leerjaar, groot, hip gekleed en zéér bewust van zichzelf), dat meisje verbrak haar 'relatie' met een klasgenootje. Het gastje was minstens voorhoofd, neus en kin kleiner dan zijn muze en het verdriet van het kereltje spreidde zich uit over de hele speelplaats. 
Meisje vluchtte met haar aanhang naar de WC,  jongen met zijn aanhang in wanhoop er achter aan. Dan moet ik optreden. Toiletten dienen tot andere dingen dan dat. De confrontatie was onvermijdelijk. Haar helblauwe ogen vol drama keken me niet aan, neen, dan viel het mystieke weg en dat wist ze duivels goed. De pruillippen lieten wel los dat ze het had uitgemaakt. De kleine man, flink tegen zijn ego getrapt, wilde weten waarom. Het kleine drama wilde dat niet zeggen en bijgestaan door de blonde tweeling met al evenveel sterallures, ging ze weg met de woorden: 'Ik heb hier niets meer aan toe te voegen'.
De kleine man bleef verweesd achter. Zeggen dat de tijd het wel in orde zou brengen en de wondjes zou helen, was de enige troost die ik kon uitbrengen tegen de liefdessneetjes bij de achtjarige. 

 

De dag nadien werd er weer gespeeld, zij het nog de meisjes met de meisjes en de jongens met de jongens. Tijd heelt inderdaad, langzaam maar zeker.
En dan zag ik dat andere kleine ventje. Ik herkende hem meteen omdat hij op de eerste schooldag een T-shirt droeg met daarop 'WITTEKOP'. Dat was hij ook en mijn geheugen reageert pittig op zulke dingen. Maar Wittekop had verdriet. Hij huilde bitter in de rij. Uiteraard vroeg ik wat er scheelde. Hij hikte de noodzaak van een antwoord weg. OK. Dat respecteerde ik al bleef ik hem verder wel goed in de gaten houden.
Even later zag ik het helse kliekje van het zesde (schelmen eerste klas!) op een kluitje staan met middenin Wittekop. Oh jee, toch geen pesterijen ?
'Neen, juf,'  begon de grootste deugneut van de serie, 'hij heeft een gebroken hart. Zijn liefje heeft het uitgemaakt.'
De stoere bink hield zijn armen stevig om het kleine ventje, strelende handen langs de schokkend rug. De soortgenoten strooiden hun troost al evenzeer uit over het slachtoffer van dat intense liefdesverdriet. Het was bijna ontroerend, de kleppers van het zesde die zich ontfermden als big bro's over de Wittekop van het vierde. Liefde dat verdriet wilde overtreffen. 

 

Het was bijna lachwekkend, liefdesdrama's op een lagere school in een naburige dorp maar ik heb niet gelachen, niet in het minst. De pijn was écht. Er zoemen wel vragen door mijn hoofd met enige bezorgdheid omtrent het opgroeiende grut dat dit leed op welk vlak dan ook meemaakte. Hoe gaat het thuis bij de kleine drama-queen? Wat ziet ze, wat hoort ze? Kopieert ze dat? Hoe moet de kleine man verder met het eerste sneetje in zijn hart? Kan hij dat in zijn veilige thuis kwijt? Durft hij dat? Kan hij dat? Màg hij dat... liefdesverdriet hebben. En Wittekop. Hij kon zijn verdriet niet onderdrukken maar wilde de zwakheid niet aan mij laten zien. Zou hij dat bij zijn mama wel kunnen? Hebben ze wel happy homes? Of houden ze alles stil verborgen in hun kleine hart tot ze op school hopen op wat begrip... of sensatie... of liefde.
In elk geval. Mijn hart is groot. Héél groot.

 

 

 

 

 

 

SPIDERMAN

Ik heb niet zoveel met Spiderman. Film één gezien op TV en wel blijven kijken omdat het toch op een of andere manier mijn hersencellen bleef prikkelen maar de behoefte om al de sequals in de bioscoop te gaan opzoeken, lag dan weer veel te ver uit mijn interesseveld. De manier alleen al waarop de held is ontstaan - een spinnenbeet! - liet een horrorachtige indruk op me na. 
Geef mij maar Zorro. Puur naturel en niks anders nodig dan gezond verstand en wat lappen zwarte stof. En ja! Een paard ook ! Vooral dàt! Zo'n zwarte Andalusiër met golvende manen en een staart die het woord 'paardenstaart' ver overstijgt. Spiderman krijgt zijn krachten van buitenaf en Zorro, die heeft gewoon héél hard moeten trainen om die degen alle kanten te laten opflitsen. Ik houd van naturel. 

 

Zorro komt helaas niet opduiken. Spiderman daarentegen wel. Hij doet onnavolgbare kunstjes in onze tuin en ik kan er alleen maar met veel bewondering naar kijken. Er valt helemaal geen lady te redden, hij doet het helemaal uit zichzelf én voor zichzelf. Hij bouwt een web. Gi-gan-tisch! De man en ik hebben het zowat nagemeten : hij begon op vijf meter hoogte en heeft zich dan onbevreesd naar onze Amerikaanse bosbessenplant - zes meter verder en drie meter lager - gegooid... Onze Spinnenman heeft niet het roodblauwe pakje aan, hij is donkergrijs en zijn lengte is zelfs voor een kabouter piepklein. Maar hij hangt er. Aan flinterdunne speekseldraadjes, komende van vijf meter hoogte met een mooi raster rond ons fruitboompje om dan versteviging aan te brengen aan de andere zijmuur en weer twee meter hogerop zijn net compleet te maken. Als dààr geen prooi in terecht komt.

 

De wind is fel. De regen ook. Maar Spiderman is stoer en verdraagt het met veel overgave. Kijk eens aan. Ik sta binnen en ril. Niet omwille van het achtpotige monstertje maar omdat de wind en de kilte de herfst naar binnen brengt. Tijd voor wat warmers. Dat geldt echter niet voor 'buiten'wezens. Koud- of warmbloedig, er is geen verwarming daar, tenzij de steeds schaarser wordende zonnestralen, of mogelijk een kuiltje in de schoot van Moeder Aarde. Even aan de thermostaat tikken, zoals ik dat kan doen, hoort er voor hen niet bij. 

 

De echte helden wonen buiten. Hun instinct is hun overlevingskracht. Ze gaan door. Ze zeuren niet. Ze twijfelen niet. Het is niet van kiezen maar van noodzaak. Niet doen is doodgaan. Ze maken er geen punt van, ze doen het uit liefde voor het leven. 
De natuur heeft een leidraad die al miljoenen jaren gevolgd wordt, lang voor de mens er zich kwam mee bemoeien. Diezelfde natuur doet nog steeds wat ze moet doen. Wij doen dat al lang niet meer. Meppen en pletten. Ik doe het ook, hoor, maar nooit zonder 'sorry' te zeggen tegen de zes- of achtpotigen die ik hun leven ontneem. 
Spiderman heeft daar nu misschien verandering in gebracht. Na een donkere en brutale wolkbreuk is zijn prachtige web verwoest. De heldhaftigheid werd een leegte en ik vraag me oprecht bezorgd af waar hij nu is, de kleine held. Ik hoop dat hij de weg weer vindt, vijf meter opwaarts. De bessenboom wacht op hem. En ik ook. Kom op, Spinnenman, je kan het !! 

 

EGOTRIPPEN

Soms ben ik erg verleidbaar en sta ik het ook toe om me te laten verleiden. Heel subtiel. De directe aanpak heeft minder vat op me. Het gebeurt meestal op weinig interessante momenten. Ogenblikken waarop ik even vergeet aandacht te schenken aan hier en nu. En dan daagt hij op. Rank en rijzig, doet zich nogal imposant voor maar niet afstotelijk... eerder innemend op een heimelijke manier. Ik ken hem goed en dus laat ik het maar gebeuren. Hij spreekt tot me op een manier die ik klakkeloos toelaat omdat hij mij ook kent en dus wéét hoe hij me kan inpalmen. Het is niet eens respectloos, het is meer... hoe zal ik het zeggen... overtuigend. Ja, dat is het woord. Overtuigend. Hij is héél overtuigend en bijna altijd geloof ik hem. Mijn ego. 

 

Hij heeft geen harde taal. Dat kan ik wel stellen. Hij spreekt doordringend, op een zachte toon. Hij weet dat zoiets 'pakt' bij mij, waarom zou hij het dan anders doen. Meestal begint hij met vragen stellen, zoals : 'Zou je niet lastig worden omdat het regent?' of 'Waarom schiet je nu niet uit je sloffen?' of 'Kan je niemand anders de schuld geven?', oh, en deze : 'Heb je wel genoeg tijd om dit alles te fiksen?' Met dat laatste heeft hij zowat àltijd mijn support. Da's waarachtig een moeilijk knoopje. 
Eens de vragen antwoord hebben gekregen naar de zin van dit onzichtbare schepsel, dan gaat de chaos van start. Trek-en-duw-spel. 'Neen' en 'ja'  volgen vlotjes na elkaar en liggen op den duur hopeloos in de knoop met elkaar met het gevolg dat ik fronsend en frustrerend in rondjes ga draaien. Oh ja, ondanks alle happiness geraak ik er niet meteen uit.

 

Maar dan! Dan daagt 'iets' anders op. 'Iets' dat er niet zo goed tegen kan dat ik zo'n donderwolk boven mijn hoofd heb hangen. Het gaat net zoals in de cartoons waarop er een duiveltje op de ene schouder en een engeltje op de andere zit. Ik herinner me niet meer hoe het ontstaan is maar meestal druipt het duiveltje af nog voor het lichtwezen het onderste uit zijn kan heeft gehaald. 

 

Ik hou er niet van om in de ban te zijn van dat ego-duiveltje. Het brengt meer kwaad dan goed. En toch laat ik me ertoe verleiden op zwakke momenten. Duizenden goede voornemens helpen niet om het tegen te gaan. Er is - mijn inziens - maar één methode. Niet de harde hand, dat is nooit goed. Evenmin de bestraffende vinger. Ik geloof meer in de belonende duim.
Ik ben mijn ego gaan zien als een puppy : onstuimig, aandacht vragend, uitdagend. Als ik niet correct met hem omga, wordt die kleine puppy de leider van de roedel : hij en ik. 
Ik erken hem, die puppy, ik geef hem soms zelfs gelijk maar leidt hem dan even subtiel als hij mij probeert te verleiden naar zijn bench toe. Hij mag er zijn, de deugniet, maar als hij niet bijdraagt tot een positieve vibe in mijn groeiproces, dan moet ie maar in zijn bench. Daar zit hij veilig. Want daar dient zo'n bench voor: geborgenheid, zekerheid, veiligheid in liefdevolle zorg van het baasje. Daar mag hij blijven tot ik weer, onoplettend, het slot open maak... 

 

En het lichtwezentje dan? Ik weet het niet. Het daagt op en maakt me attent op de aanwezigheid van iets dat me inpalmt. Het is bewustwording. Bewust worden van iets dat eigenlijk niet bij je past. Het ego dat alles uit de kast wil halen om je negatief te stemmen. Ik hou er niet van, van zo'n gevoel. Weinigen doen dat, zo meen ik. Eigenlijk zou niemand er mogen van houden. Een geschenk zoals het leven behoort vol liefde gedragen te worden. Oh ja, het leed. Ik weet het. En neen, dat is niet fijn. Maar mag ik voorstellen om dat ego op tijd in zijn bench tot rust te laten komen. Mogelijk wordt het leed dan ook wat minder zwaar. Hoe dan ook, achter de wolken schijnt altijd de zon. Echt.

 

 

 

 

 

'Komt een vrouw bij de dokter'

Heb je die film gezien? Met de titel van hier boven bedoel ik? Hollands materiaal. En dat is niet om te lachen. Echt een goede film. Niet vrolijk maar wel écht goed. De vrouw die in het verhaal van hier en nu verschijnt, heeft niet de problemen die de vrouw uit de film heeft, integendeel. 

 

We hebben een geweldige huisarts. Hij luistert, neemt de dingen ernstig, kent Babseluk binnenste buiten en kan prettig relativerend zijn, op het grappige af. Ik denk dat hij dat moèt doen, voor zichzelf, om de boel aan te kunnen. Stel je eens voor wat een miserie een arts allemaal over zich heen krijgt. Dag in dag uit. De verantwoordelijkheid. De fouten die hij soms maakt, hoe dan ook, want dat zal al wel eens gebeuren. En dan het leven nog in de ogen kunnen kijken en zeggen : 'Yep, ik ben hier graag en ik ben happy!' 
Het kan niet anders dan een roeping zijn, zo'n job, maar dan nog verbaast het mij, die energie van onze huisarts. Wààr haalt hij dat vandaan ? 

 

Ik hoef alleen maar rekening te houden met Babseluk, wat ook een verantwoordelijkheid geeft (zeg mij wat). Mijn man is een bovenste beste plantrekker. Dan is er nog mijn mamaatje die toch wel haar draai gevonden heeft in een goed georganiseerde home maar die nog graag extra in de watten gelegd wordt. En er is de bende op mijn werk maar dat zijn best inventieve zoekers. Hier en daar is er nog wel iemand die ik graag help, maar mijn 'domein' is vrij beperkt. De dokter heeft job te doen van 's ochtends tot 's avonds voor een bestandje van meerdere tientallen personen. Wel, ik wil géén dokter zijn. Daar heb ik gegarandeerd de fut niet voor.  

 

Maar om het verhaal van de vrouw die bij de dokter komt effe te verduidelijken. De man had een medisch attest nodig en dus stuurde hij zijn vrouw (ik dus). Kwam die vrouw bij de dokter en zag ze aan de deur een kat zitten. Ging dat beestje liggen rollebollen zoals onze katten dat kunnen doen met in hun ogen de vraag : 'oh, please, aaien op mijn buikje'. Aaien deed ik dus op dat fluffy pelsje, zelfs met de nodige tekst erbij : 'dag lieve vriend, fijn je te ontmoeten, maar ik moet nu naar binnen.' Kat wilde mee naar waar ik ging. Kon ik uiteraard niet maken. Katten en dokterspraktijken... leek me geen goed idee. Poesje dan maar opgepakt en dertig centimeter verder neer geplant om dan vlug vlug naar binnen te glippen. 
Dokter kwam in de gang om een patiënt uit te laten en als giga-dierenvriend kon ik het niet nalaten te zeggen dat er een poesje graag wilde binnen komen. Patiënt er uit, katje er in. 
'Onze Paté'.
Hij zei het heel liefdevol, onze dokter, en kreeg als beloning een stevig kopje lang zijn benen. De deur naar 'privé' ging open en daar zat een sloeber van een retriever kwispelend op zijn poezenvriend te wachten. Nog een lief woord van de geneesheer voor beide dieren en alles ging opnieuw dicht. Het was weer 'praktijktijd'.

 

Zo viel een hele 'pel' van onze huisarts af. Hij had zich een half minuutje bloot gegeven in genegenheid voor de huisdieren die onder zijn dak woonden en hem duidelijk kenden en wisten aan te pakken, die hem vreugde en afleiding verschaften en dat nog veel zullen doen. Hij, de dokter, heeft toch een leven dat mooi  blijkt te zijn. Zij, zijn huisdieren, hebben dat ongetwijfeld ook. En ik, de vrouw die bij de dokter kwam, keek ernaar en werd er stil gelukkig van. 
Mens blij. Dier blij.
Het leven is goed, hoor.

 

 

 

 

Eeuwige jeugd

Ik had me goed voorbereid, zo meende ik, op die eerste werkdag. Gebrainstormd over alle mogelijke pistes, van 'wie ben jij' tot 'trut'. In geval van dat laatste was het plan om heel hard te gaan lachen. De oefening daaromtrent verliep echter niet zo goed. Fake-lachen zit niet pasklaar in mij gegoten. Andere optie was de wedervraag : 'weet jij wel wat dat betekent?'. Elk antwoord zou ik weerleggen door de lettercombinatie om te zetten in waardige woorden : 'The Real Useful Thing' maar dat zouden ze niet begrijpen en ik vond niet zo direct een alternatief. Dus zou het worden : 'wie vind jij nog een trut', daar zou eventueel een compliment kunnen uit voortvloeien of anders een oprecht geschater.

 

 

Enfin, ik vond het sowieso belangrijk om te kennen te geven hoe ik heette zonder dat voortdurend te moeten herhalen en dus maakte ik een badge met mijn naam op. Kleine blikvanger en hopelijk ook een anti-trutmiddel. Nog even langs bij de directie om me aan te melden en met haar vriendelijke boodschap : 'Sta maar stevig in je schoenen, ze gaan het uithangen!', startte ik mijn werkdag.

 

 

Mijn collega is een rot in het vak met zes jaar ervaring die de taak had overgenomen van zijn vrouw die het jobje op haar beurt nog lànger had uitgeoefend. Een hele rimram stormde mijn oren binnen. Het bleuke liet een klein zuchtje maar merkte snel dat alles goed zat. Zo moeilijk is dat nu ook niet om thee op te schenken en melkkannen te vullen! De jéugd zou pas de grootste uitdaging zijn. 
Stipt om twaalf uur gilde de elektrische bel over de gigantische speelplaats en stormde het jonge geweld uit de klasdeuren. Ik was er helemaal klaar voor. 
Het mooie weer lokte onze drankenkar naar buiten. "De jeugd eet graag in open lucht en als het enigszins kan, laten we dat ook toe". Wijsheid van de oude rot. Meteen daarop greep hij naar de oude schoolbel onderaan op de kar. Dat had ik niet zien aankomen. De galm werd onmiddellijk beantwoord : er volgde een vloeiende line-up!

 

 

Er was een zekere intensiteit aan decibels in de rijen maar ik vond het best aanvaardbaar en zo ook de collega. Ik begon hem al te doorzien : geen speelbal maar ook geen prekende pastoor. Het evenwicht ligt altijd in het midden.
In de wachtende lijnen zag ik vele fronsende blikken op mij af komen en de atmosfeer hing vol met die éne vraag : 'wiè is dàt?'
Bij het nemen van hun drankje fixeerden vele ogen zich op het kleurrijke label en ik hoorde mijn naam héél vaak uitspreken. Het leek geen truttennaam, neen...

Dan ging de klingelbel weer en kwamen alle bekers, koppen en tassen, ordeloos weliswaar, terug op de kar, brooddozen werden naar de brooddozenbakken gebracht en het spel van de jeugd brak luid open. Met een knip stond ik alleen op de gigantische speelplaats toezicht te houden over meer dan honderd jeugdige uitbundigheden. Ik kende de spelregels en keek er nauwlettend op toe maar niet één overtreedde de code, ze deden allemaal blij hun ding. 
Dan kwamen zij er aan, vier zesdejaars. Kleppers, dat zag ik zo. Giechelend als meisjes maar toch meenden ze zich stoer voor te doen. Haantjes. Moeder kip moest opletten.... 

 

 

"Hoe oud ben jij?" 
OMG!
De grijnsjes waren hilarisch maar ik was toch heel effe van mijn dunne sokken geblazen.
"32", meende de kleinste. Het kwam er héél vastberaden uit.
"Jij bent voortaan mijn allerbeste vriend!" Ik zag in zijn ogen dat de trut niet meer zou komen opdagen al wist hij meteen dat hij niet echt de nagel op de kop had geslagen. 
"35", was de tweede poging. Mijn eeuwige jeugd was in wording!
Zijn kompaan had het door en waagde ook een gok : "42! En nu ga ik slaag krijgen!" Hij dook zowaar weg achter zijn dunne armen. 
Mijn glimlach en mijn dag konden niet meer stuk. Werkelijk, het zijn schatjes en mijn eeuwige jeugd is verzekerd!

 

De badge had de trut geliquideerd. Mijn creatieve brein ging meteen aan de slag want na twee dagen weten ze wel dat ik Alma ben. Typen, knippen en plakken want variatie is deugddoend, leerrijk en verjongend. Alles voor de eeuwige jeugd.

 

De eerste schooldag 

 

 

Voor klein en groot schoolgaand grut is het krediet bijna op. Na dit weekend is het 2 september. Het is eens iets anders dan 1 september. 
De allerkleinsten beleven nog een spannend restant van hun 'vrije' leventje, niet wetende wat hen te wachten staat. De ene zal dat met veel snottebellen ondergaan, de andere zal helemaal klaar zijn om het avontuur aan te pakken.
De afgezwaaide kleuters van vorig schooljaar ruilen hun knapzakje voor een boekentas met pennenzak en ik durf erom te wedden dat de zoektocht niet altijd naar de zin van ma en pa was.
De tiener die de overzet doet naar een secundair instituut zal mogelijk met wat contentement de toekomst tegemoet kijken : als je de tijdsspanne van schoolgaan bekijkt, zit die namelijk al over de helft. Maar hoe dan ook, de schoolpoort lonkt weer.

 

 

Mijn krediet is helemààl op. Ik heb geen enkel excuus meer. Alles is opgebruikt. En dus heb ik vandaag een contract ondertekend. Een contract dat mij ertoe verbindt te doen wat al lang in mij zat te borrelen : bijdragen aan de maatschappij. Na 17 jaar werd dat weer tijd. Ten eerste omdat thuiszitten (ik 'zat' niet altijd, hoor!) sociaal gezien niet erg bevorderlijk is. Ten tweede omdat ik wat meer wil doén voor de medemens. Ten derde omdat ik me de laatste tijd voelde als een groot moederbeest dat haar jong effe van haar afduwt om het wat zelfstandigheid te leren.

 

 

Babseluk heeft deze zomer flinke sprongetjes gemaakt. Alleen naar de bib (is vlakbij) om strips om te ruilen. Alleen naar de Carrefour (is ook vlakbij) om poezensoep te halen voor onze viervoeters, gewapend met alleen een briefje van 5 euro zodat er niet hoeft geteld te worden. Strijken. Zakdoeken weliswaar omdat die toch à volonté kreukels mogen hebben. In de Lunch Garden eens iets anders eten dan de traditionele spaghetti bolognaise. Mijn moedersnuit heeft goed geduwd. En dus heb ik écht geen excuses meer.  

 

 

Het enig dat ik nodig had, was een kleine job in het onderwijs. Les geven, dat zag ik mezelf niet meer doen, maar zoiets ànders al wist ik helemaal niet wat. Dus gooide ik het in de ether en bleef het maar herhalen als een mantra, elke dag opnieuw, wéken aan een stuk, vol overtuiging en met de glimlach, want dat werkt, zo las ik in vele boeken. 

 

'ER KOMEN 4 TOT 6 UREN IN HET ONDERWIJS NAAR MIJ TOE, PASSEND IN HET DAGSCHEMA VAN BABSELUK EN TEN GOEDE KOMEND AAN HET WELZIJN VAN MIJ EN MIJN GEZIN.'

 

Vandaag ondertekende ik dus dat contract : middagopzichter in de lagere school op een boogscheut van mijn voordeur. Anderhalf uur op de lange schooldagen, woensdag dus vrij (zodat ik in de voormiddag nog steeds naar mijn geliefd naaicafé kan!) en uiteraard niet aan de arbeid tijdens de schoolvakanties.
Het maakt dus dat maandag 2 september ook mijn eerste schooldag wordt. En zoals veel schoolgaande jeugd (!) heb ik ook een klein zenuwtje. Maar ik vertrouw erop en gooi een nieuwe mantra de atmosfeer in : 

 

'DEZE JOB VERRIJKT MIJ EN IK DRAAG VREUGDEVOL BIJ AAN DE GOEDE SFEER OP DEZE SCHOOL.'

 

Voilà. Big smile.

 

 

 

 

Multitasken

Koken en discussiëren. Haar föhnen en lipstick aanbrengen. Lezen en luisteren. Autorijden en telefoneren. Afstoffen en dansen. Schrijven en rekenen. Het zijn maar enkele voorbeelden van 

MULTITASKEN.


Als ik kook en gelijktijdig probeer te discussiëren dan is de soep geheid aangebrand. Geen haar op mijn hoofd gaat mijn lippen verven als ik met natte haren en de droger worstel. Luisteren kàn volgens mij niet als je leest, mogelijk 'horen' wel, maar dat is net nog iets anders dan luisteren. Autorijden en telefoneren : FOEI !!! Dansen als ik afstof bestaat hoogstens uit het wiebelen met mijn achterwerk, pirouetjes kunnen gewoonweg niet want mijn armen zijn niet lang genoeg om 360° mee te kunnen blijven gaan over de kast. Schrijven en rekenen op één en hetzelfde moment, ik begin er gewoon niet aan. 
Ik kàn niet multitasken. Ik heb het vaak geprobeerd maar ik maakte er telkens een zootje van. Dus veranderde ik van tactiek : wie mij naast één ding nog een tweede gelijktijdig wil laten doen, krijgt voorwaar dit antwoord : 


'EFKES WACHTEN'.


Het prat gaan van menig vrouwelijk aardebewoner op noeste dubbelarbeid zag ik altijd met ietwade lede ogen aan. Op die momenten dat de mannen nogal stevig onderuit gehaald werden, had ik héél veel sympathie voor hen. Ze zijn - op dat gebied - veel slimmer dan de dames. Ze maken zich niet moe aan die uitsloverij. En gelijk hebben ze. Dat maakt onze jongens écht niet lui. Ze werken gewoon hun lijstje af,


EEN NA EEN.  

Ik mag niet veralgemenen, maar is het ook niet een klein beetje zo dat dames wat rapper gestrest geraken bij het uitoefenen van zovele dingen in één klap? Komt er dan niet zo'n klein, venijnig adertje de rust verstoren, vooral als tijdens dat multitasken ook nog eens - bij voorkeur een man - iets komt vragen?... Oei! Mijn twee pollekes vliegen al vol genade de lucht in! Elke vrouw mag van mij denken dat het niet zo is en dat ze de wereld op één hand draaiende kan houden terwijl de andere hand nog een cake in de oven gooit. Maar ik houd het voor mezelf toch liever wat meer 


RELAXED.


Dus was ik héél blij toen ik las dat multitasken niet kan. Wetenschappelijk onderuit gehaald! 
Ons brein zit fantastisch in elkaar. De nano-seconden-verbindingen zijn nog veel te groot om hun snelheid van arbeid te kunnen verwoorden. Ze zijn een orgaan dat ons op onze bewuste wenken (onbewuste controles gebeuren zonder onze inmenging : ademen commandeer je namelijk niet) bedient. 'Doe dit' en ze voeren het instant uit. 'Doe dat er ook nog bij' en ze fixen het, maar dan moet de eerste opdracht een pietluttig momentje wachten om dan weer over te schakelen naar die andere opdracht. 

 

'SWITCH'

 

Leuk programma op de zomer-TV : 'Switch', maar onze hersenen doen dat blijkbaar ook, zij het in 'high-speed-control'. Goed onderhouden hersenen switchen met gemak en doen dat met volle overgave voor hun patron. Soigneer ze dus, die breinkwabben. Toon ook een beetje genade voor hen, overbelast ze niet. Ze kunnen namelijk ook moe worden. Doe zoveel als mogelijk wat je graag doet. Werk je takenlijstje zo rustig mogelijk af. Voeg 'efkes wachten' als een mantra toe. Het heeft mij nog nooit schade berokkend.  

 

SUCCES !

 

 

 

 

Nieuwe buren

Ooit stelde iemand me de vraag waarom dieren zouden bestaan, buiten het feit dat ze eetbaar zijn. Zelf ben ik niet zo'n vleeseter en ik kan énorm lastig worden bij dierenleed. Eén van de vier ruimtes in mijn hart zit namelijk propvol dierenliefde. Soms ook wat overdreven, bijvoorbeeld wanneer ik een muis uit de klauwen van onze grijze tijger bevrijdt. Dat 'gemuizenis' hoort namelijk bij kattengedrag en eigenlijk bemoei ik me dan met de natuur wat als mens ongehoord is, daar komt rotzooi van, dat merk je alom. 

 

 

Enfin, die vraag dus. Ik moest daar niet lang over nadenken. Mijn antwoord : dieren bieden troost, schoonheid, verwondering, rust. Ze leren ons massaal lessen. Ze zijn immers àltijd in het hier en nu aanwezig. Ze denken niet aan morgen of aan gisteren. Ze leven à la minute en doen wat ze dienen te doen, volgens hun instinct, iets wat wij niet meer kennen (ons verstand beredeneert nogal wat). Als je ze goed behandelt, behandelen ze jou ook goed. En ja, er zitten ook ettertjes tussen maar ik denk dat het vooral gifspuiters worden als ze door de mens bedreigd worden, op welke manier dan ook. En niet te vergeten, net als wij, mensen, kunnen ze ook pijn ondervinden, vreugde voelen en bang zijn maar wat ze vooràl doen is léven !

 

 

Sinds enkele weken hebben we in het Stenen Huis nieuwe buren. Pinto's. Ze vervangen de koeien. Excuus, ik spreek hier wel degelijk over dieren. Pinto's zijn gevlekte paarden (zoals de Indianen die hebben in de westerns). Als er nu één dier is dat ik zowaar - voor mezelf - heilig verklaar, is dat wel een paard. 
Staan ze daar met z'n drieën. Verre van raspaardjes maar zo prachtig. Op een heel klein boogscheutje van het raam staan ze naar ons te kijken. Zelf zou ik in de weide willen kruipen maar ik doe het niet. Ik kijk op dat kleine afstandje toe en tart hen niet. Ze zijn te mooi om niet gade te slaan op een respectabele afstand. De eigenaar woont enkele huizen verderop en is fantàstisch met hen. Elk weekend haalt hij hen uit de grote weide om lange ritjes te maken. Ze worden goed verzorgd, die pinto's.

 

 

In de heetste dagen van dit jaar stonden we 's morgens op en was - out of the blue - drie vier geworden. Langpotig, baardig staartje, stugge maantjes rechtop. Het veulen was duidelijk een telg van de familie Pinto. Uit ons aller mond kwam maar één geluid : 'OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOHHH' !!!
Alle kleine dieren zijn schattig maar een veulen heeft toch een extraatje : poten die véél te lang lijken, speelse sprongen en de vrolijkheid in het karakterhoofdje (paarden zijn edel, ze hebben geen kop maar wel degelijk een hoofd). 
De eigenaar was ook ter plaatse en keek of alles wel naar behoren ging, namelijk het drinken. 
En halfuurtje later gebeurde er dan zoiets mooi. Halster om de moedernek, ze mag met haar jong naar een andere weide wat verderop. Man leidt de moeder de straat op en het veulen dartelt vrij en vrolijk achter haar aan, vol vertrouwen, ook al komen er auto's langs. Trippeltrappel, dicht tegen haar flank, onder het toeziend oog van de eigenaar, naar de weide enkele honderden meters verderop. 
Wauw !
Wat een vertrouwen. Dat heeft te maken met de mens die het dier goed behandelt, met het instinct van het dier dat weet dat de moeder er is én de zin in het leven. 

 

 

Kan je je een wereld voorstellen zonder dieren ? Ik niet. Laten we maar goed voor hen zijn. Ze zorgen mee voor onze planeet. Je hoeft geen kamer in je hart voor hen vrij te maken als je niet zo 'beestachtig' bent maar een aarde zonder dieren... Het zou armoedig zijn. 

 

 

 

 

 

Happy summer !

Heb je dat ook dat je zo intens gelukkig kan worden van iets dat je hoort of ziet of proeft, mogelijk zelfs voelt ? Zo'n gevoel dat je niet eens kan beschrijven, waar geen woorden voor zijn maar dat je in gedachten toch weer kan oproepen waardoor er een glimlach om je mondhoeken verschijnt en alles om je heen even vervliegt. Mooi, he. 
Zo'n gevoel dat je kan koesteren. Soms ligt het vast op een foto, soms moet je het met een herinnering doen. Vaak ook verglijdt dat gevoel naar een mindere fase van intensiteit maar altijd blijft het wel 'hangen'. 

 

 

Het leven zit vol van die dingen. Helaas nemen we er te weinig van op, zo meen ik toch (ik kan niet voor iedereen spreken). Ik vind het al jammer als de bloemen in de vaas op de kast hun kopjes laten hangen... maar de vorige dagen waren ze wel pràchtig ! Ik ben dan gewoon dankbaar voor hun leven en ik laat ze werkelijk helemaal uitbloemen voor ze op de composthoop gaan, met nog een 'mercie-dankwel' achterna. 

 

 

Aan het begin van deze zomer is een maatje van me overleden. Hij heeft een goed leven gehad, hoor. Pittig. Intens. Hard gewerkt. Hard genoten. De kwaliteit van zijn leven lag hoog. Tot een vreselijke ziekte op hem toehapte en hem stukje bij beetje al zijn genot en inzet ontnam. Je wil niet weten wat hij heeft moeten doorstaan. 
Dan kan je je uiteraard vragen stellen over de rechtvaardigheid en zin en onzin van het leven. Ik denk niet dat dat relevant is. Het haalt een zwerm donkerte binnen die moeilijk weer buiten wil. Ik ben van mening dat dankbaarheid voor het gewezen leven een mooier ding is dat de overledene wil 'zien' en dat voor de overgeblevenen ook makkelijker hanteerbaar is. Zeker weten dat hij dat ook zo wil(de). Hij besefte dat zelfs, naar mijn mening. Heeft geen seconde geklaagd over het zwaard dat boven zijn hoofd hing en dat met de regelmaat van de klok weer een koordje doorhakte. Hij heeft waarachtig gelééfd. Alles eruit gehaald. Daar kunnen we toch alleen maar dankbaar voor zijn ! En de herinneringen koesteren. Herinneringen die ook zo'n overweldigend gevoel in je binnenste kunnen geven. 

 

Het is héél cliché maar ik herhaal het toch ! Volg je hart. Doe wat je denkt en vooral voèl wat je dient te doen en genièt van die momenten. Er is - écht waar - àltijd iets in je omgeving dat je bewondering kan oproepen en dat je intens gelukkig kan maken. Daar is - zo heb ik geleerd - maar één methode voor : bewustwording. 
Kijk maar eens om je heen. Wat zie je allemaal ? Wat hoor je allemaal ? Kijk, luister doorheen de alledaagse dingen en ontdek ! Een zwaluw in de lucht met zijn prachtig enthousiast geluid ! Een ontluikende bloem ! De glimlach van een wildvreemde. De puppy met zijn kwispelende staartje. Een rode zonsondergang. De blauwe lucht. Een wit wolkje in de vorm van... whatever. De ijskar die er met zijn vrolijke deuntje aankomt. 
Honderden, duizenden dingen zijn er voor jouw en mijn geluk. Wees alert. Hoor. Zie. Voel. Smaak. Reuk. Genièt. 
Wees gelukkig. 

 

 

HAVE A HAPPY SUMMER !!!

 

 

 

Scouting

Het was snikheet. De man zat alleen in shorts aan de computer. Babseluk liep luchtig verhaaltjes te vertellen in een traject tussen de twee ventilatoren. Ik zat op een zijspoor van dat traject te lezen in een boek dat tussen wetenschap en verhaal het mysterie van leven en dood beschreef. 

Dan ging de bel. Het was een vreemd geluid vermits we in het Stenen Huis haast nooit belleke-trekkers hebben. Altijd bij zo'n dingdong moet de man gaan (mijn Frans is niet up to date genoeg om heel spontaan beginnen te parleren). Met de autosleutels in de hand kwam hij weer. Of ik vier scoutsmeisjes naar Rendeux kon brengen, eentje had een pijnlijke knie. Hij kon de klus niet klaren, stel je voor : een halfnaakte man in één auto met vier minderjarige meisjes... en een T-shirt inwippen, daarvoor was het véél te warm ! 

 

De zwaarbepakte scouts keken mij dankbaar aan. Zakken in de koffer, meisjes in de auto. Ik had het voorbije minuutje al geoefend en kreeg uitgesproken dat ik niet zo goed was in hun taaltje. Het antwoord was best schattig : "Wei sprrekèn een beetche Nédèrlànds !" 
Ok, denkt de leerkracht in mij, oefenen dan maar ! Op het korte traject (Rendeux is het buurdorpje) deden ze werkelijk hun best, met uiteraard het nodig gegiechel.
Rugzakken uit de kofferbak. Met een 'bon chance' nam ik afscheid en toen... ach ja, toen buisden ze alle vier voor het vak Nederlands : "Danke schön !"

Op een of andere manier voelde ik me tijdens de terugrit blij. Ik merkte dat er een klein pareltje aan mijn aureooltje was geplakt. Het voelde héél fijn aan !

 

Twee dagen later was het nog snikkender heet. De klederdracht en bezigheden waren ongeveer idem dito met het verschil dat ik het 's morgens om elf uur al wat moeilijk had met die verzengende hitte. Ik besloot om naar de supermarkt in Rendeux te rijden, lekker koel wat rondkuieren om ingrediënten te verzamelen voor een verfrissend maal. Leeggoed van flessen en potjes achterin de auto geduwd om ze te deponeren in de glascontainers aldaar. 
Met een hele zak vol verse, knapperige groentjes keerde ik terug, halfweg wakker geschud door het gerammel van vergeten leeggoed. Terug gedraaid dan maar. Niet erg, auto had ook airco. 
Bij het ledigen van de doos zag ik verderop langs de weg twee meisjes staan liften. Een zonnehoed en een bandana. Ik kon vanop die afstand zelfs merken dat de hitte ook hen ambeteerde. De auto's raasden voorbij. Meedogenloos. 

 

Een herkenbaar gevoel begon te kronkelen in de buurt van mijn middenrif. Lege doos in de achterbak. Auto richting zonnehoed en bandana. Ze hadden het eerst niet door omdat ik de wagen geparkeerd had op de parking van het frituurtje naast hen. Het ongeloof in hun ogen zal ik me nog lang herinneren. 
"Français ou Néerlandais ?"
"Néerlandais." Yes ! Kom meiden, inladen die zakken ! Mijn idee was ze een vijftal kilometer mee te nemen waar ik dan met een kleine omweg naar het Stenen Huis kon. Ze waren zo blij met dat voorstel. Effe uit de hitte, effe de benen kunnen laten rusten. 
"Scouts ?" Yep. En de babbel begon. Gentse meisjes op kamp in de Ardennen. Ik leerde dat scouts àltijd veel moeten stappen en hun plan moeten trekken. Avontuur is de basis van al wat ze doen. Leuk. Enfin, behalve die dag : "Echt te warm, hoor, om 60 kilometer te moeten stappen." HU ?
Een bus misschien ? 
Neen, geen geld verspillen ! 
Het kronkeltje rond mijn middenrif maakte een sprongetje. 
"Ik breng jullie tot in Hotton !"
Blik in de achteruitkijkspiegel. Het zonnehoedje kreeg bijna een appelflauwte. Echt ? Echt ! Dat scheelde alweer 10 extra kilometers in de benen. 

 

Eindstation bereikt. Zakken uit de koffer. Een zucht van het zonnehoedje die er toch duidelijk minder zin in had dan de bandana. De hitte was hier duidelijk wel het grootste avontuur. 
Geen 'danke schön' maar glimlachjes en dankbaarheid in de ogen. Daar gingen ze weer. Ik bad de weergoden hen genadig te zijn en ik stuurde extra vonkjes het universum in om een vriendelijke chauffeur naar hen toe te zenden. 

Het kronkeltje in mijn middenrif was uitgegroeid tot een grandioos gevoel van vreugde en dankbaarheid. Warmte binnenin die me, ondanks de hitte, deugd deed. Helpen. Dat beetje maar. Geven. Een kleine bewezen dienst. Danke schön, een zonnehoedje en een bandana, ze maakten me blij. 

 

 

 

Jonathan Livingston Seagull

Als we naar zee gaan is dat altijd naar Domburg, Nederland. Heel anders dan de Belgische kust. Geen appartementsgebouwen, geen dijk, geen boulevards, er is gewoon een strand. Een gigàntisch strand. De duinen zijn er duidelijk heilig. Daar komt alleen een wandelpad op en strand en dorp zijn daardoor gescheiden. Je kan dus niet vanop een leuk terrasje naar de zee kijken. Maar je hebt wèl een strand om u tegen te zeggen. 
De zee haalt het in geen 500 jaar tegen die stoere duinen (tenzij de opwarming van de aarde nog een extra vaartje gaat nemen). Hier en daar staan er op het strand 'paviljoenen' waar je wat lekkers kan gaan eten of zelfs kan ophalen om een strand-picknick te houden. Aanrader, hoor ! Echt !  Met nog deze bonus : je bent véél sneller vanuit de provincie Antwerpen richting Noordzee dan wanneer je de Belgische kust verkiest. 

 

Met pokkeheet weer waag ik mezelf ook in dat water. Maar het kleinste briesje, van waar dan ook, weerhoudt me daar al snel van. Ik ben niet zo'n zeewaterbeest. De dochter en de man wel. En dus zat ik daar deze laatste keer al snel alleen in het tentje. Geen boek bij om te lezen en dus had ik kunnen gaan mokken. Zo'n uitstap naar zee is altijd wat gedoe en gesleur en dat is niet mijn specialiteit. Ik kijk er dus nooit echt naar uit. En nu zat ik daar nog alleen te zitten ook. 
Niet erg. Ik had wel wat om na te gapen. De meeuwen bijvoorbeeld. Onwaarschijnlijk hoe zij zich door de wind lieten dragen. Bijna millimeterwerk. Ze stegen op en daalden, tot net boven het zand, heel dichtbij, het hoofd naar alle kanten kerend in de hoop een etende toerist op te merken om dan daar in de buurt het strand op te zoeken. Ze waren niet bang, die kleppers. Ze wachtten.

Ik vond ze fascinerend. De zilvermeeuw heeft gele ogen en een rood vlekje onderaan zijn snavel. Dat kon je niet zien tenzij er eentje heel dichtbij kwam. Ze waren wel lui, dat moest ik ook concluderen. Ze hebben een snavel die je pink kan afknippen omdat die geschapen is om vis te filleren maar dat deden ze niet. Met zoveel mensen op het strand, al die sandwiches... Ze wisten gewoon dat ze kregen en mensen gàven ook (in Nederland mag dat blijkbaar nog, meeuwen voeren). Als een horde witzilveren gevleugelte zich op een hoopje stortte dan had de mens daar aandeel bij. 

 

Ze maakten een prachtig zomers geluid, die meeuwen. Al leken ze allemaal op elkaar. Eéntje was toch anders. Ik moest spontaan aan Jonathan Livingston Seagull denken. De rebel die zich niet wilde binden aan de wetten van het meeuw-zijn : eten zoeken. Hij wilde vliégen en zijn eigen ding doen. Die éne deed dat ook. Hij hing al enkele minuten boven mijn hoofd, de wind trotserend, hij ging niet mee met de bries zoals de anderen dat deden. Hij had iets op het oog. Een hond. En nog geen kleintje. Hij lachte de viervoeter uit. 'a-a-a-a-a-a'. Ik wist niet eens dat ze dat geluid konden maken. Dan dook hij naar beneden met een snelheid en elegantie Jonathan waardig, over de rug van de hond, weer naar boven het spel van de wind doorbrekend en de verbouwereerde viervoeter uitlachend. Dan herhaalde hij zijn acrobatentrucje alsof hij het wilde perfectioneren. 
Het baasje van de hond vond het niet leuk en ging weg. Jonathan dook met de magie van zijn vleugels mee. Het was ronduit spectaculair. En maar lachen. Ik verloor hem uit het oog toen mens, hond en meeuw verdwenen achter zonneschermen en vliegers. 

De andere meeuwen bleven doen wat ze gemakkelijkheidshalve deden : azen. Lui en verwend. Ze zijn gemaakt op om vis te jagen. Als we ze voeren gaan ze hun skills nog meer verliezen. De mens, ach, de mens... Hij vernietigt zoveel. 

 

Maar Jonathan, die maakte mijn dag ! 

 

Respect a.u.b.

Jeannine is onze buurvrouw van enkele huizen verderop. Ze is op leeftijd en woont alleen maar ze is nog fit in het hoofd en flink in haar daden : een stok in en rond het huis - want 'onkruid dat moet toch weg' - en een rollator om een boodschap te doen of gewoon een wandeling te maken want 'ne mens moet toch blijven bewegen'. Ik heb veel respect voor Jeannine en we kletsen wat af aan het poortje van haar oprit. 

 

Er is een kinderkledingwinkel naast dit vriendelijke dametje en als er leveranciers komen op momenten van sluitingstijd, gaan de heren bij Jeannine langs. Poortje open en onder het afdak effe roepen. Dan komt Jeannine wel aansloffen maar dat vergt wat tijd. De boys van DPD weten dat en wachten wel. 
Enkele dagen geleden kwam er eentje zomaar bij haar binnen wandelen. 
"Nen doenkere, da's nie erg, de meest van die jongens zijn doenker."
Maar deze sprak Frans en wilde 'un papier'. Jeannine deed haar best een stukje papier te vinden maar wat ze overhandigde was niet goed genoeg. Het moest wat groter zijn en dus ging Jeannine zoeken, zich afvragend waarom die leverancier een papier nodig had. Eindelijk vond ze een blanco blad dat ze hem overhandigde. 'Den doenkere' griste het uit haar handen en maakte zich uit de voeten, Jeannine verweesd achterlatend. Door het venster zag ze hem de straat oversteken, richting bibliotheek... wat moest een leverancier dààr zoeken... ook geen bestelwagen te zien... Dan zag ze haar handtas, die altijd klaar staat, open en omgevallen... Portemonnee weg....

 

Wij hebben het enkele maanden geleden ook meegemaakt in ons vakantiehuis. Een steen door het venster van de keuken. De keukenkasten deelden in de klappen en kregen littekens van het onding dat per se binnen moest komen door iemand die op zoek was naar iets waarvan hij meende dat het hem gelukkiger zou maken. Ik vond onze inbreker nog redelijk 'gemanierd'. Hij had een gat gemaakt, ja, maar hij was langs een ander raam weer buiten gegaan en had dat netjes dicht getrokken. Er was ook geen zootje gemaakt, buiten de duizenden glasscherven op de vloer en de lelijke krassen op de keukenkasten. Beneden stond geen enkele lade of kast open, boven was er alleen gerommeld in mijn nachtkastje, tussen het ondergoed, waarschijnlijk in de hoop om daar iets van goud te vinden. Ik ben niet zot van blingbling en ik zou het al zeker niet achterlaten in ons vakantiehuis. Dus, ik vond hem nog deftig, onze inbreker. 


Dat kan ik niet bepaald zeggen van 'den doenkere' die Jeannine de stuipen op het lijf gejaagd heeft. Ze kon altijd heel goed haar plan  trekken, was ruimdenkend en nu is de angst heimelijk onder haar gerimpelde vel gekropen en vertrouwt ze nog weinig als het om een andere huidtint gaat. 
In feite maakt het niet uit of het over zwart, blank, geel of mokka gaat. Je doet dat toch niet, van anderen stelen. Nooit en niks. Dààr vind je toch geen geluk, door een ander te ambeteren ? 
Ik ben niet boos op die mensen. Ook niet op 'onze' inbreker. Dat helpt niet en het is nutteloze energieverspilling. Maar ik wil die deugnieten wel eens ontmoeten. Ik wil ze gewoon vragen welk probleem ze hebben waardoor ze zulke dingen doen : andere mensen schade berokkenen, mentaal of materieel. Is er echt geen andere optie om dat probleem op te lossen dan vensters in te slaan en huizen ongevraagd binnen te dringen ? Wat is het nut een oud mensje bang te maken ? Wordt iemand daar rijker van (want daar gaat het bij diefstal toch over, om rijker te worden) ? 


Hey, mens die inbreekt, denk je wel eens na over de gevolgen van je daden ? Denk je wel eens na over een oplossing voor je probleem? Kèn je je probleem ? Hey. Ik ben niet boos. Kom eens praten. Bij een kopje koffie of thee met een homemade koekje. Hey. Misschien word je wel rijker van een goed gesprek. 
Altijd welkom. Maar dan wel eerst netjes aanbellen aan de voordeur.

 

 

 

De drakenkolonie

Het is zalig vertoeven op een warme zomeravond in onze tuin van het Stenen Huis (ons huis in de Ardennen). Het is best een rustige tuin met een groot grastapijt dat achteraan afgesloten is met hazelaars en twee ranke bomen met grote kruinen die in elkaar lijken over te gaan. Vogeltjes allerlei twieten er vanuit het groen en wagen zich zonder schroom op het grasveld : kwikstaartjes, roodborstjes, winterkoninkjes en veel voor mij onbekend gevleugeld grut. Boven ons hoofd scheren vol pret de zwaluwen en nog hoger zweeft de havik. 
Als de zon ondergaat komt de sprookjeswereld tot leven. De twee ranke stammen worden elfenbomen met in hun kruin tientallen witte elfjes. Oh ja ! Als de zon nog net één streepje licht gooit, glooit dat doorheen de bladeren en komt er een zekere schittering in de vlokjes groen. Laat het voor mij maar elfjes zijn. 

Als de zon helemaal naar de andere kant van de wereld is geschoven en enkel nog een rozige gloed achterlaat in het westen, komen piepkleine, hel lichtende wezentjes doorheen de lucht dwarrelen, helemaal naar de elfenbomen toe. Vuurvliegjes ! (dat is géén fictie). Ze hebben warme lucht nodig, die beestjes, anders gaat hun vuurtje niet branden. Ze dansen en voor mij doen ze dat met die elfjes. Oh ja, het is mooi om 's avonds daar te zijn. Wat ben ik een gelukzak !

Nog voor ik de elfjes opmerk en zelfs lang voor de vuurvliegjes hun dansje doen is de draak al gepasseerd. En jà, die zie ik ook écht ! Hij is zwart. Snel. En bijzonder behendig in zijn bewegingen. Ik ben niet bang van hem. Ik vind 'm geweldig. Hij brult namelijk niet en dat apprecieer ik op een stille zomeravond ten zeerste. Alleen vind ik het minder leuk als hij mee binnen komt. Daar hoort hij niet thuis. Maar blijkbaar wil hij dat toch graag, bij de mensen zijn, al houdt hij verder wel een respectabele afstand. Ja, ik heb hem Flinck genoemd omdat ik vind dat hij wel flink is. 

Flinck is ook flink geweest op een ander vlak. Hij heeft deze zomer namelijk een gezin gesticht. Nu, je weet het of je weet het niet, draken geven direct een héleboel draakjes. Ze zijn nu volop aan het leren vliegen en dat geeft wat geruis boven ons hoofd. Keuteltjes ook maar het zijn nette keuteltjes, net 'muizenstrontjes'. Ik vermoed dat er ook wel wat familie op kraambezoek is gekomen en - ik ben niet zo thuis in de drakengastvrijheid - ik denk dat die tantes en nonkels allemaal zijn blijven logeren. De man heeft gisteren 150 draken geteld. 150. Wel, wel. Onze gastvrijheid kan in elk geval niet onderschat worden. Ze wonen namelijk allemaal onder de nok van het Stenen Huis. 

Minstens 150 vleermuizen vinden in ons vakantiehuis onderdak ! Op één avond waren ze daar allemaal. De hele familie Flinck. We leerden van het internet dat zoiets een kolonie wordt genoemd, dat je ze nièt mag doden wegens beschermde soort (draken zijn al uitgestorven, dat willen we de vleermuis niet aandoen). Dus ondergaan we en vegen we de keuteltjes weg. Het is wachten tot eind augustus. Dan gaat de hele kolonie op reis om te overwinteren en kunnen we het smalle streepje onder die ene dakpan dichtsmeren. 
Flinck vindt volgende zomer vast wel een nieuwe stek. We duimen alvast !

 

 

 

Komkommertijd

Als de zomervakantie begint, start ook de komkommertijd. Alleen op politiek vlak kan het nog een pittige paprikatijd zijn omdat er een regering moet gevormd worden. Voorts zal het nieuws afhangen van hitterecords, festivals, Trumpse twitters en mogelijk enkele tips tegen muggen. Niet dat ik veel naar het nieuws kijk. Ik wil vooral het goède nieuws horen en dat zal mijn oren wel bereiken als het nodig is. 
De komkommerdagen dus. Voor mij is dat toch ook wel een beetje zo. Het is flink aanpassen, zo'n negen weken een ander leven : dochterlief hele dagen thuis (dat is helemaal oké), inpakken en uitpakken want om de twee weken een weekje naar ons huis in de Ardennen (dat is ook helemaal oké) en nauwelijks nog tijd voor mijn hobby's (dat is nièt oké). 
Een triade van aanpassingen, elk jaar opnieuw als de komkommertijd aan de deur klopt. 

Dochterlief is volgens mij de braafste puber van Vlaanderen al is ze wèl altijd aanwezig, daar kan ik niet omheen. Gelukkig is de boekenwurm in haar nog héél vinnig ondanks de warmte van deze dagen en gelukkig krijg ik van Standaard Boekhandel een mailtje wanneer er nieuwe strips verschijnen van haar favoriete helden. Die haal ik allemaal in huis en ze mogen nog wat rusten op een geheime plek voor ze een na een in deze komkommerperiode de nodige aandacht zullen krijgen van vingers en leesgrage ogen. 
Anderzijds is er nog haar tablet die ze alleen gebruikt om muziekclips te downloaden en ze weer af te spelen terwijl ze haar stapparcours door het huis doet om 10.000 stappen te halen (heel plichtsgetrouw). Buitenkomen is niet haar ding. Teveel beestjes. Tussen het lezen en het luisteren gaat ook al eens de TV op. En als de verveling toeslaat, komt er een (kleine) puzzel op tafel. De rest van de tijd moet ik invullen. Dat doe ik al voor de start van het komkommerseizoen : lijstje maken met wat we allemaal kunnen doen. Dat gaat van wekelijks zwemmen tot uitstapjes ver buiten onze gemeente. Dat wordt dan netjes genoteerd in haar agenda. Week per week wel te verstaan want wat genoteerd is, moèt uitgevoerd worden en als de zomerzon het in haar hoofd zou krijgen om plaats te maken voor winterhagel en er staat een uitstap naar zee gepland... tja... 
Weerman Frank is in deze tijd onze beste vriend. 

De Ardennen. Het Stenen Huis, geboren uit het verhaal van de 3 biggetjes om onze (toen nog) kleuter duidelijk te maken dat het een stevig huis zou worden. Manlief heeft er veel zweet gelaten in de komkommertijden van meer dan 10 jaar geleden. Door het fout gelopen vakantie-avontuur in Griekenland met een Babseluk die de hotelkamer niet uit wilde, was het besluit gevallen een tweede stek te bouwen in de Ardennen. Dichtbij maar toch vakantiesfeer. Juli en augustus maakt dat we daar dus véél zijn. 
Ook al hebben we daar zowaar àlles (behalve misbare dingen) moet er telkens een boel ingeladen worden én ook weer uitgeladen worden : het werkmateriaal van de man gaat mee (koffertje met hamer, nagels, schroevendraaiers etc... want de man is handig en heeft de nood die gave te onderhouden), kleren (alleen voor de dochter, wij hebben daar onze eigen 'kleerkast' maar voor haar is het moeilijk om 'gescheiden kleerkasten' te hebben), véél strips en boeken, katteneten (de dieetvoeding voor onze viervoeters kan je niet in de supermarkt kopen) én de katten zelf in hun benchjes (ik ga nièt weg zonder hen, oh neen !), verder nog alles wat 'op moet' uit de koelkast en natuurlijk ook mijn naaimachine, mijn naaidoos en een zak met stofjes. Yep. Ik ben héél erg verliefd op mijn naaidinges. 
En zo komen we dus bij die hobby's.

Die naaimachine is dus wel aanwezig in deze komkommerweken maar wordt in verhouding amper gebruikt. Ofwel stoort het geluid voor de medehuisgenoten, ofwel zijn er uitstappen gepland ofwel is het véél te warm in de kleine 'veranda' van het Stenen Huis waar ik de zon niet kan buiten houden. 
Hobby 2 lukt wel : lezen ! Gelukkig ! Ik ben een leesmachine. Die machine draait in deze periode wel op minimale capaciteit maar ze draait ! 
Schrijven !... Ook niet simpel met een almaar jengelende radio (hoewel, dit doe ik toch met Q op !). Ik kan natuurlijk ook wachten tot iedereen slaapt (het zijn hier nogal vroege bedliefhebbers waar ik mijn leefomgeving mee deel).
Sporten lukt ook niet zo goed. Het beperkt zich tot wat gestretch 's ochtends. Wandelen zit er wat minder in, de man heeft namelijk wat last van rug en de onderste delen van het bewegingsstelsel. En bij 'te warm' zijn flinke inspanningen ook niet echt aan te raden. Dat 'te warm' hangt dan ook nogal vaak samen met de komkommermaanden. 
Enfin. Ik ben toch héél blij om één ding : ik kan jandorie élke dag uitslapen !!! Dat wil zeggen - voor iemand mij met wat verwijten gaat bekogelen - tot Babseluk mij komt wakker maken. Elke dag stipt om 8.15 uur. In juli en augustus elke week van maandag tot en met zondag, thuis of in de Ardennen. Geen enkel excuus is goed genoeg om dat stramien te doorbreken. 
Het bespaart me hoe dan ook de batterij van mijn smartphone die me in andere tijden tot ontwaken roept. Zo zie je alweer : komkommertijd of niet, alles heeft iets positiefs ! 

Geniet van de komkommertijd. Hij gaat snel voorbij ! 

 

 

 

 

 

Vlaamse korenbloem en Oost-Indische kers

Ik heb geen groene vingers. Wil wel graag een kruidentuintje maar als de man zich er niet mee moeit, komt er weinig van. Hoewel ik groene gedachten heb, zijn de vingers dat dus niet. 

Ik vind het mooi, hoor, die bloemen, in de tuin, in een vaas, in een pot. Werkelijk, het brengt kleur in het leven. Maar ik heb géén groene vingers. Ik wil gewoon doen wat ik voel dat ik moet doen. Creatief zijn op een ander vlak. En bijleren. Zo volgde ik onlangs een online cursus over kleur. Ik las het, nam het op en dacht bij mezelf - neen, ik dàcht niet - ik dééd : ik schreef me in. Hopla.

Kleur, mannekes, da's mooi, hoor. Daar zit zoveel meer in dan je denkt. Oranje vond ik maar niks, tot ik moest kleuren met oranje. Hey, oranje is cool, hoor ! En over blauw had ik een idee van zomerluchten maar blauw is wel veel meer dan dat. Groen. Neen, groen is niet saai, groen is zelfs meer dan de lente ! Rood ! Rood is fan-tas-tisch ! Enfin, kleuren, er zit wat in ! 

En dus staan er, ondanks mijn on-groene vingers, voortaan kleurrijke bloemen in onze woonkamer. Ik kan er niet meer  langs in de supermarkt of ze lijken me te roepen : 'hey, we willen graag mee !' of 'ik ben geplukt om in jouw woonkamer te staan !' of 'help ons, we hebben geen water meer !' Gegarandeerd komen die laatsten mee. En zie ze stralen ! Bij ons thuis ! Bij mij, degene zonder groene vingers. Ze blinken. En ik met hen ! 

De korenbloem der Vlaamse velden is voor mij de mooiste. En daar komt een verhaal bij. 
Babseluk deed haar eerste jaar in Tongerlo, BUSO, gespecialiseerd in kinderen met autisme. Het was een goede zet om de overgang te maken van een veilige leefschool naar een 'grote' middenschool.  Babseluk was ook daar al een beetje uitzondering : pasje voor de rustige speelplaats, aparte eetzaal met enkele metgezellen van dezelfde aard. Eentje daarvan was altijd present en ze aten samen in groot stilzwijgen hun bokes op. De moeder van dat meisje dat bij Babseluk haar bokes at, droeg altijd een korenbloemblauwe jack. Zomer. Winter. Altijd die korenbloemblauwe jack. Ze was stil, die moeder. Zei niets aan de schoolpoort, verschool zich zelfs eerder. 

Ik ben goed in nummerplaten. Mijn geheugen vindt dat fijn om te onthouden, hoe nutteloos dat het ook lijkt. En wat zag ik ? In mijn eigenste gemeente reed er een bestelwagen rond met gekende cijfers en letters en achter het stuur de dame in de korenbloemblauwe jack !... Nooit kwam er een reactie. Geen opgestoken hand achter het stuurwiel, geen glimlach of goeiedag aan de schoolpoort. De blauwe korenbloem leek eenzaam, schuchter en al helemaal niet happy. 
Babseluk is ondertussen drie jaar weg van die school en dus ook verdween die moeder en dochter uit het dagelijkse zicht. 
Kom ik onlangs in de Carrefour. Zie ik een korenbloemblauwe jas. We lopen bijna tegen elkaar aan. Herkenning. Smile (ah, ja, ik mag mijn logo niet ondergraven) en kijk ! Zij lachte ook ! Had ik haar vroeger nooit, maar ook nooit zien doen ! Kijk ! Wat een mooie glimlach ! Oprecht ! Dat las ik zo ! 
"Hallo !" Blij. 
"Hallo !" Ook wel blij. 
Heerlijk ! De korenbloem bloeit nog in Vlaanderen. De mooiste bloem van onze regionen. Kijk eens aan. Dan springt mijn hart op ! Blij zijn, het is toch goddorie een heel fijn ding om in het binnenste van je lijf en ziel te mogen voelen. 

Dan heb je ook nog de Oost-Indische kers. Eetbaar ! Mooie goud-oranje blaadjes. 
Bij de start van het schooljaar kwam ik haar al tegen. Lange jurk over gelijkkleurige broek en dito hoofddoek los om het haar. Bronzig getinte huidskleur en contouren die me deden denken aan een Indische of Pakistaanse vrouw die hier een nieuwe thuis trachtte op te bouwen. Ze keek altijd boos. Of ongelukkig. Mogelijk betekende dat voor haar daar en dan hetzelfde.
Testje doen. Vind ik leuk ! Smile !! Ze keek me niet eens aan. Niet in die hele eerste week. Ook niet in de tweede of de derde. Ik daarentegen had er pret in om mijn mondhoeken op te trekken en de blik niet los te laten. (Dat is echt léuk hoor, mensen uitdagen met je glimlach !) 
Zowat na een maand of twee trof haar blik toch de mijne. Smile !!!!! Verbazing in die ogen. Maar echt, zeg, wie zou er nu naar haar willen glimlachen. Ik keek spannend uit naar de volgende ontmoeting. Alweer halsstarrige weigering. Jeezes… dat was een taaie tante !
Weet je wat, het einde van het schooljaar is hier. Ze wuift nu naar me, haar glimlach is stralend. En ik heb niks anders gedaan dan mijn mondhoeken onverwijld en in volle overgave opgetrokken. Het kan, hoor, een lopend vuurtje maken met een glimlach. Ik zeg het je dat het zo is. En zij, zij is de (Oost-Indische) kers op mijn taart ! Heerlijk ! 

OH MY GOD !!!

Zeven uur 's avonds was al gepasseerd en de bel ging. De man was gaan trainen : tafeltennis. De dochter en ik dus alleen thuis. Ik ben geen bangscheetje. Echt niet. Dus toen die bel ging, keek ik even op het schermpje van ons spliksplinternieuw, high-tech parlofoonding en ik zag twee mannen staan. De ene kende ik, een jongeman met een beperking die zich graag verplaatste op een volwassen driewieler. De andere was een nette man in pak, niks op aan te merken. 
Ik spurtte de trap af naar beneden (ik moest namelijk nog wennen aan dat nieuwe ding : knopjes indrukken, praatje doen van boven naar beneden... het zinde me niet zo en ik wilde onmiddellijke nabijheid). En dus deed ik de deur beneden eigenhandig open. 
"Hoi."
"Hallo. Wij zijn hier in verband met vrijwilligerswerk."
Hoe slim was dat ! En toch voelde ik geen verzet. 
"Mogen wij je wat vragen stellen ?"
Het ging als een sneltrein, maar ik was als de conducteur en had dus meteen door waarover dit ging. 
"Ja, hoor !" Want je weet, ik probeer altijd vriendelijk te zijn. 
En dan bam ! Meteen viel de deur in huis: 
"Geloof je in God ?"
"Euh, ja hoor." Ik heb daar zo mijn eigen mening over maar met deze vraag werd mijn vermoeden over dit bezoek helemaal ingelost : de vrienden van Jehovah.
"Hoe zie je die God ? Zit Hij op een wolk voor je ? Heeft hij een menselijke gedaante ?" vraag, vraag, vraag.  
"Voor mij is Hij alvast geen heer met een witte baard die ons vanop een wolk gadeslaat." Ik gaf eerlijk mijn mening. "Hij lijkt me meer een energievorm die alom tegenwoordig is." Ja, zo is dat... voor mij.
"Mooi zo. Geloof je in een leven na de dood ?"
Oh, daar kwam mijn topper ! Natuurlijk geloof ik dat ! Voor mij kan een mens onmogelijk gemaakt zijn om gelimiteerd een aards bestaan te leiden.
"Op aarde of ergens anders ?" Vinnige vragensteller.
Dat was even een 'euh-momentje' voor mij. Op aarde ? Ja, na een incarnatie, zeker, maar eerst, jawel, daarboven in alle licht en sereniteit. Ik ben daar écht van overtuigd.
De man in het pak bleef héél vriendelijk en begripvol. Hij scrolde wat op zijn smartphone en liet me een fragment lezen uit de Bijbel. Ik las het maar niet met veel overgave, ik merkte alleen op hoe hij àlles, maar echt àlles uit de Bijbel netjes geklasseerd had in zijn smartphone en hoe hij dat met een zipje van zijn vinger ten gepaste tijde zomaar op het scherm kon toveren. Wouw !
"Jij kent de Bijbel goed." Als compliment bedoeld.
"Tja, wekelijkse training." En hij zocht verder naar een nieuw gepast fragment.
Hij sprak wijsheid uit, hoor. En kon dat flink staven met zijn smartphone. Ik vond dat wonderwel goed gedaan. Hij praatte ondertussen honderduit verder over de naam van God. Ik heb ook geen 'naam' voor God. God is de titel, leerde hij mij. Jawheh ook, dat is gewoon een Hebreeuwse vertaling van dat woord. Maar zoals mijn naam 'Alma' is, is 'Jehovah' de naam van God. Ok. Ik ga daarover niet in discussie. Ik heb die kennis niet. Die keurige man deed zijn ding, geloofde in zijn geloof en wilde het prediken. Moest ik daarover oordelen ? Neen toch. Ik luisterde gewoon. Ik leerde een beetje. Ging ik nu meegaan in die leer ? Neen. Maar ik nam er wel iets van mee. Want alweer kwam diezelfde boodschap van algemeen nut : heb lief en oordeel niet. Het kom allemaal wel goed. Want dat zei de nette man met nadruk en vol geloof : "Het leven is hier op aarde en God komt onder ons en zorgt ervoor dat alles goed komt." Kan ik daar iets op tegen hebben ? Echt niet. Ik niet. Laat 'm maar komen. Laat de vrede maar neerdalen ! 

Ik vond het fijn om met die mensen te praten. Zij hebben een mening en ik of jij ook. Wie gelijk heeft, zullen we hier, op aarde, nooit weten. Maar er is niks mee om te luisteren. Ik ga er maar vanuit, elke dag opnieuw, zoals Ghandi dat zei en ik denk dat we daarmee geen enkel geloof onderuit halen : 

"Probeer elke dag een beter mens te zijn."

 

 

 

 

Vogelperspectief

Soms ben ik het ook wel eens beu, hoor. Om inzichten te verwerven. Om te groeien. Om wijzer te worden. Om nog whatever meer. Ik ben ook maar een mens en bovendien staat er ergens op deze site vermeld dat 'geluk niet kan bestaan zonder tegenslagjes en ongeluk'. Op zo'n moment wil ik graag ver weg zijn, op Tenerife, bijvoorbeeld. Met niks en niemand dan alleen mezelf en een koffer vol boeken. Maar goed, dat gaat nu eenmaal niet. En néén, ik ben nièt ongelukkig. Ik durf zelfs te zeggen dat ik dat zelden of nooit nog ben. Maar wat ik wel kan is dit : 'ambetant' zijn.

 

Ken je dat ? Ambetant zijn ? Zoiets wanneer alles op een hoopje terecht komt en de chaos dreigt meester te worden en je er bovendien niks kan aan doen ? Dat vind ik ambetant. Vorige week was dat even zo.
Ik had een mooie planning gemaakt. Dat doe ik trouwens elke week min of meer. Maar nu lag de planning nogal gericht op mijn eigenste welzijn en fun. Voor Babseluk stond er namelijk geen enkele toets in de agenda. Dat scheelt een hoop aan tijd voor mij : ik herschrijf namelijk alle leerstof in verstaanbare taal op handgeschreven blaadjes die onze tiener kan, mag en zal gebruiken bij de toetsen. Dat vermindert haar stressniveau. Voor mij is het een invulling van tijd, gedaan uit plichtsbesef en bezorgdheid maar niet noodzakelijk met veel goesting uitgevoerd. Maar ! Géén toetsen in het vooruitzicht ! Tijd voor me-time ! Mooie planning !

En dan kwam dat telefoontje van school : of ik Babseluk kon komen ophalen (10.40 u), ze was nogal hysterisch de klas uitgelopen en naar 'haar lokaaltje' gevlucht. Oorzaak was een stevige ruzie bij pubers in haar klas en die van een andere waarbij verzoening niet meteen voor de hand lag. Dan laat ik uiterààrd alles vallen om onze dochter op te halen. Ik doe dat vanuit een enorme liefde, recht uit mijn hart maar ken je dat stemmetje in je hoofd  dat soms ook zijn zeg wil hebben ? Dat altijd op de loer ligt om bij een onbewaakt moment op je schouder te springen als een duiveltje uit een doosje ? Daar zat bij mij ineens dat stemmetje en het gilde in mijn oor : 'Bye-bye planning !'

 

Dochterlief roodbetraand meegenomen naar huis. Met veel, oprechte troostwoordjes en nog meer zakdoekjes. Zoveel onrecht in de wereld van ruziënde pubers kan zij echt niet plaatsen. Dan heeft het hoofdje veel rust en afleiding nodig. Effe buiten gaan, wandelingetje maken, over van alles praten maar niet over tieners, wel over muziek en over de natuur die alles zo mooi groen tovert. Dat helpt het droeve hart van dit meisje. En dan fluistert het duiveltje sarcastisch : 'Je moest aan je naaimachine zitten.' Ik negeer want ik weet : morgen is er een andere dag en dan zweren die pubers weer eeuwige vriendschap.

 

De volgende dag wil onze  dappere meid écht naar school als is ze nog onzeker over het vredesverdrag. Net na de middag komt er opnieuw een telefoontje in hetzelfde scenario als de dag voordien. Opnieuw de auto in, met nog evenveel liefde in het hart maar ook met het duiveltje in een grotere uitvoering op mijn schouder : 'Wat ik je zei : bye-bye planning !'

 

Omdat het stressniveau van Babseluk een moeilijk indringbaar sfeertje heeft en vermits we toch bij de huisarts langs moesten voor een bloedafname (ook een mooi verhaal maar dat is voor een andere keer) en gezien wij een zeer begripvolle huisarts hebben, werd er een afwezigheidsattest afgeprint voor een ganse week ! Duiveltje lachte zelfs niet meer in zijn vuistje maar glorieus voluit !
Ik geef toe, ik werd daar ambetant van. Van dat afwezigheidsattest, dat ik wel begreep, en van dat duiveltje, dat ik ook begreep. Dan zijn er mogelijkheden. Je blijft ambetant, je wordt van dat ambetant zijn nog wat lastiger en je bokt tegen iedereen in je omgeving... wat ik eigenlijk al niet kan maken gezien de dochter dan nog meer door het lint zou gaan. Of, je plukt het duiveltje van je schouder en steekt hem waar... wel ja... daar zijn veel uitdrukkingen voor... OF ! Je wordt een vogel !... 

 

Jàren geleden, toen ik écht op mijn tandvlees zat, ging ik naar een man toe. Om te praten en te luisteren en van dat alles iets mee te nemen in mijn leven zodat mijn tandvlees weer kon aangroeien. Die man vertelde me over de vogels. Ze kijken van hoog naar laag. Ze staan niet in verbinding met wat er gebeurt. Ze staan 'er boven'. Los van alles. Vrij. Als je problemen bekijkt vanuit dat vogelperspectief, zie je de dingen anders. Je staat er los van. Je kijkt ernaar maar neemt er niet deel aan. Je ziet het maar je staat 'er boven'. En dan heeft dat duiveltje geen kans meer om op je schouder te blijven want hij zou er af vliegen. Vogels hebben lucht en druk nodig om zo hoog te geraken. Misschien ook wat kracht door het klappen met de vleugels maar ze laten zich minstens zo graag dragen door de lucht. Het je dat al eens goed bekeken ? Ze glijden, zwenken, stijgen of dalen heel vaak zonder hun vleugels te gebruiken. Dat duiveltje heeft geen kans, die valt er gewoon af.

 

Die vogel die in mij zit is niet min. Het is een havik. Heel kritisch. Voor mezelf. Boven ons huis in de Ardennen draait hij dagelijks zijn rondjes, zwevend op de luchtdruk. Scherp kijkend en alle duiveltjes opzij gooiend. Hij doet gewoon wat hij moet doen. Niet meer. Niet minder. Ik moet 'm maar eens meer koesteren, die havik in mij. En dat duiveltje zijn doosje dichtplakken. Want kijk. De dochter is weer 'zen' (volgens onze normen). Mijn naaimachine heeft geduld. En ik krijg wel weer tijd. Al-tijd. 

 

 

 

Lente

Lente. Eindelijk. De zon in een straalblauwe hemel Het groene blad danst mee met de wind en de mens voelt zich plots beter in zijn vel. In de kledingmodus worden laagjes afgebouwd en alles draagt luchtiger en vrolijker. 

 

Ik ben op weg naar school om de dochter op te halen. Te voet. Het is maar een kilometer en enkele onderdelen daarvan verderop. Dat stapt leuk. De mondhoeken staan meer dan anders omhoog want lente, da's fun.

Kom ik op nog één straat van de school die kleine meid tegen. Ik schat haar 10. Ze torst een rugzak en met haar jas en legging lijkt het me of ze het toch wat zwaar heeft in dit stralende weer. Mijn glimlach glijdt nog wat verder omhoog en ondanks mijn zonnebril moet ze toch weten dat mijn ogen vriendelijk kijken. Ze keert wat onwennig haar hoofd.

'Wat doet ze hier eigenlijk zo alleen?' denk ik, maar verder laat ik het los. De lagere schoolpoort gaat immers tien minuten vroeger open dan het einduur van het middelbaar en misschien woont ze hier wel in de buurt. Ik laat de zonnestralen over me heen vallen, als de wind wegvalt is het echt wàrm. Ergens achter mij hoor ik voetstappen volgen. Ik kijk naar de blauwe lucht en ben dankbaar voor dit fenomeen. Aan het zebrapad stop ik. Naar rechts kijken, naar links kijken kwestie van het verkeer in te schatten. Ik zie geen enkele auto, ik zie het meisje naast me staan !! 
Met haar donkere ogen kijkt ze me hulpeloos aan : "Mevrouw, mag ik iets vragen ?" 
Ik buig tot op ooghoogte en zie de somberheid in haar ogen.
"Ik ben mijn mama kwijt."

Hu ??? Dat is zelfs geen vraag ! Dat is een hulpkreet !
"Je mama kwijt ?" Toch maar zo kalm mogelijk herhaald.
Knik.
"Hoe dan ?"
"Ze zou me komen halen van de opvang." De bruine ogen kijken triest. Er raast van alles door me heen : ontwricht gezin, misverstand, opvang... opvàng ? Het is iets over halfvier, de opvang moet nog volop bezig zijn....
"Komt ze je altijd halen van de opvang ?"
"Soms."
"Hoelang duurt de opvang ?"
"Dat weet ik niet."
Er vliegt een visie door mijn hoofd : ze is weggelopen ! En out of the blue komt het volgende uit dat onschuldige kindermondje :
"Op zondag na de chiro moet ik naar mijn papa en ik wil dat niet meer. Ik wil niet meer naar mijn papa."
Ik zie tranen opwellen. Jeezes….  Onlangs was er nog een mars tegen seksueel geweld en ik kan het echt niet helpen dààr aan te denken !
"Vriendje", zeg is stil, want ze is meteen mijn vriendje geworden, daar en dan heeft ze niemand anders en dus moèt ik dat wel even overpakken. "Vriendje", ik zit bijna op mijn knieën, "we moeten even terug naar je school."
Het hoofd schudt fel van neen. "Dat wil ik niet."
"Vriendje, het moèt." Zachtjes maar kordaat.
"Neen ! Ik wil niet ! Echt niet !"
Daar sta ik dan met een wildvreemd kind op een zonnige plek in de lente. De waterige ogen smeken. Niet dus... en nu ? 
"Zeg me eens, wat is jouw mooie naam ?" Mezelf wat tijd geven om na te denken.
"Lente."
Lente. Lente die de lente niet ziet. En dan dringt zich een dreigende gedachte op : mijn eigen dochter komt zo dadelijk uit school, op twintig meter van de school van dit ongelukkige kind en mijn dochter gaat in paniek geraken als ik niet opdaag. Dus gaat het brein wat sneller aan de gang. 
"Lente, als je niet naar jouw school wil, wil je dan misschien naar die grote school dààr ?" Ik wijs naar het gebouw waar mijn dochter over enkele tellen de lessen verlaat.
Het kind knikt. Oef. We steken het zebrapad over. In de verste verte geen auto te bespeuren. Nog een honderdtal meter. Er komen al wat adolescenten uit de schoolpoort gefietst. Ik moet het kind nog wel wat bezighouden, het denken moet eruit, ze moet zich op haar gemak voelen en dan worden banale vragen gesteld : in welk leerjaar zit je, heb je nog broertjes of zusjes, ken je nog iemand die Lente heet ? Op al die vragen krijg ik antwoord, alsof ze werkelijk mijn nieuwe vriendje is. 

Onderweg zie ik mijn dochter komen, verbaasd dat ik met een kind loop. Ik moet het nu heel kort aanpakken : "Kom even mee terug, meid, we moeten met dit meisje naar het secretariaat." Ik kan op dat moment niet veel meer uitleg geven, het is voor Lente al moeilijk genoeg.
Aan het secretariaat van de 'bovenbouw' krioelt het van pubers. Ik probeer alles zo duidelijk mogelijk uit te leggen aan de dames achter het glas. Ze luisteren, zijn overdonderd en Lente staat erbij en kijkt er triest naar. Er gaat op de koop toe nog een alarm af dat niet meteen kan afgezet worden. Ondertussen komen nog een handvol stoute leerlingen hun afgepakte gsm's terug ophalen, anderen willen weten in welk lokaal de vervangles van morgen doorgaat. Chaos noemt men dat . Chaos ! 
Babseluk zegt dat ze naar buiten wil wegens 'veel te emotioneel'. Uiteindelijk wordt de lagere school verwittigd. Er zou iemand komen. Mijn hand ligt voortdurend op het schoudertje van het verloren kind. Wat moet er allemaal in dat meisje omgaan. Daar en dan maar ook voorheen. 
Uiteindelijk neemt een van de secretariaatsdames een beslissing : "We moeten nog even wachten tot er iemand komt maar wil je ondertussen met mij meegaan naar een rustiger plekje ?" 
Lente knikt. Daar gaat ze. De glazen deur door, helemaal naar binnen in de grote school die 'bovenbouw' heet. Ze kijkt niet meer om. Ik blijf wat verweesd achter. Hoe gaat dat nu verder ? Moet dat kind nu echt nog terug naar haar papa ? Hoe zit dat thuis ? Is ze er welkom ? Slaapt ze goed ? Is ze wel happy ? Thuis ?

Dan ga ik naar buiten en vindt mijn dochter, bijna in tranen. Ik leg ook mijn hand op haar schouder. We gaan naar huis. Samen. Doorheen de uitbundige, uitgelaten jeugd die na een schooldag luid huiswaarts keert. Ik weet dat de kleine wandeling ons naar een fijne plek brengt. Naar huis. Thuis. Ik hoop van harte hetzelfde voor al die anderen. En voor Lente. 

De dag nadien heb ik contact opgenomen met de school van Lente. Ze was weer op school gekomen en ja, ze had ook dat verhaal over haar vader verteld. Voor mij was dat niet genoeg. Ik ben naar het CLB gestapt en daar heb ik mijn verhaal gedaan want er was geen melding binnen gekomen, noch van de school noch van de ouders. In alle ernst werd er naar mij geluisterd. Er werd een verslag opgemaakt en ik kreeg de belofte dat dit onderzocht zou worden. Nu moest ik het nog loslaten want meer kon ik niet meer doen. Mijn geweten vond het goed. Maar Lente zal altijd wel een speciaal moment in mijn leven blijven. 

Awel... mercie !

Er zijn zo van die dagen of neen, er zijn zo van die momenten in sommige dagen, die je bijblijven. Die je in je lijf opneemt en meepakt gedurende de hele verder dag en 's anderendaags ook nog en zelfs het hele komende weekend èn nog een maandag erbij. Het gevoel en de intensiteit van dat moment, dat zelfs meerdere minuten in beslag kan nemen, slurpt zich gewoon een weg naar je hart. En daar blijft het dan zitten. Comfortabel als in een huiselijk tafereel. Het werd een deel van je inhoud. Voor altijd. 

 

Mercie.

 

De voorbije week was er zo'n moment in zo'n dag. Het was een beetje als behangpapier : het mooiste, het beste en zeker niet het goedkoopste dat op de wanden van mijn hart wilde plakken en dat ook deed. Zomaar. Heel spontaan, zonder dat erom gevraagd werd maar met deskundigheid en overgave. 

 

Mercie

 

Het begon op de school van onze dochter. 'Overleg' wordt dat genoemd : het samenkomen van betrokken leerkrachten, zorgleerkracht en het 'ondersteuningspunt' (is daar nu écht geen andere naam voor ?  voor iemand die zoveel doet ?). Enfin : september wordt weer een keerpunt in de carrière van onze schoolgaande dochter (en dus ook voor mij). Derde graad. Lees : verandering. En dat moet besproken worden met de nieuwe leerkrachten en de ervaringsdeskundigen. Stage komt er ook aan. Jeezes ! 10 weken ! Verspreid weliswaar maar toch. Voor een Babseluk is dat heel wat.  

 

Mercie

 

Dat wordt dan op tafel gelegd en haarfijn uit elkaar gerafeld. Elk vezeltje dat bij 'stage' hoort wordt onderzocht. Daarnaast wordt er naarstig gebrainstormd over alternatieven en oplossingen voor de overige lapjes leerstof. Ik zit erbij, ik kijk ernaar, ik neem deel en ik voel verbondenheid. Dit is mooi, hoor. Dit is écht mooi. De inzet van deze mensen is zo zuiver en oprecht ! 

 

MERCIE

 

Weet wel dat onze dochter in een IAC zit (individueel aangepast curriculum) wat betekent dat ze de lessen volgt en meedoet met de klasgenoten voor zover ze het aankan. Voor haar is dat een enorm voordeel : als het haar niet lukt of als het hele lesgedoe haar overprikkelt, dan gaat ze naar het veilige lokaaltje tegenover het secretariaat waar ze tot rust kan komen. Toetsen worden open-boek ondergaan, examens bestaan niet meer. Een diploma daardoor ook niet, maar dat zijn peanuts vergeleken met het geluk van onze dochter.
Voor de leerkrachten kan zo'n IAC wel een issue worden. Ze zouden daar best lastig kunnen over doen en Babseluk aan haar lot overlaten met een soort van 'jammer-maar-helaas-attitude'... of ze kunnen zich inzetten om die meid iets bij te brengen. Dat laatste krijg ik gewoon als een ontegensprekelijke garantie. 

 

MERCIE

 

Besluit van het overleg : stages worden aangepast en vereenvoudigd naar basics, uit te voeren in een beperkt aantal uren. Theorievakken krijgen in sommige gevallen een make-over, praktijkvakken worden gedoseerd. 
Ik ben een trotse moeder. Niet alleen op onze dochter die àltijd met haar inzet harten wint, maar ook op deze leerkrachten, de zorg, het 'ondersteuningspunt'. 

 

MERCIE

 

De school, het beleven, het leren, het àànleren, het 'zijn' van leerling en leerkracht, dat werkt door tot binnen de huiskamers. Het verblijdt het hart en de ziel als die connectie er is en op een of andere manier legt die meid van ons altijd weer de juiste verbinding, vanaf de kleuterschool, lagere school, middelbaar... en altijd weer wordt die link met een groot hart onthaald. Mercie. Mercie allemaal !

 

MERCIE !

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bevangenis

Er gebeurt nogal wat in de wereld. Dingen die je niet binnen je huiselijke muren wenst. Maar toch gebeurt het. Je kan op straat gaan met kompanen die hetzelfde idee hebben. Je kan in stilte boos worden. Je kan in alle luidheid boos worden. Je kan ook nièt boos worden. Je kan het bekijken en ontrafelen. Je kan het veroordelen of beoordelen. Of je kan het aanvaarden. En dàn pas bekijken. Want het is al gebeurd en de klok wordt nooit teruggedraaid. 

Je kan brainstormen over hoe het anders kan. Vragen. Vriendelijk vragen. Blijven vragen. Altijd vriendelijk. Ik ben ervan overtuigd dat vriendelijkheid meer confrontatie biedt dan haat want dat vierletterwoord heeft nog nooit iemand geholpen. Het vraagt veel tijd en geduld maar dat zie ik alleen maar als een voordeel voor de mensheid. 

Ik kijk zéér zelden naar het nieuws. Ik word er niet blij van. Af en toe komt er wel een vreugdevol berichtje zoals van kleine wezentjes die geboren worden of een compromis tussen wat woekerende partijen of een uitvinding die de aarde ten goede komt. Hoewel, het nieuws van de dag is meestal iets dat de mondhoeken naar beneden haalt. Ik maak de keuze daar niet aan mee te doen. Ik verneem links en rechts wel de vreselijke ongemakken van deze wereld en ze laten me heus niet onberoerd. Maar hààt… ik laat het niet (meer) toe. Al die woede en wraakgevoelens kunnen samengebundeld worden tot een oorlogje tegen een persoon die mentaal ziek is. Het gaat hem niet helpen. Het gaat het slachtoffer niet meer helpen. 

Ik bekijk het effe anders (en nu waag ik mij op glad ijs), is een stràf de oplossing ? Hij is zijn straffen mislopen, lepe vos die hij is. Heeft de straf dan zijn werk gedaan ? Het gerecht heeft zeker mee gefaald maar waar ligt de oplossing ? Wel... Ik zou hem willen overstelpen met goède dingen. Waarachtig : o-ver-stèlpen ! Maar op een afgezonderde, afgesloten locatie die men niet meer 'gevangenis' noemt maar 'bevangenis'. Met zoveel schoonheid aan bloemen en kleuren en goedheid dat hij de kluts, die hij kwijt was, weer vindt. Dat hij er zowaar door 'bevangen' wordt. Hij is ze vergeten, die mooie en goede dingen. Zijn brein is ontregeld en hij ziet de schoonheid van het leven en alles wat daarmee te maken heeft niet meer. Dus hulp bieden in een prachtig vermomd jasje. We laten hem wel netjes in die afgesloten 'bevangenis', voor altijd en laten de goedheid en de schoonheid elke dag opnieuw op hem los. Zou dat geen licht aanwakkeren in die jammerlijke ziel... en met hem, bij al die anderen die de vrede op aarde liever bezoedelen dan zegenen... 

Ik ben een leek in die dingen en mogelijk héél naïef maar ik ben tegen geweld. Ik ben tegen macht. Ik ben tegen haat. Ik wens dat die man en al die andere verloren zielen, inzicht, berouw en moed vinden om zichzelf uit de duisternis te laten verrijzen. Hoe dan ook, ik blijf halsstarrig vriendelijk zijn. En het gekke is, als ik mijn glimlach op straat even vergeet, krijg ik 'm onomwonden van de straatgenoten toegeworpen. Als een aangename herinnering : keep smiling ! Vriendelijk zijn... jeezes, wat kan je ermee misdoen ? 

"Gewoon vriendelijk zijn, is alles wat de wereld nodig heeft."   Diana Spencer 

 

 

 

 

Lenteschoonmaak

Ik ben een stèr in nonchalance. Ik heb de eigenschap om in een mum van tijd een aardig hoopje chaos te creëren. Dat mag. Van mezelf. En daar moet ik dan ook maar de gevolgen van dragen. Stapeltjes hier, bergjes daar en propvolle kasten elders.  Ik kan dat ook héél goed verdoezelen. Niemand ziet het of om het anders te zeggen :  'het valt niet zo op'. Tot je dus een kast opentrekt. 

 

Ik weet het. Mea culpa. Ik mag nog zo moedig op mijn borst slaan, het is te laat om een 180°-tje te draaien. Niet dat ik een 'oude boom' ben die niet wil verplant worden, het is meer een karaktertrek die ik eigenlijk niet kwijt wil. 

 

Neem nu de lenteschoonmaak. Ik heb dat nog nooit gedaan. Ik heb trouwens meer een soort van 'zomerordening' in mjjn genen.  Als de zon echt voluit gaat, kan ik er plezier in hebben om te gaan 'rommelen'. Dàt doe ik graag ! (Al kijk ik er niet bepaald naar uit als ik die kasten opentrek.) Het is de voldoening nadièn die het 'm doet! Dus trek ik moedig een kastdeur open : als er niets uitvalt, heb ik al een goede start, en dan begin ik te sorteren. Dat gaat bij de ene kast al makkelijker dan bij de andere : de spullen met een vervaldatum zijn toppers, dat gaat immers vlot en zonder bedenkingen. 

 

Overgaan naar de 'ik-denk-dat-ik-hier-nog-wel-iets-kan-mee-doen'-kast is dramatisch. Ik ben nogal creatief aangelegd en dus denk ik dat ik met àlles nog wel iets kan doen. Er zitten echter voor mij ook maar 24 uren in een etmaal waarvan ik er graag 8 in slaapmodus beleef, plus de naschoolse uren huiswerk herschrijven en voorbereiden, koken en nog wat huishoudelijk gedoe, maakt dat de handeling 'creativiteit' beperkt blijft. Dus de inhoud van deze kast(en) sorteren is al wat intenser in daad en tijd. Maar het kaf geraakt altijd gescheiden van het koren en telkens komt er weer ruimte vrij.... Voor weer nieuwe ideeën... 

 

Over naar de bovenverdieping : kleerkast. Moeilijk ? Neen. Echt niet. Mijn visuele geheugen weet perfect wat ik in het laatste jaar meedogenloos op de kapstok liet hangen en wat heel vaak de buitenlucht mocht inademen. Wat twee seizoenen niet gedragen werd, wordt onmiddellijk toegevoegd aan de kringloopzak. En ja, het gebeurt wel eens dat er meer dan één zak nodig is. Een mens verandert namelijk en daarmee ook vaak zijn kleding. 

 

Het lastigste zijn de stapeltjes in de woonkamer. Lijstjes met toebehoren die ik probeer te ordenen op huiselijke bergjes. Mapje voor dit, mapje voor dat en nog meerdere voor al die projectjes die in mijn hoofd zitten en graag virtueel worden. Bij elke poetsbeurt gaan de mapjes wat dichter bij elkaar, soms op elkaar en soms, helaas, ook door elkaar. Wat ik hiervoor nodig heb, is geen stofdoek of extra ruimte maar time-management : de tijd beter gebruiken om de stapeltjes daadwerkelijk in projectjes om te zetten. En natuurlijk : niet teveel projectjes door elkaar gaan mengen maar elk stuk voor stuk afwerken.

 

Dus doseer ik en plan ik in de agenda. En daar houd ik me aan. Dat was ooit moeilijk maar sinds ik het daadwerkelijk plàn, alsof het het meest belangrijke ding in mijn leven is, vloeit het mooi... Geen excuses, tenzij de noodzaak dwingt maar die noodzaak heb ik heel bewust gelimiteerd. Grenzen stellen is geen zonde.

 

 

 

 

 

Besluitje : ik heb een rommelig maar aangenaam leven dat ik af en toe ondersteboven haal om meer ruimte te krijgen. Sorteren en liquideren geeft me een enorm bevrijdend gevoel alsof er in mijn hoofd meer ruimte is gekomen. Meer helderheid en klaarheid ook. Het helpt me waarachtig om rustiger te worden. Of zoals Paul Wilson, de goeroe van de rust, het zegt : 

'Ruim je rommel op ! Rommel maakt de spanningen van het alledaagse bestaan alleen maar erger. Opruimen is een overzichtelijke manier om weer kalm te worden.'

 

Trek dus open die kasten ! 

 

" 'Hoe' is beter dan 'wat' "             Eckhart Tolle 

Dat vind ik ook. Eten smaakt toch net wat lekkerder als het met wat liefde gemaakt is. Liggen prossen met groenten en saus omdat het nu eenmaal moèt (en dan nog liefst zo rap mogelijk) is volgens mij niet de juiste formule om complimenten te verkrijgen van proevende smaakpapillen (inclusief die van jou). Ik geef toe : ik houd er niet van om elke dag weer eten op tafel te moeten planten, maar eens ik eraan begonnen ben, weet ik dat het maar best smakelijk kan worden, vooral om de anderen en mezelf te voeden naar behoren want daar hoort toch wel 'smaak' bij. Dus ik ga ervoor.

 

Gezondheid is voor mij een héél belangrijk iets en dat is mijn motivatie om in de keuken toch eventjes bezig te zijn met wat en hoe iets in de potten en pannen gaat. Af en toe verwelkom ik héél hartelijk een buitenshuis gerecht maar met onze dochter is dat niet evident, je weet wel : 'op de vreemde gaan' is niks voor haar.  Dus wordt er hier thuis véél gekookt, vaak met weinig zin begonnen maar eens de potten op het aanrecht staan, toch met een oprechte inzet. 

 

Nog een voorbeeld. Ik ben zot van kleertjes naaien. Hoe kleiner de projectjes, hoe liever ik het heb. Ik kijk echter heel erg op tegen de patronen die moeten uitgetekend worden. Bweuh ! Maar het hoort er nu eenmaal bij en als ik dat patroondeel niet met volle overgave kopieer, dan is het resultaat voor de vuilbak. Zonde van de tijd, van de stof, van het garen en van de naaimachine die voor niets energie heeft verbruikt. Dus focus ik op de lijnen en teken ik ze zo nauwkeurig mogelijk over. Het is ook maar een klein onderdeel van het hele project, als die job gedaan is, kan ik voluit aan de slag gaan. Met resultaat.

 

'Hoe' is de vorm van inzet. 'Wat' is het resultaat. Ik ben daarvan niet de uitvinder. Velen gingen mij voor met deze boodschap maar niet iedereen leest, hoort of ziet dat. Dus draag ik mijn steentje bij. 'Hoe' is het plezier dat je hebt in wat je doet. 'Wat' is het resultaat van dat plezier en dat hoeft niet perfect te zijn. Je ben namelijk langer bezig met 'hoe' dan het ontstaan van 'wat'. Genieten is de boodschap! 

 

Daarbij aansluitend wil ik mijn 3 ultieme beginnerstips voor een goed gemoed (= hoofd + hart) onder de ogen schuiven (en hopelijk verder naar binnen) en ik weet zeker dat daardoor je lijf ook blij wordt.

 

 

TIP 1 : FOCUS

 

 

 

 

Focussen voorkomt piekeren en dat doet de Westerse mens veel te graag. Ik doe dat ook nog maar er zit ondertussen - door veel oefening - een alarmbelletje in mijn hoofd dat tijdig van zich laat horen. En zoals hierboven gezegd : wijd je toe aan wat je doet. Als je afwast, was dan af. Focus op de glazen en de borden en laat je gedachten niet afdwalen want dan ga je brokken maken. Als je strijkt, strijk dan. Focus op de hitte van het strijkijzer en de blouse of het hemd dat in de plooi dient te komen of je krijgt er een extra applicatie van een strijkijzerafdruk bovenop ! 

 

Ook nog belangrijk. Enige tijd geleden las ik een wetenschappelijk artikel over multitasken (waar vrouwen zo beroemd om zijn). Het bestààt niet ! Dat was voor mij een enorme opluchting, ik kan namelijk écht maar één ding tegelijk. Het bestaat nièt. De hersenen zijn gewoon zo snel dat ze van het ene op het andere kunnen overspringen maar ze doen nooit echt twee dingen terzelfdertijd even goed. Focus gewoon. Da's echt voldoende. Het zal rust brengen en betere resultaten. En... het voorkomt dat piekeren. Als dat geen bonus is. 

 

TIP 2 : MISSCHIEN 

 

Dit is een magisch woord ! Het is een woord van kansen. Altijd 50 % en met een beetje goede wil méér. 'Bah, die regen, dat is vast voor een hele dag' , 'het is vast weer file' , 'jakkes, straks op visite bij oma, gaat diè weer zeuren'... Herkenbaar. Maar effe een taalkundige oefening : herschrijf elke zin met 'misschien' : 'Misschien klaart het straks weer op', 'misschien is er deze keer minder verkeer op de weg', 'misschien heeft oma vandaag wel een goede dag' (en die gun je haar toch ook wel !).

'Misschien' triggert je gedachtegang en geeft hoop. In het beste geval zelfs vertrouwen dat het allemaal wel zal meevallen. 'Misschien' is een woord dat pessimistjes elke dag minstens 10 keer zouden moeten gebruiken. Het zou wat kunnen kenteren. 'Misschien' is het durfje om van het half lege glas dat half volle glas te maken. Proost !   

 

TIP 3 : GLIMLACH

 

De wetenschap bevestigt dat als de mondhoeken omhoog gaan in een glimlach, je hersenen reageren door gelukshormonen aan te maken. Zelfs al ben je verlegen of afstandelijk, een glimlach is het meest verbindende dat er is. Er wordt contact gemaakt zonder dat mensen aan je gaan klitten. Er hoeft niets gezegd te worden en toch is er een verbinding. Je glimlacht. Het is een gratis visitekaartje waarop geen enkel woord staat. Wat je terugkrijgt is ook een glimlach (soms is volhouden wel nodig maar er komt er eentje !) En van die glimlach juichen jouw gelukshormonen ook weer. Het is verbinding in de meest eenvoudige vorm. Smile ! Ook al voel je dat je gemoed below zero is, glimlach toch maar.  Misschien (!) help jij met die glimlach wel iemand anders, iemand die veel nood heeft aan een vriendelijk gebaar. Gewoon zomaar, zonder meer. En zelf ga je weer dat vleugje vreugde ervaren.  Een mooi gebaar dat niets kost en veel geeft.  

 

Oh, glimlachen heeft ook nog een bonus : het maakt je jonger en mooier. Kijk maar eens in de spiegel : mondhoeken down... mondhoeken up ! A smile is stronger than gravity !!!

 

Glimlachen is hèt good-mood-beauty-geheim !

 

En dit kan allemaal door te focussen op wat je doet en wat je denkt en elke dag wat oefenen. Wish you luck !! 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik had het al eerder geprobeerd, hoor, gezond leven. Zo van : op tijd naar bed, niet te veel koffie, niet te veel koekjes bij die koffie, aan beweging doen. Vooràl aan beweging doen. Ik wilde dat zelfs helemaal in een diplomavormpje gieten en dus ging ik - lang, lang geleden - bij BLOSO het eerste jaar trainingsleer volgen. Echt boeiend. Dat meen ik oprecht. Maar de koekjes - ook al werd de koffie vervangen door thee - bleven hardnekkig kleven, samen met de rest van wat ik me bij gezondheid voorstelde. 

Ook met een job in een copycenter kwam ik niet veel hoger op de gezondheidsladder. Dus besloot ik op een goede dag de studie 'gezondheidsconsulente' te lijf te gaan. Europese Academie Antwerpen - Maastricht. Kilometers doen en véél bijleren. Het waren avonden en weekends waarvoor ik met plezier het huiselijke nest verliet voor de les en -genoten. Heerlijke tijd. 

Ik slaagde glorieus. Kreeg zelfs de 'Ananasprijs' voor het beste eindwerk (een spel om zwaarlijvige kinderen aan te zetten tot gezonder eten), iets wat ik helaas in een donker moment bij het restafval heb gegooid. 

Dan kwam min of meer gelijktijdig de vacature voor begeleidster bij Bodystyling. Heel klein advertentietje in de lokale krant. Meteen pen en papier genomen (want zo ging dat nog in die tijd) en het envelopje persoonlijk aan de deur van de vragende partij afgeleverd. Enkele weken later werd het pakket compleet met de nieuwe job : 'goede voeding + beweging = gezondheid'. Ik was zooooooo gelukkig ! 

Ik vond die job ook écht fantastisch : mensen helpen zich beter te voelen in hun vel. Hun letterlijke vel : hun lijf. Nauwelijks in hun hoofd. Toen had ik nog niet door dat hoofd en 'vel' in onoverkomelijke verbinding staan met elkaar. Lijf niet goed : hoofd niet goed. Hoofd niet goed : lijf niet goed. 

Ik legde de focus lang, heel lang, teveel op de weegschaal en het voedingsboekje, de oefeningen en het advies om het in de keuken thuis toch wat anders aan te pakken. Het hoofd werd effe overgeslagen ('komààn = discipline'). Het werkte wel maar er was ook veel terugval. 

Ik ondervond zelfs meer : het hoofd alleen is ook niet goed. Er hoort nog een hart bij. Die twee zijn toch onlosmakelijk met elkaar verbonden ! Het is jammer dat ik het in die tien jaren Bodystyling niet genoeg heb toegepast. Maar nu durf ik te zeggen dat ik het toch begin te hebben. En ik ben oprecht blij te zien dat Bodystyling vandaag de dag dat geheel heeft geïntegreerd. Al ben ik reeds vele jaren weg uit dat professionele deel, ik blijf betrokken én dankbaar. 

Ik ben dus een laatbloeier maar ik schaam me er niet voor. 'Beter laat dan nooit' zijn wijze lettercombinaties. Ik heb lijf, hoofd en hart leren kennen en ik heb ze aan elkaar voorgesteld. Ze vormen een wonderlijk goed team en ik ben gelukkig met hun samenspel.